Functies van het recht:
Normatieve functie: het vastleggen van ethische normen
Geschiloplossende functie: eigeninrichting is verboden, dus de wet lost geschillen op
Additionele (aanvullende) functie: als er geen sluitende afspraken zijn gemaakt over iets dan
vult de wet daarin aan
Instrumentele functie: het regelen van praktische zaken (iedereen rijdt rechts)
H2: verbintenissenrecht (boek 3 en 6 BW)
Obligatoire overeenkomsten: verbintenis waaruit rechten en plichten voorvloeien.
Wederkerige overeenkomst: beide partijen nemen een plicht op zich en verkrijgen een recht
(bijvoorbeeld: brood kopen bij de bakker).
Eenzijdige overeenkomst: een overeenkomst waaruit maar één verbintenis voorkomt
(bijvoorbeeld: schenking van een ring).
Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding ervan. Een bod mag worden
ingetrokken, mits het aanbod nog niet is ingetrokken en nog niet onherroepelijk is gemaakt
(bijvoorbeeld: een weekactie).
Voor een overeenkomst is een overeenkomst van willen nodig. Dit betekent dat de verkoper
verklaard moet hebben dat hij wil verkopen en de koper dat hij wil kopen (art 33 BW 3).
Wilsdefect: wat het persoon in eerste instantie verklaarde, zegt hij dat hij eigenlijk niet wilde. Er is
een discrepantie tussen wil en verklaring geweest. Wils- en vertrouwensleer: Er komt echter wel een
overeenkomst tot stand als de koper er in redelijkheid op kan vertrouwen dat wil en verklaring van
de verkoper wél in overeenstemming waren (art 35 BW 3). Er is een speciale regeling voor mensen
met een geestelijke stoornis of die onder de invloed van middelen zijn (art 34 BW 3).
Wilsgebrek: er is overeenstemming van wil en verklaring, alleen de wil is gebrekkig gevormd. Als dit
kan worde bewezen is de overeenkomst vernietigbaar en moeten de verbintenissen ongedaan
worden gemaakt. De categorieën van wilsgebrek zijn:
Dwaling (art 228 BW 6/HNR p. 57): als een partij een overeenkomst heeft gesloten die hij, als
hij van de werkelijke situatie op de hoogte was geweest, niet had gesloten (bijvoorbeeld:
antieke klok is eigenlijk maar 2 jaar oud). De koper moet hebben gedwaald over de
zelfstandigheid van de zaak. Hierbij moet aan ten minste één van de volgende voorwaarden
zijn voldaan:
1. De dwaling is te wijten aan een inlichting van de wederpartij
2. De wederpartij had de dwalende behoren in te lichten, maar heeft dit nagelaten.
3. De wederpartij ging van dezelfde onjuiste veronderstelling uit als de dwalende.
Bedrog (art 44 BW 3): iemand wordt bewogen tot het verrichten van een bepaalde
rechtshandeling door onjuiste mededelingen te doen of door daarvan juist opzettelijk af te
zien (bijvoorbeeld: terugdraaien van kilometerstand). Schade geleden door bedrog kan
worden verhaald.
Bedreiging (art 44 BW 3): iemand wordt met ongewone pressiemiddelen bewogen tot het
aangaan van rechtshandelingen.i
Samenvatting van Elmar Nijkamp
, Misbruik van omstandigheden (art 44 BW 3): gebruik maken van een bijzondere situatie
waarin iemand verkeert. Bijvoorbeeld: abnormale geesttoestand door overlijden familielid,
lichtzinnigheid, afhankelijkheid etc.
Hiernaast is het zo dat een overeenkomst die in strijd is met de wet, goede zeden of openbare orde
automatisch nietig zijn en dus nooit (echt) hebben bestaan (bijvoorbeeld: inhuren huurmoordenaar/
art 40 BW 3).
Handelingsbekwaamheid: het gegeven dat iemand in staat is om onaantastbare rechtshandelingen
te verrichten. Een rechtshandeling valt onder de categorie rechtsfeiten, dit zijn juridisch relevante
feiten, dit houdt in dat er een rechtsregel (wet) is die er een bepaald rechtsgevolg aan verbind (zoals
het kopen van een product, hieruit volgt namelijk dat ik de prijs ervoor moet betalen). Een
rechtshandeling is een rechtsfeit, maar specifiek een met een gewild rechtsgevolg. Een obligatoire
overeenkomst is dus een rechtshandeling.
Rechtsfeiten (HNR p. 60):
Rechtshandeling: gewild rechtsgevolg
o Meerzijdige rechtshandeling
o Eenzijdige rechtshandeling
Feitelijke handeling: onverschillig tegenover of rechtsgevolg gewild is of niet (bijvoorbeeld:
per ongeluk een deuk in iemands auto maken).
o (on)rechtmatige daad
Bloot rechtsfeit: een feit waarbij rechtsgevolgen ontstaan, zonder dat de betrokkene in staat
is om wezenlijk invloed erop uit te oefenen (bijvoorbeeld: doodgaan, AOW-leeftijd
bereiken).
