Neurowetenschappen
Hoorcollege 18 en 19. Zelfstudie 7. Hoofdstuk 12.
Primaire visuele baansysteem
Primaire visuele
baansysteem/Retinogeniculostriate baansysteem
is verantwoordelijk voor het overdragen van
informatie over zicht. Dit baansysteem verloopt
als volgt:
1. Axonen van ganglioncellen verlaten de
retina via de optische disc/blinde vlek.
2. Axonen van ganglioncellen bundelen
samen tot de n. opticus. Axonen in de n.
opticus zijn afkomstig van één oog.
3. Axonen in de n. opticus verlopen richting
het optisch chiasma aan de basis van het
diencephalon.
4. In het optisch chiasma kruist 60% van de axonen richting de andere zijde van het hoofd
(contralateraal). De andere 40% van de axonen verloopt aan dezelfde zijde van het hoofd
(ipsilateraal). Het gedeeltelijk kruisen van axonen zorgt ervoor dat informatie van
corresponderende punten op twee retina’s door één gebied in de cortex aan één zijde wordt
verwerkt.
5. Axonen van ganglioncellen bundelen samen tot de tractus opticus. In de tractus opticus verlopen
axonen van ganglioncellen die afkomstig zijn van twee ogen.
6. De axonen van ganglioncellen in de tractus opticus verlopen richting een aantal verschillende
structuren:
• Diencephalon.
• Laterale geniculate nucleus in de thalamus.
Axonen van neuronen in de dorsolaterale geniculate nucleus verlopen richting de
primaire visuele cortex (V1) (= striate cortex = Brodmann’s area 17) via de capsula
interna via de optic radiation.
• Suprachiasmatische nucleus in de hypothalamus.
De suprachiasmatische nucleus is betrokken bij de biologische klok en het
circadiaanse ritme.
• Mesencephalon.
• Pretectum.
Het pretectum is betrokken bij de pupilreflex. Zie Samenvatting Visuele systeem:
het oog.
• Superior colliculus.
De superior colliculus coördineert hoofd- en oogbewegingen.
Retinotopische en corticale representatie van het visuele veld
Elk oog/retina heeft een eigen visueel veld. De retina en het bijbehorende visuele veld is op te delen in:
• Nasale hemiretina.
• Temporale hemiretina.
• Superieure hemiretina.
• Inferieure hemiretina.
1
, Lichtstralen afkomstig van verschillende punten van het object vallen op de retina op een omgekeerde
manier:
• Objecten in het linkerdeel van het visuele veld worden waargenomen door de nasale hemiretina.
• Objecten in het rechterdeel van het visuele veld worden waargenomen door de temporale
hemiretina.
• Objecten in het bovenste deel van het visuele veld worden waargenomen door de inferieure
hemiretina.
• Objecten in het onderste deel van het visuele veld worden waargenomen door de superieure
hemiretina.
Het visuele veld van de temporele hemiretina is groter dan het visuele veld van de nasale hemiretina,
doordat de temporele hemiretina groter is dan de nasale hemiretina.
De visuele velden van beide ogen overlappen, waardoor er een binoculair veld ontstaat. Dit binoculaire
veld is op te delen in:
• Linker binoculaire veld.
Het linker binoculaire veld bestaat uit:
• Het visuele veld van de nasale hemiretina van het linkeroog.
• Het visuele veld van de temporale hemiretina van het rechteroog.
• Rechter binoculaire veld.
Het rechter binoculaire veld bestaat uit:
• Het visuele veld van de nasale hemiretina van het rechteroog.
• Het visuele veld van de temporale hemiretina van het linkeroog.
De axonen van ganglioncellen die in de nasale hemiretina liggen
kruisen in het optisch chiasma richting de andere zijde van het hoofd
(controlateraal), terwijl axonen van ganglioncellen die in de
temporale hemiretina liggen niet kruisen in het optisch chiasma (en
dus aan dezelfde zijde van het hoofd blijven) (ipsilateraal). Hierdoor
wordt informatie van corresponderende punten op twee retina’s
aan één zijde van het hoofd verwerkt:
• Linker binoculaire veld.
Objecten in het linker binoculaire veld vallen op de nasale
hemiretina van het linkeroog en de temporale hemiretina
van het rechteroog. De axonen van de ganglioncellen van de
nasale hemiretina van het linkeroog en temporale
hemiretina van het rechteroog komen samen in de rechter
tractus opticus.
• Rechter binoculaire veld.
Objecten in het rechter binoculaire veld vallen op de nasale
hemiretina van het rechteroog en de temporale hemiretina
van het linkeroog. De axonen van de ganglioncellen van de
nasale hemiretina van het rechteroog en temporale
hemiretina van het linkeroog komen samen in de linker
tractus opticus.
Objecten buiten het binoculaire veld, in het monoculaire veld, vallen alleen op de nasale hemiretina:
• Objecten in het linker binoculaire veld vallen op de nasale hemiretina van het linkeroog.
• Objecten in het rechter binoculaire veld vallen op de nasale hemiretina van het rechteroog.
2