Borderline personality disorder
Bekrater-Bodmann (2016). Body plasticity in borderline personality disorder: a link to dissociation.
De perceptie van body ownership (BO; de sensatie dat het hele lichaam of delen van het lichaam tot het zelf
behoren) is een essentieel kenmerk van self-experience. Verschillende sensorische eigenschappen moeten
tegelijk verwerkt en geïntegreerd worden in een overeenkomstige waarneming. De rubber hand illusie
(RHI) is een middel om de ervaring van het lichaam experimenteel te manipuleren. De sensatie van
ownership voor een nep ledemaat wordt geïnduceerd door visuotactile stimulatie van het neppe ledemaat
tegelijkertijd met het echte verborgen ledemaat van de participant.
Zowel body acceptance als BO is verstoord in borderline personality disorder (BPD), wat gekarakteriseerd
wordt door emotionele dysregulatie, verstoorde interpersoonlijke relaties en beperkt self-awareness.
Dissociatie komt vaak voor in BPD. Dit is een detachment van de directe omgeving of emotionele en fysieke
ervaringen, waaronder het gevoel dat iemands lichaam niet tot henzelf behoort. Deze perceptuele
kenmerken suggereren dat dissociatie gerelateerd kan zijn aan een hoger level van body plasticity (BP). Een
relatie tussen BP en dissociatie is ook te zien in de effecten van subanesthetische doses ketamine, welke
dissociatieve ervaringen induceren en indicatoren van BP verhogen in gezonde personen.
In de huidige studie onderzochten ze de sensatie van illusoir ledemaat ownership tijdens de RHI in
patiënten met BPD. Ze verwachte een verhoogde vatbaarheid voor het RHI-paradigma in deze patiënten.
Ook verwachte ze een positieve associatie tussen dissociatie en RHI-ervaringen in BPD.
Methode
Er namen 34 participanten met een diagnose van huidige BPD, 19 participanten met BPD in remissie en 25
healthy controls (HC) deel aan de studie. Alle participanten gebruikte geen medicatie twee weken voor
deelname, allen waren vrouw, en de groepen verschilde niet significant in leeftijd. BPD-diagnose werd
bepaald door de DSM-IV en de SCID-I werd gebruikt om as-I co-morbiditeit te bepalen.
- Body plasticity: RHI werd hiervoor gebruikt. Ook werd proprioceptieve drift beoordeeld – de neiging
om iemands ledemaat als dichter bij het neppe ledemaat te lokaliseren na succesvolle RHI-inductie.
Voor en na beide condities moesten participant aangeven wat de waargenomen positie van hun
verborgen linkerhand was.
- Inductie van RHI: in de congruente conditie, werden de rubber hand en verborgen hand tegelijk geaaid,
waar in de incongruente conditie, de visuele rubber hand van proximaal tot distaal werd geaaid waar
de echte hand van distaal naar proximaal werd geaaid.
- Beoordeling van symptoom ernst en dissociatie: de Borderline Symptom List bestaat uit de subschalen
zelfperceptie, affect regulatie, zelfdestructie, dysforie, eenzaamheid en intrusies. Verder werden de
Dissociative Experiences Scale (Duitse versie) en de Dissociation-Tension-Scale acute gebruikt.
Resultaten
- Illusoir ledemaat ownership: in alle drie groepen was de RHI succesvol geïnduceerd in de congruente
conditie. Er waren hogere illusoire ledemaat ownership sensaties in tegenstelling tot distractor
sensaties. Ook waren er hogere ratings in de congruente conditie vergeleken met de incongruente
1