Associatieleren:
Klassieke conditionering:
1e stimulus/prikkel hond kwijlen reflex/reactie
2e stimulus eten
Neutrale stimulus bel reactie = kwijlen
3e neutrale stimulus bel roept kwijlen op. reactie hond kwijlt al hij bel hoor.
VB: wekker. Wekker opstaan
VB: 8 uur journaal. 8 uur = journaal.
Operante conditionering: belonen en straffen
Belonen = gedrag wordt vaker herhaald
Straffen = gedrag dient afgenomen te worden
Rat hendel brokje
Tokensysteem sticker plakken systeem. Na een aantal stickers komt een beloning.
Observatie-leren of Modelleren: Modelleren of Sociaal-leren is het leren van observatie.
Bijvoorbeeld een kind dat bang is voor ratten, kan minder bang worden als hij andere kinderen met
ratten ziet spelen.
Behaviorisme: aangeleerd gedrag.
Objectiviteit: alleen waarneembaar gedrag van mensen en dieren
Black box: hersenen: wat in de hersenen gebeurd is niet van belang.
Wat gaat er in en eruit? Welk gedrag roept dat op?
Tabula Rasa: de mens blanco (tabula rasa), te wereld
komt en dus alle gedrag aangeleerd maar ook afgeleerd kan worden.
Stimulus: prikkel
Respons: gedrag/reactie
Generalisatie: is het geen onderscheid kunnen maken tussen verschillende stimulus.
Pavlov: grondlegger behaviorisme (Klassiek conditioneren) is door Pavlov beschreven als het
aanleren van gedrag
Skinner: grondlegger behaviorisme. Operant conditioneren is door Skinner het eerst beschreven. Hij
zei dat de geconditioneerde respons afhankelijk is van de consequentie van de stimulus.
Extinctie: is het uitdoven van de respons als er geen link meer wordt gelegd tussen de
ongeconditioneerde en de geconditioneerde stimulus.
Bekrachtigen: Reinforcement zijn de consequenties zoals belonen, straffen of negeren.
Beloning/straf
Negatief belonen is het belonen door iets vervelends weg te halen.
• Positief belonen is het belonen door iets leuks toe te voegen.
• Negatief straffen is straffen door iets leuks weg te nemen.
• Positief straffen is straffen door iets vervelends toe te voegen of op te leggen
Intermittant reinforcement is het zo nu en dan belonen of straffen, niet consequent.
Trial and error: (vallen en opstaan). Gedrag dat toevallig “per ongeluk” aangeleerd wordt.
Automutilatie: zelf verwondend gedrag.
(on)geconditioneerde stimulus: niet aangeleerde prikkel
(on)geconditioneerde respons: niet aangeleerde reactie/gedrag.
R-C model: respons/reactie-Consequentie gedrag
S-R-C model: Stimulus-Respons/reactie-consequentie van gedrag (frequentie daarvan)
S-O-R-C model: Stimulus-Organisme-Respons-consequentie gedrag (frequentie daarvan)
S-R = S = oorzaak R = reactie/respons
Klassieke conditionering:
1e stimulus/prikkel hond kwijlen reflex/reactie
2e stimulus eten
Neutrale stimulus bel reactie = kwijlen
3e neutrale stimulus bel roept kwijlen op. reactie hond kwijlt al hij bel hoor.
VB: wekker. Wekker opstaan
VB: 8 uur journaal. 8 uur = journaal.
Operante conditionering: belonen en straffen
Belonen = gedrag wordt vaker herhaald
Straffen = gedrag dient afgenomen te worden
Rat hendel brokje
Tokensysteem sticker plakken systeem. Na een aantal stickers komt een beloning.
Observatie-leren of Modelleren: Modelleren of Sociaal-leren is het leren van observatie.
Bijvoorbeeld een kind dat bang is voor ratten, kan minder bang worden als hij andere kinderen met
ratten ziet spelen.
Behaviorisme: aangeleerd gedrag.
Objectiviteit: alleen waarneembaar gedrag van mensen en dieren
Black box: hersenen: wat in de hersenen gebeurd is niet van belang.
Wat gaat er in en eruit? Welk gedrag roept dat op?
Tabula Rasa: de mens blanco (tabula rasa), te wereld
komt en dus alle gedrag aangeleerd maar ook afgeleerd kan worden.
Stimulus: prikkel
Respons: gedrag/reactie
Generalisatie: is het geen onderscheid kunnen maken tussen verschillende stimulus.
Pavlov: grondlegger behaviorisme (Klassiek conditioneren) is door Pavlov beschreven als het
aanleren van gedrag
Skinner: grondlegger behaviorisme. Operant conditioneren is door Skinner het eerst beschreven. Hij
zei dat de geconditioneerde respons afhankelijk is van de consequentie van de stimulus.
Extinctie: is het uitdoven van de respons als er geen link meer wordt gelegd tussen de
ongeconditioneerde en de geconditioneerde stimulus.
Bekrachtigen: Reinforcement zijn de consequenties zoals belonen, straffen of negeren.
Beloning/straf
Negatief belonen is het belonen door iets vervelends weg te halen.
• Positief belonen is het belonen door iets leuks toe te voegen.
• Negatief straffen is straffen door iets leuks weg te nemen.
• Positief straffen is straffen door iets vervelends toe te voegen of op te leggen
Intermittant reinforcement is het zo nu en dan belonen of straffen, niet consequent.
Trial and error: (vallen en opstaan). Gedrag dat toevallig “per ongeluk” aangeleerd wordt.
Automutilatie: zelf verwondend gedrag.
(on)geconditioneerde stimulus: niet aangeleerde prikkel
(on)geconditioneerde respons: niet aangeleerde reactie/gedrag.
R-C model: respons/reactie-Consequentie gedrag
S-R-C model: Stimulus-Respons/reactie-consequentie van gedrag (frequentie daarvan)
S-O-R-C model: Stimulus-Organisme-Respons-consequentie gedrag (frequentie daarvan)
S-R = S = oorzaak R = reactie/respons