1 DE BETAALBAARHEID VAN DE VERGRIJZING
De AOW voorziet alle 65-plussers van een basisuitkering. Een pensioen kan deze uitkering aanvullen
Een welvaartsvaste uitkering is gekoppeld aan de loonontwikkeling, een waardevaste uitkering is
gekoppeld aan de prijsontwikkeling.
Omslagstelsel: de werkenden van nu betalen de sociale premies voor de inactieven van nu.
Kapitaaldekkingsstelsel: de werkende betaald premie en spaart daarmee voor zijn eigen pensioen.
Het I/A ratio is de vergelijking van inactieven en actieven. Hoe groter dit is hoe lastiger de
financiering wordt, dit komt mede door de grijze druk
De vergrijzing kost geld want de actieven verrichten betaald werk maar de inactieven ontvangen een
uitkering, dit kan op verschillende manieren:
Waardevast systeem stijgt mee met de inflatie
Waardevast systeem stijgt mee met de loonstijging van werknemers
Bevriezen blijkt altijd gelijk, de koopkracht gaat naar beneden door inflatie
Korten bedrag door midden, koopkracht gaat nog sneller naar beneden
Doordat de AOW leeftijd omhoog gaat zijn er minder uitkeringen en meer actieven
Extra pensioen: zelf
gespaard
kapitaaldekkingsstelsel
Pensioenregeling van werkgevers A I ; Nu toekomst
Omslagstelsel
AOW van de overheid A I ; Nu nu
Premiedruk: Te betalen premies / inkomen X 100
Het Mans-stelsel: het stelsel van nu met een paar veranderingen:
60-plussers gaan premie ouderdomspensioen betalen over het aanvullende pensioen
De franchise wordt verlaagd naar 85% van het WML.
De aanvullende pensioenen worden waardevast
De aanvullende pensioenen worden gebaseerd op het middelloon
Het pensioen is voor ouderen die gewerkt hebben, dit is maandelijks gespaard met hun
pensioenfonds. Er ontstaat een generatiekloof, dit toekomstig probleem oplossen is moeilijk want
een economische groei vereist. Oplossingen zijn:
Pensioenleeftijd omhoog
Hoogte AOW aanpassen
Bezuinigen van de overheid
Pensioenregeling houdt in dat ouderen ontsparen, want een pensioen alleen is niet genoeg en de
jongeren sparen, de pensioenregeling.
, De wig is het verschil tussen de loonkosten voor de werkgever en het nettoloon van de werknemer.
De wis bestaan uit loonbelasting, sociale premies voor de werknemer en sociale premies voor de
werkgever. Een uitdijende wig leidt tot afwentelen, ontwijken en ontduiken
Loonkosten
Sociale premies werkgever –
Brutoloon
Sociale premies werknemer
Belasting______________
Nettoloon
De wig bestaat uit loonbelasting, sociale premies voor werknemer en weggever en uit de
pensioenpremie voor werknemer
Conjunctuur staat voor de vraagkant van de economie, de bestedingen van gezinnen, bedrijven,
overheid en buitenland. Structuur staat voor de aanbodkant van de economie, de productiefactoren.
Recessie betekent ten minste twee kwartalen achter elkaar een negatieve economische groei.
Er zijn 3 conjuncturele situaties:
1. Laagconjunctuur of onderbesteding De vraag naar goederen en diensten daalt en er wordt te
weinig besteed. Bedrijven kampen met toenemende voorraden, gaan minder produceren en
zijn gedwongen om overtollige werknemers te ontslaan. Omdat de vraag naar goederen
inzakt, zal de productie van de bedrijven minder hard stijgen of zelfs dalen. Hierdoor neemt
de werkgelegenheid af en groeit de werkloosheid. Deze werkloosheid als gevolg van te
weinig vraag wordt dan ook conjuncturele werkloosheid genoemd. Duurt zo’n periode van
onderbesteding niet al te lang, dan is er een recessie. Recessies komen regelmatig voor. Als
een periode van onderbesteding heel lang duurt, is er een depressie. Er wordt dan ook echt
minder geproduceerd en minder verdiend. Omdat de bestedingen in een depressie dalen,
blijven bedrijven zitten met onverkochte voorraden. Om toch de spullen kwijt te raken,
zullen ze de verkoopprijzen moeten verlagen. Het gevolg is daling van het prijsniveau:
deflatie. Bovendien zullen mensen en bedrijven, in afwachting van verdere prijsdalingen, hun
bestedingen nog even uitstellen, waardoor de vraag nóg meer afneemt.
2. Hoogconjunctuur of overbesteding. De tweede conjuncturele situatie is hoogconjunctuur of
overbesteding. Als het werkelijke BBP sneller groeit dan de productiecapaciteit ontstaan er
knelpunten. Hoewel bedrijven op volle toeren draaien kunnen zij niet aan de vraag naar
goederen en diensten voldoen. In zo’n situatie zullen de prijzen oplopen, want er is meer
vraag dan aanbod en de kopers bieden tegen elkaar op. Deze vorm van inflatie noemen we
bestedingsinflatie. Bedrijven kampen dan bovendien met een tekort aan personeel
3. Bestedingsevenwicht. Tijdelijk zijn de bestedingen precies gelijk aan de trendmatige groei
van het reële bbp. De prijzen en lonen zijn redelijk stabiel en is er volledige werkgelegenheid.
Anticyclisch : tegen de cyclus in
Procyclisch: de cyclus nog verder
Centrale bank kan dit beïnvloeden door de rente en de
geldhoeveelheid te veranderen. De overheid kan het
veranderen door de belasting of de overheidsuitgaven te
veranderen.