Onderdeel 1: Het hormonale stelsel
Voorbereiding
Anatomie en fysiologie: Hoofdstuk 10, geheel behalve H 10.6 t/m 10.9
Interne geneeskunde: Hoofdstuk 10.5 t/m 10.11, 10.13.
Student maakt voorbereidingsvragen en vragen behorend bij casus van week 1 op Brightspace.
Leerdoelen:
1. De functie bij de homeostase van communicatie tussen cellen verklaren en de aanvullende
functies van het endocriene stelsel en het zenuwstelsel beschrijven.
Informatie
Om homeostase te handhaven is communicatie nodig van elke cel in lichaam met buurcellen
en cellen en weefsels verder weg in lichaam
Grootste deel van communicatie vindt plaats door chemische signaalstoffen
Elke levende cel ‘praat’ voortdurend met buurcellen door chemische stoffen aan
extracellulaire vloeistof af te geven
Communicatie tussen cellen over grotere afstanden word door endocriene stelsel en
zenuwstelsel gecoördineerd
Hormonen endocriene stelsel maakt gebruik van chemische signaalstoffen om informatie
en instructie tussen cellen onderling door te geven
Doelcellen elke hormoon dat aan bloed wordt afgegeven en door bloed word vervoerd
Hormonen in bloed houden bijv watergehalte van lichaam en concentraties van mineralen en
organische voedingsstoffen binnen normale grenzen gedurende het gehele leven
Zenuwstelsel snel en kort
Endocriene stelsel trager en langdurig
Hormonen = chemische signaal stoffe
Zenuwstelsel snel en kort
Endocriene stelsel trager en langdurig
Hormonen = chemische signaalstoffen
Elk hormoon heeft specifieke doelcellen met receptoren
Overeenkomst tussen endocriene stelsel en zenuwstelsel:
Werking van beide systemen berust op afgifte van chemische stoffen die zich binden aan
specifieke receptoren op doelcellen
Beide stelsels hebben verschillende chemische signaalstoffen gemeen
noradrenaline en adrenaline worden bijv hormonen genoemd
als ze aan bloed worden afgegeven
neurotransmitters als ze bij een synaps worden afgegeven
Beide stelsels worden voornamelijk via negatieve terugkoppeling gereguleerd
Beide stelsels coordineren en reguleren de activiteit van andere cellen, weefsels, organen en
stelsels en handhaven de homeostase
Voorbereiding
Anatomie en fysiologie: Hoofdstuk 10, geheel behalve H 10.6 t/m 10.9
Interne geneeskunde: Hoofdstuk 10.5 t/m 10.11, 10.13.
Student maakt voorbereidingsvragen en vragen behorend bij casus van week 1 op Brightspace.
Leerdoelen:
1. De functie bij de homeostase van communicatie tussen cellen verklaren en de aanvullende
functies van het endocriene stelsel en het zenuwstelsel beschrijven.
Informatie
Om homeostase te handhaven is communicatie nodig van elke cel in lichaam met buurcellen
en cellen en weefsels verder weg in lichaam
Grootste deel van communicatie vindt plaats door chemische signaalstoffen
Elke levende cel ‘praat’ voortdurend met buurcellen door chemische stoffen aan
extracellulaire vloeistof af te geven
Communicatie tussen cellen over grotere afstanden word door endocriene stelsel en
zenuwstelsel gecoördineerd
Hormonen endocriene stelsel maakt gebruik van chemische signaalstoffen om informatie
en instructie tussen cellen onderling door te geven
Doelcellen elke hormoon dat aan bloed wordt afgegeven en door bloed word vervoerd
Hormonen in bloed houden bijv watergehalte van lichaam en concentraties van mineralen en
organische voedingsstoffen binnen normale grenzen gedurende het gehele leven
Zenuwstelsel snel en kort
Endocriene stelsel trager en langdurig
Hormonen = chemische signaal stoffe
Zenuwstelsel snel en kort
Endocriene stelsel trager en langdurig
Hormonen = chemische signaalstoffen
Elk hormoon heeft specifieke doelcellen met receptoren
Overeenkomst tussen endocriene stelsel en zenuwstelsel:
Werking van beide systemen berust op afgifte van chemische stoffen die zich binden aan
specifieke receptoren op doelcellen
Beide stelsels hebben verschillende chemische signaalstoffen gemeen
noradrenaline en adrenaline worden bijv hormonen genoemd
als ze aan bloed worden afgegeven
neurotransmitters als ze bij een synaps worden afgegeven
Beide stelsels worden voornamelijk via negatieve terugkoppeling gereguleerd
Beide stelsels coordineren en reguleren de activiteit van andere cellen, weefsels, organen en
stelsels en handhaven de homeostase