Les 1
de vijf rechtsgebieden onderscheiden;
o Staatsrecht
Bevat rechtsregels die betrekking hebben op de organisatie van de staat en de organen
daarvan. Een belangrijke is de grondwet.
o Bestuursrecht
Hoe de overheid de uitvoerende taak moet uitvoeren. Een belangrijke is de algemene
wet bestuursrecht.
o Strafrecht
Om gedrag van mensen te beïnvloeden kun je hen stimuleren maar moet je hen soms
ook straffen. Vooraf is bepaald welk gedrag niet wenselijk is en met welke straf je dan te
maken kunt krijgen. Ook wordt er geregeld wie ertegen mogen optreden.
o Volkenrecht
Dit gaat over mensen die de hele wereld rondreizen, om handel te drijven, om familie te
bezoeken of om op vakantie te gaan. Dit gaat over internationale regels die voornamelijk
vastliggen in verdragen, gewoonterecht en besluiten van volkenrechtelijke organisaties.
Bijvoorbeeld de VN.
o Burgerlijk recht (meest omvangrijk rechtsgebied)
Hierin liggen de regels vast over personen en over het vermogen over de personen.
Bijvoorbeeld: personen en familierecht, gewoonterecht, rechtspersonenrecht (bv.),
overeenkomstenrecht en arbeidsrecht.
uitleggen wat het verschil is tussen publiekrecht en privaatrecht;
o Bij publiekrecht staat de verhouding tussen de burgers en de overheid centraal.
Hieronder vallen het staatsrecht, bestuursrecht, strafrecht en volkenrecht. Kluwer
deel 2. – verticaal
o Bij privaatrecht staat de verhouding tussen burgers onderling centraal. Belangrijkste
vorm hiervan is het burgerlijkrecht, dat staat in Kluwer deel 1. – horizontaal
uitleggen wat het verschil is tussen materieel en formeel recht;
o Materieel recht = regels die betrekking hebben op de rechten en plichten van
personen in hun onderling verkeer.
o Formeel recht = regels die over de wijze van een procederen voor de rechter. ->
procesrecht.
uitleggen wat het verschil is tussen nationaal recht en internationaal recht;
o Ieder land bepaald voor zijn grondgebied de omvang en inhoud van zijn eigen
rechtsregels (soevereiniteit)
Nationaal
Het betekent dat in Nederland het Nederlandse recht geldt.
o Internationaal (volkenrecht)
Veel samenwerking tussen landen, zowel op Europees niveau als wereldwijd. Dit
recht is wereldwijd vooral geregeld in verdragen tussen individuele landen onder
elkaar.
, In Europa heeft een groep van 27 landen door middel van het verdrag voor de
Europese unie met elkaar afspraken gemaakt.
uitleggen wat het verschil is tussen objectieve rechten en subjectieve rechten;
o Objectief recht = de rechtsregels van het objectieve recht ordenen de verhouding
tussen personen door aan hen bevoegdheden en verplichtingen toe te kennen.
o Subjectief recht = de bevoegdheid die iemand in een concreet geval aan een regel
van objectief recht ontleent.
uitleggen welke rechtsbronnen er zijn en deze gebruiken;
o de wet;
o de jurisprudentie (de rechtsspraak);
o de gewoonte;
o verdragen en sommige besluiten van volkenrechtelijke organisaties.
uitleggen wat een rechtsregel is en waarin het verschilt met een gedragsregel;
o Een rechtsregel is een regel van het recht of wel een regel waarin recht is opgenomen.
Een rechtsregel is een waarde welke voor het recht in de norm is gevat, dus een regel.
o Een gedagsregel is een gedrag wat van je wordt verwacht. Vloeien niet uit een
rechtsbron maar kun je meer zien als een omgangsnorm. Ook kan je deze niet afdwingen
bij de rechter.
Extra informatie:
Het recht kent drie voorrangsregels:
Een hogere regel heeft voorrang boven een lagere regel.
Een nieuwe regel heeft voorrang boven een oude regel.
Een speciale regel heeft voorrang boven een algemene regel.
, Les 2
de trias politica in historisch perspectief uitleggen;
17e eeuw nog geen sprake van parlementen en regeringen.
Lodewijk de 14e zei L’état, c’est moi (de staat dat ben ik).
Montesquieu schreef het boek boek ‘de l’Esprit des Lois, waarin hij het idee van de trias
politica introduceerde.
Velen jaren later zijn die ideeën in vee landen doorgevoerd alleen niet precies zoals hij dat
beschreef. In Nederland hebben we bijvoorbeeld 1 partij die zowel wetgevende als
uitvoerende macht is.
uitleggen hoe de trias politica in het Nederlandse staatsbestel wordt toegepast;
Wetgevende macht
- Regering + Staten-Generaal art. 80 Gw.
- Staten-Generaal = de eerste en tweede kamer art. 50 en 51 Gw.
- Staten-Generaal -> parlement
- Regering + Staten-Generaal zijn bevoegd tot het maken van wetten, dat zijn
algemeen verbindende voorschriften.
Uitvoerende macht (bestuur)
- De regering = de Koning en ministers art. 42 Gw.
- Ministerraad = ministers tezamen art. 45 Gw en wordt voorgezeten door de minister-
president.
- In de minsterraad worden besluiten genomen over een tal kwesties van algemeen
regeringsbeleid.
- Kabinet = ministers en staatssecretarissen samen.
- Wetgevende bevoegdheid van de regering = AMvB’s.
Rechtsprekende macht
- Rechtelijke macht en gerechten die niet tot de rechtelijke macht behoren art. 112
Gw.
- Geheel in overeenstemming met de trias politica is dat de hoofdzaak van de
rechterlijke macht bestaat uit de beslechting van geschillen op basis van algemene
regels, zoals die zijn vastgelegd in de wetgeving.
- In sommige gevallen wordt de rechter niet ingeschakeld om in een geschil een
beslissing te nemen, maar om voor een burger iets vast te stellen zonder dat er
sprake is van een geschil
-> beschikking.
uitleggen wat de kenmerken van een rechtsstaat zijn;
1. Legaliteitsbeginsel
De overheid, het bestuur, moet zich aan de rechtsregels houden en dat al het
overheidsoptreden is te herleiden van een wet.
2. Scheiding der machten
Een scheiding tussen de overheidsmachten, zoals is uitgelegd bij de trias politica. Hierbij
hangt dus samen de onafhankelijke rechtsspraak
3. Onafhankelijke rechtspraak
Hangt samen met nummer 2.
4. Eerbieding grondrechten
Grondrechten zijn rechten die jou tegen de overheid beschermen, die zijn vooral
belangrijk voor minderheden.