• Keereweer q.q./Sogelease – Art. 3:84 lid 3 BW:
De HR overwoog dat de maatstaf van art. 3:84 lid 3 BW zich niet verzet tegen een regeling
waarbij een partij, in dit geval Sogelease, de volledige eigendom heeft, en de andere partij, in
dit geval De Zaaiers, louter persoonlijke rechten en verplichtingen heeft, zoals een persoonlijk
gebruiksrecht, een persoonlijke verplichting de leasetermijnen te betalen, alsmede een optie
de zaken aan het eind van de leaseperiode in eigendom te verkrijgen. Dat deze optie zo is
ingekleed, dat zij in de praktijk wel steeds zal worden uitgeoefend, doet daaraan niet af.
Hiermee wordt eens te meer de scheiding aangebracht tussen het goederenrecht en het
verbintenissenrecht: wat verbintenisrechtelijk is vastgelegd krijgt niet zonder meer
goederenrechtelijke werking.
• WUH/Emmerig q.q. – Art. 3:239 BW:
Als het ontstaan van de vordering afhankelijk is van een toekomstige, onzekere gebeurtenis,
dan is de vordering toekomstig. Dat een vordering nog niet opeisbaar is, hoeft niet te
betekenen dat hij nog niet bestaat. Een opeisbare vordering is altijd een bestaande vordering.
Dit arrest is nog steeds van belang onder huidig recht, vooral bij de stille verpanding van
vorderingen. De Hoge Raad onderscheidde de toekomstige vorderingen in de volgende
catergorieën van bestaande vorderingen:
o vorderingen onder opschortende vorderingen;
o vorderingen onder tijdsbepaling; en
o terstond vaststaande periodieke betalingen.
Leereenheid 3 – Bijzondere wijzen van overdracht
• Lease Plan Nederland/IBM – Art. 3:86 lid 1, art. 3:90 lid 1 en art. 3:115 sub c BW:
Een middellijk houder kan buiten de bezitter om door traditio longa manu het bezit
verschaffen, zodat sprake is van een geslaagde levering in de zin van art. 3:90 lid 1 BW. De
houder van een roerende zaak die haar heeft verkocht, kan aan zijn koper het bezit van die
zaak verschaffen door een tweezijdige verklaring zonder feitelijke handeling wanneer een
derde die zaak voor haar hield, en haar naar die verklaring voor de verkrijger houdt, mits die
derde de overdracht heeft erkend, dan wel de houder of diens koper de overdracht aan de
derde heeft medegedeeld. De levering longa manu heeft met het oog op bescherming voor de
derde-verkrijger evenveel kracht als de directe bezitsverschaffing.
• Hollanders Kuikenbroederij – Vruchten ex art. 3:9 lid 1, art. 5:16 en art. 3:97 lid 2 BW:
Is er sprake van zaaksvorming en zo ja, wie is dan eigenaar van de nieuwe zaken?
Bij het planmatig en doelbewust inzetten van natuurkrachten om tot een nieuwe vorm te
komen, is er sprake van zaaksvorming. Dwingend recht verzet zich tegen een ‘verlengd’
eigendomsvoorbehoud op toekomstige zaken.
‘’Het is ook niet onbegrijpelijk in het licht van de gedingstukken waaruit naar voren komt dat
voor het kunstmatig uitbroeden van eieren gedurende een periode van omstreeks drie weken
een reeks van handelingen is vereist, te weten — onder meer — door de eieren in een of meer
broedinstallaties te plaatsen, en daarin het natuurlijke broedproces na te bootsen door de
eieren regelmatig van positie te veranderen en voorts door zorgvuldig de juiste temperatuur
en vochtigheidsgraad in de broedinstallatie te bewaren (…).”
• WUH/Emmerig q.q. – Art. 3:239 BW:
Zie onder leereenheid 1!
Ilse Wezenberg Samenvatting: 1
Arresten De dynamiek van het goederenrecht