Hoofdstuk 2 2.2 Adaptatiemethorie:
(Paiget) Adaptatiemethorie: Adaptie betekent beide betekenissen van aanpassen. Wij passen ons
aan aan onze omgeving, en de omgeving wordt door ons aan ons aangepast.
Paiget werkt met schema’s tijdens de ontwikkeling in fases van een mens.
De psychologische structuur van een mens bepaalt zijn mogelijkheden zich te verhouden tot de
werkelijkheid. Adaptatie is dan het proces waarlangs vernieuwing van deze verhouding plaatsvindt.
The survival of the fittest: het organisme dat zich het beste aanpast aan de mogelijkheden en gevaren
van zijn omgeving.
Accommodatie: in dit proces overheerst de aanpassing van het individu aan de omgeving. De
persoon past zijn denken aan. Accommodatie is dan het ontwikkelen van nieuwe schema’s.
Als een persoon een beschikbaar schema toepast kan gesproken worden over Assimilatie.
4 soorten accommodatie: Exploratie – Denken – imitatie – overdracht van informatie
- Exploratie het handelend verkennen van de nog onbekende mogelijkheden.
- Denken nadenken. Wat is nog meer mogelijk? Hoe werkt het?
- Imitatie het nadoen van.
- Overdracht van info aanwijzingen nodig om daadwerkelijk wat te bereiken.
Assimilatie: Overheerst de aanpassing van de omgeving aan de persoon. De persoon past zijn
omgeving in zijn denken aan.
Het toepassen van beschikbare schema’s.
Equilibratie: betekent evenwicht. Wanneer een persoon ervaart dat zijn beschikbare schema’s
afdoende zijn om de omgeving die hij ontmoet te bevatten.
Het hele proces van het komen tot een nieuw evenwicht.
Disequilibrium: als het evenwicht hierin wordt verstoord. De persoon dient dan te accommoderen
door het aanleren van nieuwe schema’s.
2.4 Activatietheorie:
Stelling activatietheorie: “elk mens streeft naar het juiste midden tussen onderspanning en
overspanning.
Arousel / activatie: mate van aandacht verschilt per persoon.
VB mensen nadenken. Activiteiten zien, voelen doen.
hersenactiviteit hoge of lage hersengolven. (ochtend arousel /avond arousel)
De mate van spanning of opwinding die een persoon op een bepaald moment ervaart.
Spel en exploratie zijn vooral van belang met de arousel-regulerende functie.
Belangrijkste functie van exploratie Spanningsvermindering
Thermostaatfunctie: Ze kan zowel de functie hebben van spanningsverlaging als die van
spanningsverhoging.
Habituatie: Prikkels waaraan wij gewend zijn hebben de neiging om automatisch op de achtergrond
te raken.
(Paiget) Adaptatiemethorie: Adaptie betekent beide betekenissen van aanpassen. Wij passen ons
aan aan onze omgeving, en de omgeving wordt door ons aan ons aangepast.
Paiget werkt met schema’s tijdens de ontwikkeling in fases van een mens.
De psychologische structuur van een mens bepaalt zijn mogelijkheden zich te verhouden tot de
werkelijkheid. Adaptatie is dan het proces waarlangs vernieuwing van deze verhouding plaatsvindt.
The survival of the fittest: het organisme dat zich het beste aanpast aan de mogelijkheden en gevaren
van zijn omgeving.
Accommodatie: in dit proces overheerst de aanpassing van het individu aan de omgeving. De
persoon past zijn denken aan. Accommodatie is dan het ontwikkelen van nieuwe schema’s.
Als een persoon een beschikbaar schema toepast kan gesproken worden over Assimilatie.
4 soorten accommodatie: Exploratie – Denken – imitatie – overdracht van informatie
- Exploratie het handelend verkennen van de nog onbekende mogelijkheden.
- Denken nadenken. Wat is nog meer mogelijk? Hoe werkt het?
- Imitatie het nadoen van.
- Overdracht van info aanwijzingen nodig om daadwerkelijk wat te bereiken.
Assimilatie: Overheerst de aanpassing van de omgeving aan de persoon. De persoon past zijn
omgeving in zijn denken aan.
Het toepassen van beschikbare schema’s.
Equilibratie: betekent evenwicht. Wanneer een persoon ervaart dat zijn beschikbare schema’s
afdoende zijn om de omgeving die hij ontmoet te bevatten.
Het hele proces van het komen tot een nieuw evenwicht.
Disequilibrium: als het evenwicht hierin wordt verstoord. De persoon dient dan te accommoderen
door het aanleren van nieuwe schema’s.
2.4 Activatietheorie:
Stelling activatietheorie: “elk mens streeft naar het juiste midden tussen onderspanning en
overspanning.
Arousel / activatie: mate van aandacht verschilt per persoon.
VB mensen nadenken. Activiteiten zien, voelen doen.
hersenactiviteit hoge of lage hersengolven. (ochtend arousel /avond arousel)
De mate van spanning of opwinding die een persoon op een bepaald moment ervaart.
Spel en exploratie zijn vooral van belang met de arousel-regulerende functie.
Belangrijkste functie van exploratie Spanningsvermindering
Thermostaatfunctie: Ze kan zowel de functie hebben van spanningsverlaging als die van
spanningsverhoging.
Habituatie: Prikkels waaraan wij gewend zijn hebben de neiging om automatisch op de achtergrond
te raken.