Handelingsonbekwame mensen zijn mensen onder de 18 of mensen die onder curatele zijn gesteld
(geestelijke stoornis en/of drank/drugsmisbruik). Rechtshandelingen (overeenkomsten bijvoorbeeld)
die een handelingsonbekwaam persoon aangaat kunnen door de curator worden vernietigd.
Minderjarigen kunnen echter wel voor bepaalde rechtshandelingen toestemming hebben gekregen
van de curator. Toestemming dient verondersteld te zijn verleend als men rechtshandelingen
aangaat waarin het in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk is dat minderjarigen van zijn leeftijd
deze zelf aangaan (HNR p. 62). Handlichting is als de rechter de minderjarige als handelingsbekwaam
veronderstelt en daarvoor dus toestemming verleent met betrekking tot een specifieke activiteit,
bijvoorbeeld het oprichten van een bedrijf.
Samenvatting: Er is een overeenkomst tussen twee partijen als er sprake is van aanbod en
aanvaarding en wanneer er aaneensluitende wilsverklaringen zijn. Echter weer niet als een van de
partijen kan stellen en bewijzen dat:
1. Zijn verklaring niet strookte met zijn wil (geen goede wilsverklaring), dit verweer heeft geen
succes als de wederpartij kan aantonen dat hij in redelijkheid erop mocht vertrouwen dat wil
en verklaring wél overeenstemden (art. 3:35 BW). Ook is er een speciale regeling voor
mensen die onder de invloed van een geestelijke stoornis of verdovende middelen
handelde.
2. Zijn wil gebrekkig was gevormd (dwaling, bedreiging, bedrog of misbruik) de overeenkomst
is vernietigbaar.
3. De overeenkomst in strijd met de wet, openbare orde of goede zeden is, de overeenkomst is
vernietigbaar, tenzij art 3:40 lid 2 BW van toepassing is.
Samenvatting van Elmar Nijkamp
, 4. Hij handelingsonbekwaam was, de overeenkomst is vernietigbaar.
De inhoud van een overeenkomst (HNR p.68) is niet alleen gebaseerd op de letterlijke tekst, maar
ook de context van de overeenkomst, zoals de maatschappelijke positie van de partijen. Er moet dus
gekeken worden naar wat de partijen redelijkerwijs moeten hebben bedoeld en wat ze redelijkerwijs
van elkaar mochten verwachten. Ook heeft de wet, met zijn aanvullende en dwingende karakter een
stem in de vorming van een overeenkomst. Als er iets onwettigs wordt overeengekomen dan wordt
zo een overeenkomst nietig en als er dingen niet zijn afgesproken dan heet de wet een aanvullend
karakter. Gewoonterecht kan hier ook een rol in spelen.
Redelijkheid en billijkheid (art 6:248 lid 1 BW):
Aanvullende werking (van redelijkheid en billijkheid) : er zijn geen expliciete afspraken
gemaakt over een deel inhoud van de inhoud van een overeenkomst waar geschil over
ontstaat, waar geen wet of gewoonte over is vastgesteld (geen aanknopingspunten). Dan
moet de overeenkomst worden uitgebreid met wat het meest redelijke standpunt is.
Beperkende werking (van redelijkheid en billijkheid) : de rechter bepaald dat een stuk van
het overeenkomst niet geldt, ook al is het door beiden partijen expliciet overeengekomen,
op grond van de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid.
Exhoneratiebeding: het expliciet niet verantwoordelijkheid op zich nemen voor iets, door dit in een
contract/overeenkomst vast te stellen.
Wanprestatie: tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst
Niet-deugdelijke nakoming
Niet-nakoming
Late nakoming
De rechten van iemand die te maken krijgt met en wanprestatie zijn deze zeven (HNR p. 70 en 79):
1. Nakoming van hetgeen waartoe de wederpartij zich verplicht had (art. 3:296 BW): nakoming
kan echter niet gevorderd worden als het feitelijk gezien niet meer kan.
2. Ontbinding van de overeenkomst: beide partijen worden bevrijd van de verplichtingen, dit
kan alleen echter bij een wederkerige overeenkomst. Als nakoming nog mogelijk is moet de
wederpartij eerst in verzuim worden gesteld. Ontbinding kan door een schriftelijke,
buitengerechtelijke verklaring (brief, mail) of het kan door de rechter worden uitgesproken.
Ontbinding heeft geen terugwerkende kracht er is slechts een persoonlijke verbintenis tot
ongedaanmaking van wat men reeds ontvangen heeft.
3. Vervangende schadevergoeding: zie hieronder
4. Aanvullende schadevergoeding: als er extra kosten zijn gemaakt kan met een aanvullende
schadevergoeding eisen. Men kent hierin vertragingsschade: schade die is ontstaan door een
niet correcte levering op de overeengekomen datum en gevolgschade: schade die is
voortgekomen uit een ondeugdelijke nakoming. Ook kan de verweerder zich hierbij
beroepen op overmacht.
5. Nakoming met aanvullende schadevergoeding : als er door late/niet/ondeugdelijke nakoming
kosten zijn gemaakt kan met nakoming vorderen en een aanvullende schadevergoeding.
6. Ontbinding met aanvullende schadevergoeding:
7. Vervangende en aanvullende schadevergoeding:
Samenvatting van Elmar Nijkamp