001:
Opdracht
1. Waarvan is volgdosiscoëfficiënt afhankelijk?
• Wat – nuclide
• Welke – chemische verbinding en fysische vorm
• Hoe – wijze van inname
• Wie – leeftijd en biologisch gedrag patiënt
2. Waarom mogen de volgdosiscoëfficiënten die staan in het Besluit Stralingsbescherming niet
gebruikt worden om de volgdosis te berekenen van
a. Een inwendige besmetting van een patiënt bij een nucleair geneeskundig onderzoek?
Patiënten kunnen afwijkend biologisch gedrag hebben, bijvoorbeeld de schildklier uptake,
het besluit houdt hier geen rekening mee.
b. Een inwendige besmetting van een laborant op een afdeling nucleaire geneeskunde?
De vraag is onvolledig er had ene intraveneuze besmetting (iv) bij moeten staan, de
besmeeitngsroute iv is niet opgenomen in het Besluit.
c. Hoe kan ik in zo een situatie de volgdosis wel berekenen?
Met behulp van de ICRP tabellen
Ingestie
3. Maak een schets van het maagdarmkanaal en geef aan in welke compartimenten de ICRP het
maagdarmkanaal verdeelt.
,4. Na een inwendige besmetting met een radioactieve stof ten gevolge van ingestie is deze
radioactieve stof neergeslagen in de maag. Wat gebeurt er met deze radioactieve stof?
Wordt uiteindelijk verwijderd via feces
5. De volgdosiscoëfficient is afhankelijk van de leeftijd van de betrokkene. Hoe komt dit?
Is deze groter of kleiner voor een jong iemand in vergelijking tot een volwassene.
De celdeling is van invloed op de kans en de tijdsperiode waarin iemand kanker kan ontwikkelen, voor
een jong iemand is deze dus groter.
Inhalatie
6. Maak een schets van de ademhalingswegen en geef aan in welke compartimenten de ICRP de
ademhalingswegen verdeelt.
,7. Inwendige besmetting door inhalatie kan veroorzaakt worden door dampen, gassen en
aërosolen. Wat is het verschil tussen deze drie besmettingswegen. Geef voorbeelden van elk.
Zie college sheet 7-12
8. Waarmee kom je als MBB-er eventueel in aanraking?
Afhankelijk van werkzaamheden kan het met allemaal
9. Wat is een aërosol? Waar komt een aërosol in de ademhalingswegen terecht?
Een luchtdeeltje, in dit geval van een nuclide. Afhankelijk van de grootte uiteindelijk in de longblaasje
10. Na een inwendige besmetting met een radioactieve stof ten gevolge van inhalatie is deze
radioactieve stof neergeslagen in de ademhalingswegen. Wat gebeurt er met deze radioactieve
stof?
Of weer uitgeademen of via de bloed-gas uitwisseling komt deze in het bloed en daarmee de rest
van het lichaam terecht
11. Aërosolen worden i.v.m. inwendige besmetting onderverdeeld in de klassen F,M en S. Wat is het
verschil tussen deze klassen en waardoor wordt dit veroorzaakt?
Zie dia 9
, 12. Gassen en dampen worden onderverdeeld in drie klassen. Welke en wat is het verschil?
Zie dia 9
13. Bij een routinematig uitgevoerd experiment wordt 800 kBq gebruikt van een nuclide met een
e(50)-waarde van 7,3·10-9 Sv/Bq. Door slordig werken krijgt iemand die dagelijks de proef
uitvoert een duizendste deel van de gebruikte activiteit via inhalatie binnen.
Wat is de effectieve volgdosis van één jaar slordig werken?
5,84*10-6 per dag x 50 weken x 5 dagen= 1,45*10-3
002:
Het verschil aangeven tussen externe bestraling en inwendige besmetting waarbij een schatting van
de effectieve (volg)dosis.
Inwendige besmetting:
- Dosis gedurende 50 jaar na inname van een bepaalde activiteit
- E50 = effectieve volgdosis
o E50 = e50∙Ain
Uitwendige bestraling:
- Dosis gecorrigeerd voor soort straling en weefsel
- E = effectieve dosis
o E = ∑wT∙∑wR∙D
Etot = E + E50
E50 afhankelijk van:
- Fysische eigenschappen radionuclide (T1/2 fys, A, E)
- Fysische eigenschappen uitgezonden straling (α, β, γ)
- Metabool gedrag stof (waar)
- Anatomie en metabool gedrag menselijk lichaam (waar, T1/2 biol)
- Radiobiologische gegevens bestraalde organen (T1/2 biol, bron/doel organen)
e50 afhankelijk van:
- Wat – nuclide
- Welke – chemische verbinding en fysische vorm
- Hoe – wijze van inname
- Wie – leeftijd en biologisch gedrag patiënt
e50 op te zoeken in tabellen:
- Besluit stralingsbescherming – modellen