Paragraaf 5.2 Neerslagreacties
De ‘s’ in de oplosbaarheidstabel 45A
Als je kijkt in de oplosbaarheidstabel 45A in de Binas, dan zie je soms een ‘s’
staan. Je kunt deze letter op 2 manieren uitleggen:
1. Het zout lost niet op in water.
2. De ionen van het zout kunnen niet samen in 1 oplossing voorkomen,
en als ze wel met elkaar in contact komen reageren ze meteen tot een
vaste stof: neerslag.
Neerslagreacties
Neerslagreactie: een reactie tussen 2 ionen die slecht oplosbaar zijn met
elkaar, waardoor ze met elkaar reageren tot neerslag. Dit komt voor als je 2
zouten met elkaar mengt die ionen bevatten die slecht oplosbaar zijn met
elkaar.
Neerslagvergelijking: een vergelijking waarin de 2 slecht oplosbare ionen
staan die reageren tot een neerslag. Je stelt een neerslagvergelijking als
volgt op:
1. Zet alle ionen in een mini-oplosbaarheids-tabel. De positieve ionen in
de rijen en de negatieve ionen in de kolommen.
2. Schrijf op welke ionen goed met elkaar oplossen en welke slecht.
3. De ionen die slecht met elkaar oplossen zet je voor de pijl en het
gevormde neerslag (van de 2 ionen) zet je na de pijl.
Dynamisch evenwicht
Bij slecht en matig oplosbare zouten is het altijd zo dat er deeltjes niet
reageren en achterblijven. Na het bezinken gaan per tijdseenheid evenveel
ionen uit de oplossing neerslaan als ionen uit de neerslag de oplossing in.
hierdoor blijft de concentratie van ionen in de oplossing constant. Dit is een
dynamisch evenwicht en een chemisch evenwicht en ook een heterogeen
evenwicht.
Chemisch evenwicht: een dynamisch evenwicht bij een omkeerbare reactie.
Heterogeen evenwicht: een evenwicht waarin de stoffen zich niet allemaal in
dezelfde toestand bevinden.
Homogeen evenwicht: een evenwicht waarbij de stoffen allemaal in dezelfde
toestand (is dat een fase?) verkeren, bijvoorbeeld allemaal opgelost in water.
Een chemisch evenwicht geef je weer in de volgende reactievergelijking:
2−¿( aq)¿
Ca SO4 ⇆Ca2 +¿ (aq )+SO
4 ¿
De dubbele pijl is er omdat de reactie zowel van links (oplossen) als van
rechts (neerslaan), tegelijkertijd verloopt. Dit is altijd zo bij een verzadigde
oplossing met een vast zout erin.