Humanistische Psychologie H4
Person-centered. inleving, empathie, acceptatie
Houdingsaspecten: Echtheid: onvoorwaardelijke positieve gezindheid: Empathie:
3 grondhoudingen voor de hulpverlener Carl Roger
- Echtheid dat de hulpverlener voor zichzelf geen enkel gevoel ontkent en zich niet
verschuilt achter een professionele houding. Echtheid kent binnen en buitenkant.
Binnenkant (congruente) is: gevoelens en bewustzijn.
Buitenkant (transparantie) is: wat je anderen laat zien.
- Onvoorwaardelijke positieve gezindheid de hulpverlener dient open te staan voor
gevoelens, gedachten en gedrag van de cliënt (onvoorwaardelijke aanvaarding). Belevingen
moeten door de hulpverlener zonder voorwaarden worden geaccepteerd. De hulpverlener
dient zich in te leven in de cliënt zonder vooroordelen.
- Empathie. Inleven in de ander. De houding van de hulpverlener tegenover de cliënt
Empathie betekent het cognitief en emotioneel begrijpen van de ervaringen van de ander.
Bij empathie begrijp je de ander maar dit wil niet zeggen dat je jezelf ook zo voelt!
Emotionele empathie meevoelen met de ander.
Cognitieve empathie de gemoedstoestand / denkwijze van de ander begrijpen.
Interne en externe dialoog :
Interne dialoog: de interactie tussen denken en voelen. Interactie met jezelf.
Externe dialoog: interactie met anderen. Communicatief handelen
Optimistisch mensbeeld: Zeer positief beeld van de mens.
positieve psychologie:
Maslow; hiërarchie van menselijke motivaties/behoeften
Zelfrealisatie: het zelf doen van, zelf realiseren
Rogers: 3 uitgangspunten waar een hulpverlener aan
moet voldoen: inleving, empathie, acceptatie
cliënt-centered: Client-Centered therapy. cliënt centraal
person-centered: inleving, empathie,acceptatie
non-directief: niet directe werkwijzen.
Bij directe werkwijzen wordt gebruikgemaakt van:
verbieden bevelen raad geven
interpreteren suggesties doen.
acceptatie van gevoelens versus
acceptatie van gedrag:
verbaal luisteren: communicatief
non-verbaal luisteren: lichaamstaal
Gendlin: De cliënt wordt geleerd zich te richten op de gevoelens die op dat moment in hem worden
opgewekt. Lichamelijk gevoel: Buikpijn, hartpijn.
Focussing: FOCUSING (het richten van de ervaring op lichamelijke gevoelens) centraal.
intuïtieve kennis: kennis van je eigen gevoel.
lichaam als opslag van: je lichaam als opslag van je eigen kennis en gevoel.
spiegelen: spiegel voorhouden. De ander een eigenbeeld laten zien. om het externe en interne
dialoog weer op gang te brengen.
actief luisteren: intensief luisteren en proberen begrijpen.
ik-boodschap: Je formuleert wat jíj wilt en waaraan jij behoefte hebt.
Person-centered. inleving, empathie, acceptatie
Houdingsaspecten: Echtheid: onvoorwaardelijke positieve gezindheid: Empathie:
3 grondhoudingen voor de hulpverlener Carl Roger
- Echtheid dat de hulpverlener voor zichzelf geen enkel gevoel ontkent en zich niet
verschuilt achter een professionele houding. Echtheid kent binnen en buitenkant.
Binnenkant (congruente) is: gevoelens en bewustzijn.
Buitenkant (transparantie) is: wat je anderen laat zien.
- Onvoorwaardelijke positieve gezindheid de hulpverlener dient open te staan voor
gevoelens, gedachten en gedrag van de cliënt (onvoorwaardelijke aanvaarding). Belevingen
moeten door de hulpverlener zonder voorwaarden worden geaccepteerd. De hulpverlener
dient zich in te leven in de cliënt zonder vooroordelen.
- Empathie. Inleven in de ander. De houding van de hulpverlener tegenover de cliënt
Empathie betekent het cognitief en emotioneel begrijpen van de ervaringen van de ander.
Bij empathie begrijp je de ander maar dit wil niet zeggen dat je jezelf ook zo voelt!
Emotionele empathie meevoelen met de ander.
Cognitieve empathie de gemoedstoestand / denkwijze van de ander begrijpen.
Interne en externe dialoog :
Interne dialoog: de interactie tussen denken en voelen. Interactie met jezelf.
Externe dialoog: interactie met anderen. Communicatief handelen
Optimistisch mensbeeld: Zeer positief beeld van de mens.
positieve psychologie:
Maslow; hiërarchie van menselijke motivaties/behoeften
Zelfrealisatie: het zelf doen van, zelf realiseren
Rogers: 3 uitgangspunten waar een hulpverlener aan
moet voldoen: inleving, empathie, acceptatie
cliënt-centered: Client-Centered therapy. cliënt centraal
person-centered: inleving, empathie,acceptatie
non-directief: niet directe werkwijzen.
Bij directe werkwijzen wordt gebruikgemaakt van:
verbieden bevelen raad geven
interpreteren suggesties doen.
acceptatie van gevoelens versus
acceptatie van gedrag:
verbaal luisteren: communicatief
non-verbaal luisteren: lichaamstaal
Gendlin: De cliënt wordt geleerd zich te richten op de gevoelens die op dat moment in hem worden
opgewekt. Lichamelijk gevoel: Buikpijn, hartpijn.
Focussing: FOCUSING (het richten van de ervaring op lichamelijke gevoelens) centraal.
intuïtieve kennis: kennis van je eigen gevoel.
lichaam als opslag van: je lichaam als opslag van je eigen kennis en gevoel.
spiegelen: spiegel voorhouden. De ander een eigenbeeld laten zien. om het externe en interne
dialoog weer op gang te brengen.
actief luisteren: intensief luisteren en proberen begrijpen.
ik-boodschap: Je formuleert wat jíj wilt en waaraan jij behoefte hebt.