Nieren, zijn betrokken bij de uitscheiding van stoffen die je uit je lichaam wilt
hebben. Er is dan ook een grote bloedtoevoer naar de nieren, maar liefst 25% van
het bloedvolume stroomt vanuit het hart naar de nieren. De nieren worden dus
veel blootgesteld aan stoffen die in het bloed zitten, waaronder toxische stoffen.
De nieren houden de mineralen, elektrolyten en zuur-base verhouding in balans;
scheiden afvalstoffen uit; hebben metabole activiteit (biotransformatie) en
produceren hormonen (EPO, renine en actief vitamine D).
Nefronen, de nieren bevatten heel veel nefronen.
Rechts is een nefron weergegeven. Een nefron bevat
o.a. een glomerulus en deze filtreert het bloed,
waardoor elektrolyten en niet al te grote stoffen in
de voorurine terechtkomen. Stoffen die in de
voorurine terecht zijn gekomen, maar die in het
lichaam moeten blijven, worden terug geresorbeerd
in de Lis van Henle. Het volume dat uiteindelijk
gesecreteerd wordt door een nefron, RE (renal
excretion), is afhankelijk van de GFR (glomerular
filtration rate), TR (tubulur secretion (active and
passive)) en de TS (tubulur reabsorption).
Glomerular filtration, normaal gesproken komen kleine
eiwitten en zouten in de voorurine terecht, terwijl de
grote eiwitten met hoge molecuulmassa achterblijven in
het bloed. In de tubulaire regio worden de zouten en
eiwitten dan weer teruggewonnen. Wanneer de
glomerulus echter kapot is, kunnen ook hoge
molecuulmassa eiwitten in de voorurine terechtkomen
en deze kunnen niet terug geresorbeerd worden,
waardoor ze samen met de afvalstoffen uitgescheiden
zullen worden. Als er grote eiwitten in je urine worden
aangetroffen is dat dus een aanwijzing dat er iets mis is
met je glomerulus.
Proximale tubule, de
absorptie en secretie
vindt met name plaats
in de proximale tubules. Er zijn verschillende groepen transporters
en receptoren die verschillende stoffen absorberen en secreteren.
Deze transporters hebben wel energie nodig en wanneer er een
tekort is aan ATP zal dan ook nierschade ontstaan. Deze schade is
dan waar te nemen in de regio van de tubulaire cellen. Stoffen die
geabsorbeerd worden zijn:
- Zouten en water
- Organische oplossingen (glucose en aminozuren)
- Kalium
- Urea
- Fosfaat
- Albumine en andere eiwitten
Stoffen die juist gesecreteerd worden zijn afvalproducten van normaal metabolisme en exogeen
tentoongestelde stoffen en hun metabolieten (biotransformatie). Afvalstoffen hoeven dus niet persé
, in de glomerulus gefiltreerd te worden, maar kunnen ook via de tubules vanuit het bloed in de
voorurine terechtkomen.
Creatinine & GFR, m.b.v. creatinine kan je de glomerular filtration rate bepalen. Creatinine is een
afbraakproduct van spieren dat in het bloed zit. Deze stof wordt door de glomerulus uit het bloed
gefiltreerd en de hoeveelheid creatinine in de urine is een maat voor hoeveel de nieren uit kunnen
scheiden. Veel producten waarvan we de eiwitconcentratie in de urine meten, worden gerelateerd
aan de hoeveelheid creatinine.
Parameters nierfunctie, een paar parameters die iets zeggen over het functioneren van je nieren zijn
de bloeddruk, de GFR, je urinesamenstelling, ionen (in het bloed en urine) en de anatomie.
Nieraandoeningen, je kunt op veel verschillende plaatsen in de nieren aandoeningen krijgen:
- Bloedvaten, een voorbeeld van een aandoening aan het bloedvatenstelsel is stenosis. Dit is
een vernauwing van de vaten. Hierdoor stroomt er minder bloed door de nieren en zal er dus
minder in de glomerula terechtkomen, waardoor sprake is van een lagere filtratie. Bij een
afwijking in het vaatstelsel gaat de GFR dus omlaag omdat je minder bloedaanvoer hebt. De
bloeddruk (BP) gaat juist omhoog bij een vaatvernauwing en als gevolg daarvan kan het zijn
dat je urine een andere samenstelling heeft dan normaal, omdat bepaalde stoffen door de
glomerulus geperst worden die er niet doorheen horen te gaan.
- Glomerulus, wanneer je glomerula beschadigd zijn, noemen we dat glomerular disease. Ook
hierbij gaat de GFR omlaag en zal de urinesamenstelling anders zijn. Er zullen namelijk
grotere eiwitten dan normaal in de urine te vinden zijn. Daarnaast zal ook hierbij de
bloeddruk omhoog gaan omdat de ionen niet goed gefiltreerd worden en dat zorgt voor een
verstoring van de ionhuishouding in het bloed. Deze verstoring heeft direct invloed op de
bloeddruk. Desondanks staat er geen pijl naar de ionen in de afbeelding, omdat dat vakje
met name gaat over de terugresorptie van ionen en daar is in dit geval niks mis mee.
- Tubules, de tubulaire cellen secreteren veel stoffen, maar nemen er ook heel veel op.
Wanneer teveel schadelijke stoffen ophopen in deze cellen kan dat necrose als gevolg
hebben. Hier zullen we een verandering zien in de ionconcentraties doordat de
terugresorptie niet goed functioneert. Naast ionen zullen ook andere stoffen niet terug
geresorbeerd worden, waardoor de urine een andere samenstelling zal hebben. Tot slot zal
de GFR omlaag gaan (wordt verderop nog besproken).
- Urinewegen, wanneer er nierstenen in je afvoerbuizen zitten, kunnen de nieren verstopt
raken. Net zoals de eerdere 3 aandoeningen zal dit ook een effect hebben op de GFR. Een
opstopping in het afvoerkanaal zal de filtratie namelijk verminderen. Dit zie je ook terug in de
ionen. Daarnaast is de anatomie anders, want er zijn opeens steentjes aanwezig.
Afhankelijk, een paar van de manifestaties, die op kunnen treden bij een aandoening, zijn afhankelijk
van elkaar. Als de GFR niet goed is, gaat de BP namelijk automatisch omhoog. Daarnaast zal een