HC 5 DB2 (voorbereiding Vpb Master)
Subject gebonden toerekening van winst
Moeder houdt alle aandelen in dochter of maatschap. Moeder en Dochter
aan Vpb onderworpen (mits in NL gevestigd). Maatschap en maten niet
onderworpen aan Vpb (maar IB). Een maatschap is transparant en dus
geen subject voor Vpb. Winst maatschap wordt belast bij achterliggende
participanten/maten i.c. de m-vennootschap.
Moeder:
Subject van heffing;
Object van heffing (incl. winst maatschap als zodanig);
Maatschap:
Geen subject van heffing;
Geen object van heffing;
Moeder ---- dochter
Moeder subject van heffing;
Moeder object van heffing incl. winst uit aandelen in D, maar niet de
winst van D als zodanig;
Dochter subject van heffing;
Dochter object van heffing;
Moeder: winst op aandelen D (=winst na vennootschapsbelasting
van D) in beginsel belast bij M;
Winst van dochter belast bij dochter;
Moeder en dochter worden allebei voor hun eigen winst belast. Als de
dochter dividend uitkeert aan moeder, dan is dat dividend afkomstig uit de
winst bij de dochter. Die winst is al belast (Vpb) geweest bij de dochter. Als
je geen dnv zou hebben dan is het uitgekeerde dividend weer bij de
moeder belast als winst (= 2x Vpb heffen over dezelfde winst =
economische dubbele heffing). Voorkomen van die dubbele heffing d.m.v.
de deelnemingsvrijstelling ex art. 13 Vpb. De winst die door de dochter
wordt gemaakt wordt na uitkering aan de moeder niet nogmaals belast.
Uitgekeerde winst bij moeder vrijgesteld mits aan de voorwaarden is
voldaan.
, Deelnemingsvrijstelling: karakter en ratio
Art. 13 lid 1 Vpb: bij het bepalen van de winst blijven buiten aanmerking
de voordelen uit hoofde van een deelneming, alsmede de kosten ter zake
van de verwerving of vervreemding van die deelneming
(deelnemingsvrijstelling):
Vrijstelling van het object ‘voordelen uit deelneming’;
o O.a. dividenden/vervreemdingswinsten (moeder verkoopt
aandelen dochter en daar wordt winst mee gemaakt dan
verkoopwinst vrijgesteld – omgekeerd geldt het ook: verliezen
bij verkoop aandelen dochter, dan verlies niet aftrekbaar);
Imperatieve regeling: geen optionele regeling; geen verzoek;
Geldt zowel voor NLe als voor buitenlandse deelnemingen;
Moeder-dochterrichtlijn: harmoniseert regelingen zoals o.a. de dnv. Onder
bepaalde voorwaarden zijn de lidstaten verplicht te voorkomen dat
dividenden e.d. dubbel worden belast.
Ratio dnv
Ne bis in idem beginsel: de dnv strekt ertoe te voorkomen dat in een
deelnemingsverhouding dezelfde winst tweemaal in een belasting
naar de winst wordt betrokken (voorkomen dubbele economische
heffingen: dezelfde winst bij twee verschillende vennootschappen).
Verlengstukgedachte: het gaat er niet om elders belaste winst in alle
omstandigheden vrij te stellen, maar om elders belaste ‘eigen winst’
of wel winst uit een bezit dat in lijn ligt van de normale uitoefening
van de door de belastingplichtig gedreven onderneming.
We willen wel dubbele economische heffing voorkomen, maar niet voor
alle winst. Alleen winsten voor zover het gaat om ‘eigen winsten’. Winsten
die zijn gemaakt met ondernemingen die in het verlengde ligt van de
onderneming van de moedervennootschap. Consolidatie bedoelde
gedachte. Verband houden met de ondernemingsactiviteiten van de
moeder.
Dit effect is beperkter dan het ne bis in idem beginsel.
Te verklaren vanuit zelfstandigheidsgedachte: twee zelfstandige
entiteiten, dit is een van de basistheorieën die aan de Vpb ten grondslag
ligt. Dus elke entiteit wordt zelfstandig belast, maar in het geval van
economische dubbele heffing is dit niet gewenst.
Ratio dnv t.a.v. deelnemingen in buitenlandse vennootschappen:
Voorkoming van dubbele belasting: in het geval van een
buitenlandse dochtervennootschap wordt door de dnv dubbele
belasting, geheven door verschillende staten, voorkomen.
Kapitaalimportneutraliteit: door de vrijstelling kunnen actieve
dochtermaatschappijen van in Nederland gevestigde moeders in
buitenlandse markten fiscaal gezien op gelijke voet concurreren met
lokale ondernemingen.
