Aantekeningen anatomie botstelsel
Boek bladzijde 419- 444
Functie botten/skelet
Vormgeving en steun van het lichaam
Bescherming belangrijke organen
Aanhechtingsplaats voor spieren
Vormgeving gewrichten
Biedt bewegingsmogelijkheden (samen met spieren)
Reservoir voor mineralen vooral Calcium en fosfaat
Bevat het rode beenmerg waar de aanpak van de bloedcellen plaats vindt (in het
spongieus botweefsel)
Vier soorten beenderen
Platte beenderen
o Hersenschedel, schouderbladen, heupbeen, ribben, borstbeen
Pijpbeenderen
o Scheenbeen, dijbeen, kootjes vinger of teen
Onregelmatige beenderen
o Wervels longbeen
Korte beenderen
o Handwortelbeentjes, knieschijf
Vier soorten botstukken
Het skelet bestaat uit meer dan 200 botstukken (206), die in vier groepen zijn te verdelen:
Ontwikkeling van een pijpbeen
(Boek bladzijde 424)
Epifyaischijf= groeischijf
De plaats waar pijpbeenderen langer worden is
de persoon uitgegroeid dan verbeend de
groeischijf.
1
, Botopbouw (bladzijde 423)
Periost of been vlies:
o Bindweefsel vlies dat het bot aan de buitenkant omgeeft
Aan en afvoer bloed (vaten)
Compacta:
o Buitenste laag van massief bot
Cilindervormige botstructuren rond een centraal bloedvat
Spongieus botweefsel:
o Binnenlaag van sponsachtig bot
Botbalkjes met tussen de balkjes rood beenmerg
Compact botweefsel
Sponsachtig botweefsel
3 soorten kraakbeen
Vezelig kraakbeen
o Bevat veel collagene vezels
o Bestand tegen grote krachten
o Staat redelijk veel beweging toe
Bijvoorbeeld tussenwervelschijven, schaambeenderen
Elastisch kraakbeen
o Bevat veel elastische vezels
o Vervormbaar
o Staat relatief veel beweging toe
Bijvoorbeeld, neusvleugels, oorschelp
Hyaliene kraakbeen (glasachtig)
o Super glas oppervlak
o Bevat veel collagene en elastische vezels
Bijvoorbeeld gewrichten, ribben, groeischijven, strottenhoofd,
wandluchtpijp
2
Boek bladzijde 419- 444
Functie botten/skelet
Vormgeving en steun van het lichaam
Bescherming belangrijke organen
Aanhechtingsplaats voor spieren
Vormgeving gewrichten
Biedt bewegingsmogelijkheden (samen met spieren)
Reservoir voor mineralen vooral Calcium en fosfaat
Bevat het rode beenmerg waar de aanpak van de bloedcellen plaats vindt (in het
spongieus botweefsel)
Vier soorten beenderen
Platte beenderen
o Hersenschedel, schouderbladen, heupbeen, ribben, borstbeen
Pijpbeenderen
o Scheenbeen, dijbeen, kootjes vinger of teen
Onregelmatige beenderen
o Wervels longbeen
Korte beenderen
o Handwortelbeentjes, knieschijf
Vier soorten botstukken
Het skelet bestaat uit meer dan 200 botstukken (206), die in vier groepen zijn te verdelen:
Ontwikkeling van een pijpbeen
(Boek bladzijde 424)
Epifyaischijf= groeischijf
De plaats waar pijpbeenderen langer worden is
de persoon uitgegroeid dan verbeend de
groeischijf.
1
, Botopbouw (bladzijde 423)
Periost of been vlies:
o Bindweefsel vlies dat het bot aan de buitenkant omgeeft
Aan en afvoer bloed (vaten)
Compacta:
o Buitenste laag van massief bot
Cilindervormige botstructuren rond een centraal bloedvat
Spongieus botweefsel:
o Binnenlaag van sponsachtig bot
Botbalkjes met tussen de balkjes rood beenmerg
Compact botweefsel
Sponsachtig botweefsel
3 soorten kraakbeen
Vezelig kraakbeen
o Bevat veel collagene vezels
o Bestand tegen grote krachten
o Staat redelijk veel beweging toe
Bijvoorbeeld tussenwervelschijven, schaambeenderen
Elastisch kraakbeen
o Bevat veel elastische vezels
o Vervormbaar
o Staat relatief veel beweging toe
Bijvoorbeeld, neusvleugels, oorschelp
Hyaliene kraakbeen (glasachtig)
o Super glas oppervlak
o Bevat veel collagene en elastische vezels
Bijvoorbeeld gewrichten, ribben, groeischijven, strottenhoofd,
wandluchtpijp
2