Bloed, bestaat uit twee componenten: plasma en
cellen. Je hebt rode bloedcellen, bloedplaatjes en witte
bloedcellen. Dit is rechts te zien. Toxische stoffen
kunnen effecten hebben op deze cellen. Wanneer je
een verandering ziet in het bloedplasma, bijvoorbeeld
de hoeveelheid eiwitten of lipiden, is er waarschijnlijk
iets mis met de lever of nieren. Hierbij is dan sprake van
een indirect effect op het bloed.
Hematoxiciteit, je kan directe of indirecte schade
hebben aan bloedcellen of precursors. Bij direct heeft
een stof direct invloed op het bloed en bij indirect kan
je denken aan leverschade of problemen bij de
aanmaak. Effecten op het bloed zijn vaak goed te
voorspellen, maar helaas wel levensbedreigend. Zo kan
een tekort aan zuurstof (hypoxie) ervoor zorgen dat je
doodgaat en kunnen infecties en bloedingen
(hemorrhage) ernstige gevolgen hebben.
Tumoren, leukemie is ongecontroleerde deling van
witte bloedcellen.
Primaire hematoxiciteit, hierbij is er een direct effect
op een of meer bloedcomponenten.
Secundaire hematoxiciteit, hierbij resulteert het effect uit een systemische of weefselschade. Bij een
infectie krijg je bijvoorbeeld verschuivingen in het aantal witte bloedcellen. Het bloedbeeld is dan
verandert, maar is geen direct effect op het bloed zelf. Een ander voorbeeld is niertoxiciteit,
waardoor de samenstelling van het bloed kan veranderen.
Bij direct en indirect gaat het er dus om of de oorsprong in het bloed ligt en deze twee vormen van
hematoxiciteit zijn altijd primair. Terwijl secundair meer over het stellen diagnoses gaat.
Toxische effecten bloedcellen, toxische stoffen kunnen (I) voor een gereduceerde/aangepaste
synthese van bloedcellen zorgen, (II) resulteren in een verstoorde bloedcelfunctie of (III) afbraak
stimuleren.
Hematopoëse, het proces van de
vorming van bloedcellen in beenmerg
wordt hematopoiesis genoemd.
Wanneer een toxische stof invloed heeft
op de pluripotente stamcel worden veel
meer bloedcellen aangetast dan
wanneer een toxische stof bijvoorbeeld
effect heeft op de lymfoïde progenitor
cel. De effecten van een toxische stof
zijn dus afhankelijk van zijn doelwit.
Locatie bloedvorming, in de afbeelding
op de volgende pagina is een lijn
getrokken. Hetgene boven die lijn vindt
plaats in het beenmerg en hetgeen
eronder vindt plaats in het bloed.
Cytostatica, zijn stoffen die (tumor)cel deling remmen. Ze kunnen ingrijpen op de pluripotente
stamcellen in het beenmerg, waardoor alle delingen geremd worden. Door de behandeling van
kanker met cytostatica kan je dus bloedarmoede krijgen.
, Anemie, de belangrijkste verstoring van
rode bloedcellen is anemie, waarbij een
tekort aan rode bloedcellen is. Dit kan
o.a. komen door een ijzertekort, maar
dat is niet de enige mogelijke oorzaak.
Soorten anemie naast iron deficiency
anemia zijn sideroblastic anemia,
megaloblastic anemia en aplastic
anemia. Die laatste soort komt door een
verstoring in het beenmerg, terwijl de
eerste drie komen door een verstoring in
de hemoglobine synthese.
Hemoglobine, is de belangrijkste
transporter van zuurstof en bij anemie is
er iets mis met dit molecuul.
Hemoglobine is opgebouwd uit 4
subunits die allen een porphyrin ring en
ijzer atoom bevatten. De porphyrin
ringen worden gemaakt in de
mitochondriën van erytrhoblasten en in
deze ringen moet het ijzeratoom
ingebouwd worden. Bij een ijzertekort
kan dit niet en dat lijdt dan tot ijzer tekort anemie. Niet alleen ijzer is van belang bij dit proces. Zo
remt lood de vorming van de porfyrine ringen, waardoor je zelfs onder aanwezigheid van voldoende
ijzer geen juist porfyrine ringen krijgt. IJzer kan dan niet ingebouwd worden in hemoglobine en dat
lijdt tot de ophoping van ijzer in de blasten. Dat noemen we sideroblastic anemia. Deze ophoping van
ijzer in beenmerg erythroblasten en precipitatie in de mitochondriën is erg schadelijk.
Factoren erythropoiesis, er zijn meerdere factoren nodig om de synthese van rode bloedcellen goed
te laten verlopen:
1. Erythropoietin (EPO), bij een tekort aan dit hormoon dat in de nieren gemaakt wordt, krijg je
pure red cell aplasia. Dit is een anemie en houdt in dat je een tekort hebt aan rode
bloedcellen.
2. IJzer
3. Vitamine B12
4. Folic acid (folate), is samen met vitamine B12 nodig voor de continue DNA synthese
thymidine incorporatie. Beenmergcellen prolifereren continue om elkaar te vervangen en er
vindt dus veel DNA synthese plaats. Wanneer er niet genoeg vitamine B12 en folaat aanwezig
is, krijg je te maken met megaloblastic anemia. Dit houdt in dat de cellen in een bepaalde
fase blijven hangen.
5. Ascorbic acid (vitamine C)
6. Pyridoxine (vitamine B6)
7. Aminozuren
Je hoeft niet alle namen van de anemia te weten, maar moet wel weten dat er verschillende
mechanismen zijn waardoor bloedarmoede op kan treden.
Sideroblastic anemia, het zijn met name metalen die tot deze vorm van bloedarmoede lijden,
waarbij de porfyrine ring verstoord wordt. Dit kan komen door een koper tekort, door zink intoxicatie
of door lood intoxicatie.
Megaloblastic anemia, voorbeelden van xenobioten die in megaloblastic anemia kunnen resulteren,
zijn colchicine, ethanol en vissen lintworm. Deze stoffen lijden tot een vitamine B12 tekort.
Colchicine zit in een plantje dat in de wei groeit en koeien weten om de een of andere reden dat ze
hier vanaf moeten blijven.