Les 1.1 ~ De onderzoekende houding van de G&T-
verpleegkundige
Doelen
- Benoemen wat de kenmerken van een onderzoeker zijn
- Verwoorden wat de onderzoek cyclus is
- Uitleggen wat de fasen van (praktijkgericht) onderzoek zijn
Literatuur
- Wat is onderzoek? (Boekenlijst)
o Hoofdstuk 1: De functie van onderzoek t/m 1.1: Onderzoek moet je leren
o 1.5: De onderzoekcyclus
o 1.6: Fasen in Onderzoek
Kenmerken van een onderzoeker
- Houding
De houding moet onafhankelijk zijn. Dat wil zeggen dat jouw persoonlijke
voorkeuren geen rol spelen in het onderzoek. Als onderzoeker streef je naar
openheid van je onderzoek, je bent ontvankelijk voor commentaar van je
collega’s. Je legt verantwoording af over je resultaat.
- Kennis
Kennis van methoden is en blijft een belangrijk onderdeel van het verrichten
van onderzoek. Je moet ook kennis hebben van het onderwerp van het
onderzoek.
- Vaardigheden
Je krijgt vaardigheden in het doen van onderzoek door er actief mee bezig te
zijn. Soms is het bij het verrichten van onderzoek van belang dat je een aantal
‘trucjes’ aanleert.
Onderzoekcyclus
Bij het opzetten en uitvoeren van een onderzoek stel je jezelf gedurende vragen. Ook tijdens
het onderzoek stel je jezelf voortdurend vragen naar de functie, naar de vordering, de
verandering. Je doorloopt telkens het proces, als in een kringloop, een cyclus.
Empirische cyclus = Cyclus die alle fasen van empirisch onderzoek weergeven. Proces dat je
kunt zien als spiraal of kringloop, je doet een onderzoek waarbij je
telkens stappen volgt. Je doorloopt de reeks keer op keer, maar je
begint niet telkens op hetzelfde punt. In meer interpretatieve
stromingen wordt dit iteratie genoemd.
PTO-schema = Probleem-Theorie-Onderzoek schema
Het PTO-schema geeft aan dat er telkens opnieuw wordt gekeken naar
het probleem.
Regulatieve cyclus = Cyclus voor praktijkgericht onderzoek, gericht op beslissingen en/of
veranderingen.
,Doel cyclus Het bieden van een kader waar binnen het oplossen van een
praktijkprobleem ondersteund wordt. Deze cyclus is handig hulpmiddel bij het vormgeven
van je onderzoek.
Fasen in onderzoek
Praktijkonderzoek kan uit de volgende fasen bestaan. (Er zijn veel verschillende variaties)
1. Probleemanalyse
Doel Het krijgen van een goede afbakening van je doel- en probleemstelling.
2. Onderzoeksonderwerp
Je maakt een ontwerp waarin je aangeeft hoe je de onderzoeksvraag gaat
beantwoorden, welke dataverzamelingsmethoden je daarbij gebruikt, hoeveel tijd en
welke middelen je daarbij nodig hebt, en wie er bij je onderzoek betrokken zijn.
3. Dateverzameling
Je gaat gegevens verzamelen die je nodig hebt om een antwoord op de
onderzoeksvraag te geven.
4. Data-analyse
Je analyseert de verzamelde gegevens.
5. Rapportage
Je kijkt nog eens terug op de afgelopen fasen.
Werkcyclus = Cyclus die alle fasen van praktijkgericht onderzoek weergeeft. Deze cyclus is
gebaseerd op de hierboven beschreven fasen. Deze cyclus geeft in grote lijnen
de werk volgorde van de onderzoeksopzet en –uitvoering weer.
Kwantitatief onderzoek Een meetbaar onderzoek.
, Kwalitatief onderzoek Observeren, afnemen van enquêtes.
Les 2.1 ~ Kritisch zijn op de kennis die er is
Doelen
- Beoordelen van literatuur op bruikbaarheid
- Citeren en een referentielijst opstellen volgens de APA-richtlijnen eventueel met het
gebruik van Endnote
- Omschrijven wat zoekregels zijn voor het zoeken naar informatie op het internet
(inclusief Big6)
Literatuur
- Wat is onderzoek doen? (Boekenlijst)
o 2.3: ‘Informatie verzamelen’
o 11.3: ‘Literatuurverwijzingen en bijlagen maken’
- APA-richtlijnen (Zie link les 2.1)
Vooronderzoeksfase Je verzamelt informatie. Je oriënteert je je op het onderwerp en de
wensen van de mogelijke opdrachtgever en je bakert de vraagstelling zo goed mogelijk af. Je
kijkt ook naar dit onderwerp of er al eerdere onderzoeken hiervan zijn gepubliceerd.
Tegenwoordig zijn er zoveel hits op het internet dat je specifieker moet zoeken. Hiervoor zijn
tools ontwikkeld om vooral op het internet het zoeken gemakkelijker te maken.
Om de juiste informatie te zoeken, bekijk dan altijd de bron waar je het vandaan haalt om te
kijken of de informatie wel betrouwbaar is. Alle mensen kunnen namelijk alles op internet
zetten wat ze willen.
Inductie = Op basis van een aantal herhalingen/ervaringen iets generaliseren.
Deductie = Algemene regel die toepasbaar is op enkele gevallen.
PTO
Probleem – Theorie – Onderzoek
Informatie zoeken: Big6
The Big6 is een zoekmethode. Er worden zes regels gepresenteerd op grond waarvan je de
zoekopdracht omschrijft, vervolgens op zoek gaat en je resultaten evalueert.
1. Definieer het probleem, de zoekopdracht
Je formuleert een zoekvraag. Je stelt vast welke informatie je al hebt en welke
informatie je nog moet zoeken
2. Bepaal waar je gaat zoeken
3. Kies de juiste zoekstrategie
Je bepaalt op welke manier je in de gevonden boeken, internetpagina’s of
documenten op zoek gat naar de informatie die jij nodig hebt.
4. Bestudeer en selecteer de informatie
5. Organiseer de informatie
6. Evalueer het resultaat
Heb je voldoende informatie verzameld, of moet je nog verder zoeken?