(Jan Roelof Polling)
Het verloop en de functie van de hersenzenuwen beschrijven met nadruk op de N. IV, N. V en de N.
VI.
N III (n. oculomotorius)
- Verloop: zie plaatje
o Treedt uit aan voorzijde
hersenstam
- Functie:
o Innervatie m. rectus superior
o Innervatie m. rectus medialis
o Innervatie m. rectus inferior
o Innervatie m. obliquus inferioris
o Innervatie parasympatische vezels (accommodatie)
N IV (n. trochlearis)
- Verloop: zie plaatje
o Treedt uit aan achterzijde
pons (hersenstam)
o Banen kruisen
- Functie:
o Innervatie m. obliquus superioris
N VI (nervus abducens)
- Verloop: zie plaatje
- Functie:
o Abducens neuronen:
innervatie m. abducens
o Abducens internucleaire neuronen: via FLM naar contralaterale rectus medialis
subnucleus (communicatie met N III)
o Projecteren op flocculus (cerebellum)
*N V (nervus trigeminus) De N V is niet behandeld tijdens dit hoorcollege. De N III wel. Ik heb daarom de N III uitgewerkt.
, Uitleggen hoe oogbewegingen tot stand komen en welke neurale structuren daarbij betrokken zijn.
Oogspieren:
- m. rectus superior (N III)
- m. rectus medialis (N III)
- m. rectus inferior (N III)
- m. rectus lateralis (N VI)
- m. obliquus superior (N IV)
- m. obliquus inferior (N III)
Sherrington: wederzijdse innervatie
- 1 kant EPSP: agonist
- 1 kant IPSP (antagonist)
- Gaat over 1 oog
Hering: conjugate beweging
- Bij twee ogen gelijke
innervatie bij dezelfde spier
Ducties:
- Monoculair
- Abductie/adductie/elevatie/depressie
- Incycloductie/torsie en excycloductie of
torsie
Versies:
- Binoculair (conjugaat: in dezelfde richting)
- Dextroversie/levoversie/elevatie/depressie
- Dextrocycloversie/levocycloversie
Vergentie:
- Binoculair (disjunctie: in tegengestelde
richting)
- Convergentie/divergentie/incycloversie/
excycloversie
Assen:
- Z: links-rechts
o Adductie/abductie
- Y: boven-beneden
o Elavatie/depressie
- X: torsioneel om eigen as (buiten/binnen)
o Incyclo/excyclo