Assortiment: assortiment is de lastigste marketingmixvariabele vanwege:
- assortimentsbeleid heeft directe invloed op de positionering van de winkelformule
- assortiment moet steeds worden bijgesteld als gevolg van consumentengedrag
Indeling assortiment
- dagelijks/niet-dagelijks
- convience / shopping / specialty / preference goods
Product clusters
- speciaalzaak: smal maar diep assortiment
- warenhuis: breed maar ondiep assortiment
- category killers: breed en diep assortiment
SKU: Stock Keeping Units, dit vormt het assortiment
- category- of assortimentsmanager: degene die verantwoordelijk is voor het samenstellen
van het assortiment.
Artikelgroep: een artikelgroep, zoals koffie of bier, wordt ook wel categorie genoemd.
Assortimentsindeling: een indeling van betrokken naar mate consumenten meer betrokken
bij zijn.
1. Convience products: weinig betrokkenheid en snelle aankoopbeslissing. Vaak
producten uit de supermarkt.
2. Shopping goods: de consument is wel meer betrokken bij deze producten en maakt
al shoppend zijn keuze.
3. Specialty goods: dure aankoop waar je langer dan een dag over doet, bijvoorbeeld
een auto of een huis.
4. Preference goods: lage betrokkenheid, maar men wil wel geholpen worden bij dit
soort producten omdat ze er geen verstand van hebben. Denk aan een stofzuiger.
Assortimentsindeling binnen een winkelformule
1. Kernassortiment: het assortiment wat noodzakelijk is om het formulebeeld overeind
houdt. Dit is ook wel het assortiment wat een consument verwacht van de winkel.
2. Randassortiment: artikelen die niet noodzakelijk zijn voor het primaire formulebeeld.
Dit zijn producten die het formulebeeld versterken en aanvullen. Bijvoorbeeld voor
een schoenenwinkel zijn dit veters of zooltjes.
3. Aanvullend assortiment: producten die niet van belang zijn voor het formulebeeld,
maar vaak wel voor een goed rendement leveren. Denk aan fietsen die bij de Lidl
wordt verkocht.