Lijst terminologie en anatomie
Dit komt op het tentamen dus ken de lijst goed. Voor het oefenen van de anatomie is deze
handig: https://www.anatomie-online.nl/index.html
Medische terminologie/ Anatomie
Anatomie Is de studie van de structuur van de mens en hun onderdelen
Fysiologie Is de wetenschap die de levensverrichtingen van de mens bestudeert
Pathologie Is de ziekteleer, deel van de medische wetenschap, dat de oorzaken en de
aard van de ziekten behandelt en de veranderingen in het lichaam die er
het gevolg van zijn.
Sagittaal vlak Staat lootrecht op een frontaal vlak en verdeelt het lichaam of delen
daarvan in links en rechts. Sagittale vlakken ontstaan door een sagittale
doorsnede door het lichaam.
Transversaal vlak Loopt evenwijdig aan het vloeroppervlak, staat loodrecht op de
lichaamsas en verdeelt het lichaam in of delen daarvan in boven en
onder. Transversale vlakken ontstaan door een transversale doorsnede
(dwars doorsnede) door het lichaam.
Frontaal/coronaal vlak Loopt evenwijdig aan de lichaamsas (lengteas) en verdeelt het lichaam of
delen daarvan in voor en achter. Frontale vlakken ontstaan door een
frontale doorsnede.
Dexter Rechts, bij symmetrisch gelegen structuren
Sinister Links, bij symmetrisch gelegen structuren
Lateraal Aan de zijkant
Mediaal Naar het midden toe
Craniaal Aan de kant van de schedel, gebruiken bij grote afstanden
Caudaal Aan de kant van de staart, gebruiken bij grote afstanden
Ventraal Aan de buikzijde, de slokdarm ligt dorsaal van de wervelkolom
Dorsaal Aan de rugzijde, de slokdarm ligt dorsaal aan de luchtpijp
Proximaal Aan de kant van de romp, bij (delen van) ledenmaten
Distaal Ver van de romp, bij (delen van) ledematen
Anterior Aan de voorkant
Posterior Aan de achterkant
, Superior Hoger gelegen, gebruiken bij kleine afstanden
Inferior Onder gelegen, gebruiken bij kleine afstanden
Internus Inwendig, bij de ligging in de diepte vooral bij zenuwen en bloedvaten
Externus Uitwendig, bij de ligging in de diepte vooral bij zenuwen en bloedvaten
Flexie Buiging, bij beweging van het ellebooggewricht, de vingers, knieën en de
tenen
Extensie Strekking, bij beweging van het ellebooggewricht, de vingers, knieën en
de tenen
Exorotatie Buitenwaartse draaiing rond een lente as, bij beweging van ledematen
Endorotatie Binnenwaartse draaiing rond de lengte as, bij beweging van de
ledenmaten
Adductie Beweging van de middenlijn af, bij beweging van ledematen
Abductie Beweging naar de middenlijn toe, bij beweging van ledematen
Supinatie Buitenwaartse draaiing van horizontaal gehouden hand/voet waardoor
de handpalm/voetrand naar boven draait
Pronatie Binnenwaartse draaiing van de horizontaal gehouden hand/voet
waardoor de handpalm/voetrand naar beneden draait
Inter- Tussen
Sub- Onder
Super- Boven
Epi- Op, bij
Retro- Achter
Peri- Rondom
Endo- Binnen
Exo- Buiten
Arteria (a.) Slagader
Arteriae (aa.) Slagaders
Dit komt op het tentamen dus ken de lijst goed. Voor het oefenen van de anatomie is deze
handig: https://www.anatomie-online.nl/index.html
Medische terminologie/ Anatomie
Anatomie Is de studie van de structuur van de mens en hun onderdelen
Fysiologie Is de wetenschap die de levensverrichtingen van de mens bestudeert
Pathologie Is de ziekteleer, deel van de medische wetenschap, dat de oorzaken en de
aard van de ziekten behandelt en de veranderingen in het lichaam die er
het gevolg van zijn.
Sagittaal vlak Staat lootrecht op een frontaal vlak en verdeelt het lichaam of delen
daarvan in links en rechts. Sagittale vlakken ontstaan door een sagittale
doorsnede door het lichaam.
Transversaal vlak Loopt evenwijdig aan het vloeroppervlak, staat loodrecht op de
lichaamsas en verdeelt het lichaam in of delen daarvan in boven en
onder. Transversale vlakken ontstaan door een transversale doorsnede
(dwars doorsnede) door het lichaam.
Frontaal/coronaal vlak Loopt evenwijdig aan de lichaamsas (lengteas) en verdeelt het lichaam of
delen daarvan in voor en achter. Frontale vlakken ontstaan door een
frontale doorsnede.
Dexter Rechts, bij symmetrisch gelegen structuren
Sinister Links, bij symmetrisch gelegen structuren
Lateraal Aan de zijkant
Mediaal Naar het midden toe
Craniaal Aan de kant van de schedel, gebruiken bij grote afstanden
Caudaal Aan de kant van de staart, gebruiken bij grote afstanden
Ventraal Aan de buikzijde, de slokdarm ligt dorsaal van de wervelkolom
Dorsaal Aan de rugzijde, de slokdarm ligt dorsaal aan de luchtpijp
Proximaal Aan de kant van de romp, bij (delen van) ledenmaten
Distaal Ver van de romp, bij (delen van) ledematen
Anterior Aan de voorkant
Posterior Aan de achterkant
, Superior Hoger gelegen, gebruiken bij kleine afstanden
Inferior Onder gelegen, gebruiken bij kleine afstanden
Internus Inwendig, bij de ligging in de diepte vooral bij zenuwen en bloedvaten
Externus Uitwendig, bij de ligging in de diepte vooral bij zenuwen en bloedvaten
Flexie Buiging, bij beweging van het ellebooggewricht, de vingers, knieën en de
tenen
Extensie Strekking, bij beweging van het ellebooggewricht, de vingers, knieën en
de tenen
Exorotatie Buitenwaartse draaiing rond een lente as, bij beweging van ledematen
Endorotatie Binnenwaartse draaiing rond de lengte as, bij beweging van de
ledenmaten
Adductie Beweging van de middenlijn af, bij beweging van ledematen
Abductie Beweging naar de middenlijn toe, bij beweging van ledematen
Supinatie Buitenwaartse draaiing van horizontaal gehouden hand/voet waardoor
de handpalm/voetrand naar boven draait
Pronatie Binnenwaartse draaiing van de horizontaal gehouden hand/voet
waardoor de handpalm/voetrand naar beneden draait
Inter- Tussen
Sub- Onder
Super- Boven
Epi- Op, bij
Retro- Achter
Peri- Rondom
Endo- Binnen
Exo- Buiten
Arteria (a.) Slagader
Arteriae (aa.) Slagaders