Paragraaf 2.5: De ondernemingsraad
Externe stakeholders: leveranciers, kredietverstrekkers, afnemers, directe omgeving
Interne stakeholders: aandeelhouders, leden, RvB, RvT, OR, personeel
De OR schenkt aandacht aan de sociale aspecten van de onderneming, denk aan
werkgelegenheid, werkomstandigheden, ontwikkeling van het personeel, maar ook de
economische aspecten. De aandacht gaat uit naar de belangen van de hele onderneming.
WOR = Wet op de ondernemingsraden
Ondernemer = de natuurlijke of rechtspersoon die een onderneming in stand houdt
Bestuurder = hij die alleen of samen in de onderneming rechtstreeks de hoogste
zeggenschap uitoefent bij de leiding van de arbeid
Of er sprake is van een instelplicht (of een onderneming een OR moet hebben) hangt af
van het aantal medewerkers. De plicht geldt bij minstens 50 medewerkers.
Een OR bestaat uit medewerkers van de onderneming. De OR kiest een voorzitter, er
mag gestemd worden op een kandidaat. Actief kiesrecht hebben personen die minimaal 6
maanden in de onderneming werken, zij mogen stemmen op een kandidaat. Passief
kiesrecht hebben de mensen die tenminste 1 jaar in de onderneming werken, zij mogen
in de OR gekozen worden.
Een lid van de OR moet zich onafhankelijk van de ondernemer kunnen opstellen. Het lid
van de OR mag niet benadeeld worden in zijn positie in de onderneming.
De OR heeft recht op overleg, recht op advies in het kader van benoeming en ontslag
van een bestuurders, het recht op algemene, financiële en sociale informatie, adviesrecht
en instemmingsrecht.
Adviesrecht: de OR is bevoegd om in en buiten de vergadering voorstellen te doen aan
de ondernemer over onderwerpen die van belang kunnen zijn voor de onderneming.
Instemmingsrecht: de ondernemer heeft op voorgenomen besluiten m.b.t.
(secundaire) arbeidsvoorwaarden, instemming nodig van de OR.
Medezeggenschap in kleine ondernemingen
Een onderneming met ten minste 10, maar minder dan 50 personeelsleden, is verplicht
om ten minste 2 keer per jaar een personeelsvergadering te houden. Een kleine
onderneming kan een personeelsvertegenwoordiging instellen. Ze hebben vergelijkbare
rechten met die van de OR, maar deze zijn minder omvangrijk.
, Paragraaf 6.1: Arbeidsrecht en humanresourcemanagement
Arbeidsrecht is gericht op regeling van individuele en collectieve relaties tussen
werkgevers en werknemers. In de handboeken over HRM, wordt vaak de driedeling
instroom, doorstroom en uitstroom van personeel gehanteerd. Deze driedeling wordt ook
wel arbeids- of personeelsvoorziening genoemd.
Instroom = personeel aantrekken door werving en selectie, nieuw personeel of
personeel dat al in dienst is bij het bedrijf.
Doorstroom = nieuwe medewerker ontwikkelt zich bij de organisatie. Onderdeel van
doorstroom is functionerings- en beoordelingsgesprekken. Ook persoonlijke ontwikkeling
en scholing speelt hierin een rol. Promotie, overplaatsing, specialisatie etc.
Uitstroom = het moment dat beide partijen afscheid nemen van elkaar. De beëindiging
van de arbeidsovereenkomst. Ontslag, beëindiging van rechtswege, beëindiging met
wederzijds goedvinden, pensioen, etc.
Paragraaf 6.2: Soorten overeenkomsten
Het Nederlandse recht kent 3 verschillende soorten overeenkomsten op basis waarvan
werkzaamheden voor een andere partij kunnen worden verricht:
1. Aannemingsovereenkomst
2. Overeenkomst van opdracht
3. Arbeidsovereenkomst
Aannemingsovereenkomst
Aanneming van werk is de overeenkomst waarbij de ene partij (aannemer) zich ten
opzichte van de andere partij (opdrachtgever) verbindt om buiten dienstbetrekking een
werk van stoffelijke aard tot stand te brengen en op te leveren, tegen een door de
opdrachtgever betaalde prijs in geld. Kenmerken van deze overeenkomst zijn:
1. Geen dienstverband tussen aannemer en aanbesteder
2. Resultaat verplicht
3. Aanneemsom
4. Geen plicht om het werk zelf persoonlijk uit te voeren
Voorbeelden:
5. Bouwen van een garage
6. Repareren van een auto
7. Maken van een maatpak
Overeenkomst van opdracht
De opdrachtnemer verbindt zich tegenover de opdrachtgever om anders dan op grond
van een arbeidsovereenkomst, werkzaamheden uit te voeren die bestaan uit iets anders
dan het tot stand brengen van een werk van stoffelijke aard. Kenmerken van deze
overeenkomst zijn:
8. Geen dienstverband tussen opdrachtnemer en opdrachtgever
9. Inspanningsplicht
10. Vergoeding
11. Geen plicht om het werk zelf persoonlijk uit te voeren
Voorbeelden:
12. Advies van een advocaat of architect
13. Geven van een gastcollege
Honorarium/fee = vergoeding welke een zzp’er ontvangt voor een verrichte
werkzaamheid