Subject gebonden toerekening van winst
Moeder houdt alle aandelen in dochter of maatschap. Moeder en Dochter
aan Vpb onderworpen (mits in NL gevestigd). Maatschap en maten niet
onderworpen aan Vpb (maar IB). Een maatschap is transparant en dus
geen subject voor Vpb. Winst maatschap wordt belast bij achterliggende
participanten/maten i.c. de m-vennootschap.
Moeder:
Subject van heffing;
Object van heffing (incl. winst maatschap als zodanig);
Maatschap:
Geen subject van heffing;
Geen object van heffing;
Moeder ---- dochter
Moeder subject van heffing;
Moeder object van heffing incl. winst uit aandelen in D, maar niet de
winst van D als zodanig;
Dochter subject van heffing;
Dochter object van heffing;
Moeder: winst op aandelen D (=winst na vennootschapsbelasting
van D) in beginsel belast bij M;
Winst van dochter belast bij dochter;
Moeder en dochter worden allebei voor hun eigen winst belast. Als de
dochter dividend uitkeert aan moeder, dan is dat dividend afkomstig uit de
winst bij de dochter. Die winst is al belast (Vpb) geweest bij de dochter. Als
je geen dnv zou hebben dan is het uitgekeerde dividend weer bij de
moeder belast als winst (= 2x Vpb heffen over dezelfde winst =
economische dubbele heffing). Voorkomen van die dubbele heffing d.m.v.
de deelnemingsvrijstelling ex art. 13 Vpb. De winst die door de dochter
wordt gemaakt wordt na uitkering aan de moeder niet nogmaals belast.
Uitgekeerde winst bij moeder vrijgesteld mits aan de voorwaarden is
voldaan.
, Deelnemingsvrijstelling: karakter en ratio
Art. 13 lid 1 Vpb: bij het bepalen van de winst blijven buiten aanmerking
de voordelen uit hoofde van een deelneming, alsmede de kosten ter zake
van de verwerving of vervreemding van die deelneming
(deelnemingsvrijstelling):
Vrijstelling van het object ‘voordelen uit deelneming’;
o O.a. dividenden/vervreemdingswinsten (moeder verkoopt
aandelen dochter en daar wordt winst mee gemaakt dan
verkoopwinst vrijgesteld – omgekeerd geldt het ook: verliezen
bij verkoop aandelen dochter, dan verlies niet aftrekbaar);
Imperatieve regeling: geen optionele regeling; geen verzoek;
Geldt zowel voor NLe als voor buitenlandse deelnemingen;
Moeder-dochterrichtlijn: harmoniseert regelingen zoals o.a. de dnv. Onder
bepaalde voorwaarden zijn de lidstaten verplicht te voorkomen dat
dividenden e.d. dubbel worden belast.
Ratio dnv
Ne bis in idem beginsel: de dnv strekt ertoe te voorkomen dat in een
deelnemingsverhouding dezelfde winst tweemaal in een belasting
naar de winst wordt betrokken (voorkomen dubbele economische
heffingen: dezelfde winst bij twee verschillende vennootschappen).
Verlengstukgedachte: het gaat er niet om elders belaste winst in alle
omstandigheden vrij te stellen, maar om elders belaste ‘eigen winst’
of wel winst uit een bezit dat in lijn ligt van de normale uitoefening
van de door de belastingplichtig gedreven onderneming.
We willen wel dubbele economische heffing voorkomen, maar niet voor
alle winst. Alleen winsten voor zover het gaat om ‘eigen winsten’. Winsten
die zijn gemaakt met ondernemingen die in het verlengde ligt van de
onderneming van de moedervennootschap. Consolidatie bedoelde
gedachte. Verband houden met de ondernemingsactiviteiten van de
moeder.
Dit effect is beperkter dan het ne bis in idem beginsel.
Te verklaren vanuit zelfstandigheidsgedachte: twee zelfstandige
entiteiten, dit is een van de basistheorieën die aan de Vpb ten grondslag
ligt. Dus elke entiteit wordt zelfstandig belast, maar in het geval van
economische dubbele heffing is dit niet gewenst.
Ratio dnv t.a.v. deelnemingen in buitenlandse vennootschappen:
Voorkoming van dubbele belasting: in het geval van een
buitenlandse dochtervennootschap wordt door de dnv dubbele
belasting, geheven door verschillende staten, voorkomen.
Kapitaalimportneutraliteit: door de vrijstelling kunnen actieve
dochtermaatschappijen van in Nederland gevestigde moeders in
buitenlandse markten fiscaal gezien op gelijke voet concurreren met
lokale ondernemingen.