Compensation, benefits & participation – hoorcollege 2
– week 9
AOW= omslagstelsel
100% = verplichting van één
euro en er is ook één euro in
kas. Dekkingsgraad moet
125% zijn
1/21
,Leerdoelen zie dia
In de praktijk wordt de term ‘pensioen’ erg ruim opgevat. Alles wat als oudedagvoorziening kan dienen, wordt
onder de noemer ‘pensioen’ gebracht. Veel definities dekken de lading niet volledig. Van Dale spreekt enkel
over pensioen als ’inkomen bij ouderdom’ terwijl pensioen ook kan worden ontvangen bij
arbeidsongeschiktheid en overlijden. Van Dale noemt specifiek ’ werknemers’, terwijl op Wikipedia daar met
geen woord over wordt gerept. Het CBS heeft het duidelijk over een loondienstverband, en over een uitkering
bij ouderdom of overlijden. Maar weer niet over arbeidsongeschiktheid. En de ‘man’ op straat noemt alles wat
hem helpt om een mogelijke inkomensterugval te repareren ‘ pensioen’. Voor ons gaat het om pensioen als er
sprake is van een inkomensverzekering die uitkeert bij ouderdom, overlijden of arbeidsongeschiktheid en die
gesloten is in het kader van een werkgevers-werknemersverhouding (de enige uitzondering daarop zijn een
aantal vrije beroepen). Later zullen we de plaats van pensioenen in het Nederlandse stelsel van
toekomstvoorzieningen nader duiden.
ABP = algemeen burgerlijk
pensioenfonds, alle ambtenaren en
gerelateerd. Grootste pensioenfonds.
Armenwet: overheid moest voor
mensen zorgen, voorloper AOW
2/21
, Leerdoelen zie dia
Nederland heeft 268 pensioenfondsen. Een pensioenfonds is een fonds dat het beheer en de uitvoer
verzorgt van de afgesproken pensioenregelingen tussen werkgevers en werknemers.
Pensioenfondsen zijn stichtingen.
90% van de Nederlanders in loondienst bouwt pensioen op via de werkgever. 80% daarvan bouwt
pensioen op in een pensioenfonds en 20% bij een verzekeraar.
Nederland heeft een vrij uniek pensioensysteem als het gaat om het pensioen dat via de werkgever
wordt opgebouwd door het
daadwerkelijk reserveren van
vermogen hiervoor. 40% van de
totale oudedagvoorzieningen (AOW,
werknemerspensioen,
privévoorzieningen) worden op deze
manier opgebouwd. Dat is veel meer
dan in andere landen in Europa waar
gemiddeld 80% van de
oudedagvoorzieningen wordt
gefinancierd met het omslagstelsel.
Hierbij worden de afdrachten direct
gebruikt om de lopende uitkeringen
van te betalen en wordt er geen
vermogen gereserveerd. Dit is zoals in
Nederland de AOW ook gefinancierd
Dia 11 = filmpje. Hieronder uitleg:
In Nederland is het stelsel van toekomstvoorzieningen gebaseerd op de drie pijlers. Dit stelsel dient
ter verzekering tegen mogelijke inkomensterugval als gevolg van ouderdom, overlijden en
arbeidsongeschiktheid.
Pijler 1: AOW
In de eerste pijler zijn de overheidsvoorzieningen ondergebracht. Voor ouderdom is dit de AOW. De
AOW is een volksverzekering. Dat wil zeggen dat alle ingezetenen van Nederland verzekerd zijn.
Ongeacht of de ingezetene inkomen geniet. AOW rechten worden opgebouwd in 50 jaar jaar
voorafgaand aan de AOW leeftijd. Elk jaar dat je daarin ingezetenen bent geweest, bouw je 2% aan
AOW-uitkering op. Als je alle 50 jaar ingezetene bent geweest, heb je dus recht op een volledige
AOW-uitkering (50 x 2% = 100%). De AOW leeftijd was lange tijd 65 jaar, is nu opgeschoven. In 2016
is de AOW-leeftijd 66,5 jaar en in 2021 zal deze 67 jaar zijn. Daarna wordt de AOW-leeftijd gekoppeld
aan de gemiddelde levensverwachting. De AOW wordt gefinancierd middels het omslagstelsel: de
inkomensgenieters van vandaag, dragen premies volksverzekeringen af over hun inkomen waarvan
de lopende AOW-uitkeringen worden betaald.
3/21