NLT ‘WAT ZEG JE?’
Voor de meeste mensen is goed horen en spreken de gewoonste zaak
van de wereld. Er zijn ook mensen voor wie dat niet zo is. In deze
module maken we kennis met allerlei aspecten van horen, spreken en
slechthorendheid. In deze onderzoeksopdrachten gaan we ons
uitdiepen in twee onderdelen van de module: het cocktailpartyeffect
en verschil in stem tussen meisjes en jongens.
INHOUDSOPGAVE
Opdracht 29 | het cocktailpartyeffect 2
Opdracht 31 | verschil in stem tussen meisjes en jongens 4
Pagina 1
, NLT ‘WAT ZEG JE?’
OPDRACHT 29 | HET COCKTAILPARTYEFFECT
Inleiding:
Onze zintuigen zijn in staat om ongewenste input op een uiterst efficiënte manier uit te
filteren. Ons brein is zich blijkbaar op elk moment slechts bewust van een zeer beperkte
hoeveelheid van alle informatie die in principe beschikbaar is.
Een zintuig is een orgaan dat prikkels uit de buitenwereld opvangt en verwerkt.
We willen onderzoeken hoe goed mensen kunnen bepalen waar geluid vandaan komt.
Dit doen we met hoge en lage tonen.
Onderzoeksvraag:
Heeft het zicht invloed op het bepalen waar geluid vandaan komt?
à kunnen blinde mensen beter bepalen waar geluid vandaan komt dan mensen die wel
kunnen zien?
Hypothese:
Iemand die blind is, leert om andere zintuigen beter te gebruiken. Omdat ze zich niet
hoeven te concentreren op het zien, hebben ze meer concentratie op de andere vier
zintuigen. Om die reden verwachten wij dat blinden beter kunnen bepalen waar het
geluid vandaan komt dan mensen die wel kunnen zien.
Opstelling en benodigdheden:
Om alle handelingen goed uit te kunnen voeren hebben we
verschillende materialen nodig:
- Proefpersonen (4)
- Stille ruimte
- Telefoon met frequentiegenerator (4)
- Blinddoek
- Pen
- Papier
De opstelling is hiernaast te zien. De cirkel staat voor de proefpersoon. De kruisjes is de
plek waar het geluid werd afgespeeld.
Methode:
We voeren het onderzoek uit in een leeg en stil lokaal. In elke hoek van het lokaal ligt een
telefoon met een frequentiegenerator om de verschillende frequenties af te spelen. Als
hoge toon gebruiken we 10.000 Hz, als lage toon 500 Hz. De proefpersonen zitten, om de
beurt, in het midden van het lokaal. De proefpersoon moet aangeven vanaf welke
richting het geluid komt. Eerst zonder blinddoek, vervolgens met blinddoek. Wanneer alle
proefpersonen geweest zijn, vergelijken we de gegevens/resultaten.
Pagina 2