Hand-out Privaatrecht | Kwartiel 3
1
,Hand-out Privaatrecht KW 3
Rechtshandeling en overeenkomst
Leerdoel 1:
Onderscheid publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtshandelingen
Vermogensrecht in het algemeen (onderscheid goederenrecht en verbintenissenrecht
Rechtshandelingen en juridische kwalificatie van feiten
Totstandkoming overeenkomsten
Begripsbepaling goederen
Verschil tussen publiek- en privaatrecht
Publiekrecht: recht tussen overheid en burgers, overheid handelt als rechtsbevoegd
Privaatrecht: recht tussen burgers, overheid kan als burger meedoen
Wie kan er handelen? Mensen van vlees en bloed EN rechtspersonen (BV/NV of stichtingen)
Rechtssubject: drager van rechten en plichten
- Natuurlijk persoon (van vlees en bloed)
- Rechtspersoon (Groep van natuurlijke personen/organisatie die zelfstandig
(vertegenwoordigd door een natuurlijk persoon) aan het rechtsverkeer deelneemt)
Feitelijke handeling -> juridische consequenties niet beoogd
Rechtshandeling -> juridische consequenties betoogd
Privaatrechtelijke rechtshandeling
Publiekrechtelijke rechtshandeling
2
,Hand-out Privaatrecht KW 3
Rechtshandeling
= de handeling die erop gericht is een bepaald rechtsgevolg in het leven te roepen. Dit kan
bedoeld of onbedoeld.
(art. 3:33 BW): “een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich
door een verklaring heeft geopenbaard”.
Verschillende soorten rechtshandelingen
1. Eenzijdig of meerzijdig:
Eenzijdig -> geen acceptatie nodig, wilsverklaring van 1 partij is voldoende.
3
, Hand-out Privaatrecht KW 3
Meerzijdig -> (schenken, wederzijdse aanvaarding) wilsverklaring van meer dan een
persoon is noodzakelijk = overeenkomsten
2. Gericht of ongericht (eenzijdig!)
Eenzijdig Gericht -> een eenzijdige rechtshandeling gericht tot een ander persoon bv
opzeggen huurovereenkomst
Eenzijdig Ongericht -> een eenzijdige rechtshandeling niet tot een bepaald persoon gericht
bv aanbod op marktplaats of testament maken
3. Verricht onder tijdsbepaling of onder voorwaarde
Tijdsbepaling -> de werking van de rechtshandeling is afhankelijk van een zekere
toekomstige gebeurtenis waarvan het moment van intreden niet perse vast hoeft te staan
(iPad met de kerst cadeau)
Voorwaarde -> de werking van de rechtshandeling is afhankelijk van een onzekere
toekomstige gebeurtenis (iPad cadeau als zoon niet gaat roken)
Deze beide kunnen zowel opschortend als ontbindend optreden:
- Opschortend = de rechtshandeling krijgt pas werking op het moment dat de
toekomstige gebeurtenis plaatsvind
- Ontbindend = de rechtshandeling krijgt onmiddellijk werking, maar vervalt op het
moment dat de toekomstige gebeurtenis plaatsvind.
Het inroepen van een ontbindende voorwaarde heeft geen terugwerkende kracht. De overeenkomst heeft
immers bestaan!
Het inroepen van de voorwaarde heeft geen terugwerkende kracht.
Met terugwerkende kracht houdt in dat iets wat in het heden gebeurt, gevolgen heeft voor het verleden.
Een overeenkomst die wordt gesloten onder een ontbindende voorwaarde geldt dus direct. Als de
ontbindende voorwaarde in vervulling gaat kan de overeenkomst worden ontbonden. Bij ontbinding
ontstaan er wel verplichtingen om datgene wat intussen is verricht weer ongedaan te maken (≠
terugwerkende kracht!).
Bij een opschortende voorwaarde ontstaat pas concreet een overeenkomst als een toekomstige
onzekere gebeurtenis intreedt.
4