Onderdeel 5: Zenuwstelsel 3
Voorbereiding
▪ Pathologieboek: Hoofdstuk 17.1 t/m 17.3.1.3 (blz 380 t/m 402)
▪ Neurologieboek: Hoofdstuk 13 (blz 170 t/m 183), 14.1 (blz 186), 14.2 (blz 186 t/m 191), 19 (blz
252 t/m 266) (NIET:19.4.1), 25.3.2 (blz 323 t/m 325), online materiaal
▪ Totaal aan bladzijdes: 59
Leerdoelen:
1. Het ontstaan van pijn, soorten pijn en niet-medicamenteuze pijnbehandeling beschrijven.
Informatie:
▪ Pijn ontstaat door prikkeling van nociceptoren → vrije zenuwuiteinden
▪ 3 type pijn: mechanisch, thermisch en polymodaal
▪ Somatische pijn:
▪ Viscerale pijn:
▪ A vezels → snelle pijn, scherpe pijn, temperatuur
▪ C-vezels → langzamere pijn, doffe/brandende pijn, jeuk
Pijnpoort
▪ Sensibele neuronen waarvan axonen in ruggenmerg aankomen worden projectie-neuronen
genoemd
▪ In achterhoorn van ruggenmerg geeft het projectieneuron een zijtakje af dat een synaps
vormt met een zogeheten schakel neuron
▪ Samenspel tussen projectieneuron en schakelneuron bepaalt of pijn naar de hersenen wordt
doorgelaten
Pijnmodulatie
▪ Pijnprikkels die in achterhoorn van ruggenmerg aankomen worden via verschillende
opstijgende vezelbanen in ruggenmerg voortgeleid
▪ Op weg naar hersenen ondervinden pijnprikkels een pijn dempende invloed door
verschillende processen → wordt pijnmodulatie genoemd
Soorten pijn
Referred pain (weerpijn)
▪ Door specifieke bouw van menselijk lichaam kunnen zenuwen uit verschillende
verzorgingsgebieden (segmenten) op hetzelfde niveau het ruggenmerg binnenkomen
▪ Houdt in dat pijn wordt ervaren op andere plaats in lichaam dan waar nocisensorische
prikkels zijn ontstaan
Fantoompijn
▪ Pijn wordt ervaren in of aan een niet-bestaand lichaamsdeel → bijv.: geamputeerde been
▪ Als tijdens amputatie zenuwvezels worden doorgesneden betekend niet dat
lichaamssensatie uit gebied is verdwenen
Pijn en psyche
▪ Neiging bestaat om de pijn toe te schrijven aan psychogene factoren
▪ Soms spelen psychologische factoren een heel belangrijke rol
▪ Pijn moet te allen tijde serieus genomen worden
, Endogene pijndrempel
▪ Lichaam is in staat bij sterke verwondingen zelf analgetische (pijnstillende) stoffen aan te
maken met zelfs een morfineachtige werking
▪ Stoffen worden enkefalinen en endomorfinen genoemd
Pijnstillende middelen
▪ Pijnbestrijding = exogene pijndemping
▪ Morfine is nog steeds de beste zwaardere pijnstiller
Pijn
▪ Pijndrempel = grenswaarde in intensiteit van prikkel waarboven pijn optreed
▪ Pijndrempel voor warmteprikkels aan huid is 45 graden → gezonde huid
▪ Hyperalgesie = verhoogde gevoeligheid voor pijnprikkels
▪ Hyperalgesie is het gevolg van vrijkomen van stoffen uit beschadiging en weefselreactie op
beschadiging → vb: K-ionen, serotonine, bradykinine, histamine, leukotrienen en
prostaglandines
▪ Pijntolerantiedrempel = grenswaarde in intensiteit van prikkel waarboven de pijn niet meer
wordt verdragen
Herkenning van pijn
▪ Patient kan niet stil liggen → bijv koliekpijn
▪ Aanwezigheid van pijn kan worden geuit door huilen of mimiek
▪ Patient kan bleek uitzien, klagen over misselijkheid en soms braken (vegeratieve reacties)
▪ Pols is versneld en bloeddruk stijgt
▪ Meestal is eetlust verminderd en slaapt de patient slecht door pijn
Pathofysiologie van pijn
▪ Pijnprikkels heten ook wel nocisensorische prikkels
▪ Sensoren die worden geprikkeld worden ook nocisensoren genoemd → zijn afferente
zenuwvezels (dendrieten)
Voorbeelden van nocisensorische prikkels zijn:
▪ Stoffen die vrijkomen uit stofwisseling als er sprake is van ischemie (te kort aan
bloedtoevoer)
▪ Stoffen die vrijkomen bij ontsteking
▪ Directe beschadiging door inwerking van een trauma zoals;
➢ Verwondingen door geweld van buiten af (mechanische prikkels)
➢ Hitte/kou (thermische prikkels)
➢ Bijtende stoffen (chemische prikkels)
➢ Te sterke rekking van organen (mechanische prikkel)
➢ Toediening van bepaalde injectievloeistoffen (mechanische en chemische prikkel)
Nocisensorische zenuwvezels
▪ Er zijn verschillende nocisensorische neuronen → A8-neuronen (dendrieten bezitten
myelineschede) en C-neuronen (geen myelineschede aanwezig)
▪ Van de C-neuronen is een groot deel van de pijnwaarneming betrokken
▪ A8-vezels zijn bij reflexen belangrijk
▪ Inwendige organen bezitten alleen C-neuronen
Transport en verwerking van nocisensorische prikkels
▪ Nocisensorische prikkels uit romp en ledematen komen via ruggenmerg het centrale
zenuwstelsel binnen en nocisensorische prikkels uit hoofd-halsgebied via de hersenstam
Voorbereiding
▪ Pathologieboek: Hoofdstuk 17.1 t/m 17.3.1.3 (blz 380 t/m 402)
▪ Neurologieboek: Hoofdstuk 13 (blz 170 t/m 183), 14.1 (blz 186), 14.2 (blz 186 t/m 191), 19 (blz
252 t/m 266) (NIET:19.4.1), 25.3.2 (blz 323 t/m 325), online materiaal
▪ Totaal aan bladzijdes: 59
Leerdoelen:
1. Het ontstaan van pijn, soorten pijn en niet-medicamenteuze pijnbehandeling beschrijven.
Informatie:
▪ Pijn ontstaat door prikkeling van nociceptoren → vrije zenuwuiteinden
▪ 3 type pijn: mechanisch, thermisch en polymodaal
▪ Somatische pijn:
▪ Viscerale pijn:
▪ A vezels → snelle pijn, scherpe pijn, temperatuur
▪ C-vezels → langzamere pijn, doffe/brandende pijn, jeuk
Pijnpoort
▪ Sensibele neuronen waarvan axonen in ruggenmerg aankomen worden projectie-neuronen
genoemd
▪ In achterhoorn van ruggenmerg geeft het projectieneuron een zijtakje af dat een synaps
vormt met een zogeheten schakel neuron
▪ Samenspel tussen projectieneuron en schakelneuron bepaalt of pijn naar de hersenen wordt
doorgelaten
Pijnmodulatie
▪ Pijnprikkels die in achterhoorn van ruggenmerg aankomen worden via verschillende
opstijgende vezelbanen in ruggenmerg voortgeleid
▪ Op weg naar hersenen ondervinden pijnprikkels een pijn dempende invloed door
verschillende processen → wordt pijnmodulatie genoemd
Soorten pijn
Referred pain (weerpijn)
▪ Door specifieke bouw van menselijk lichaam kunnen zenuwen uit verschillende
verzorgingsgebieden (segmenten) op hetzelfde niveau het ruggenmerg binnenkomen
▪ Houdt in dat pijn wordt ervaren op andere plaats in lichaam dan waar nocisensorische
prikkels zijn ontstaan
Fantoompijn
▪ Pijn wordt ervaren in of aan een niet-bestaand lichaamsdeel → bijv.: geamputeerde been
▪ Als tijdens amputatie zenuwvezels worden doorgesneden betekend niet dat
lichaamssensatie uit gebied is verdwenen
Pijn en psyche
▪ Neiging bestaat om de pijn toe te schrijven aan psychogene factoren
▪ Soms spelen psychologische factoren een heel belangrijke rol
▪ Pijn moet te allen tijde serieus genomen worden
, Endogene pijndrempel
▪ Lichaam is in staat bij sterke verwondingen zelf analgetische (pijnstillende) stoffen aan te
maken met zelfs een morfineachtige werking
▪ Stoffen worden enkefalinen en endomorfinen genoemd
Pijnstillende middelen
▪ Pijnbestrijding = exogene pijndemping
▪ Morfine is nog steeds de beste zwaardere pijnstiller
Pijn
▪ Pijndrempel = grenswaarde in intensiteit van prikkel waarboven pijn optreed
▪ Pijndrempel voor warmteprikkels aan huid is 45 graden → gezonde huid
▪ Hyperalgesie = verhoogde gevoeligheid voor pijnprikkels
▪ Hyperalgesie is het gevolg van vrijkomen van stoffen uit beschadiging en weefselreactie op
beschadiging → vb: K-ionen, serotonine, bradykinine, histamine, leukotrienen en
prostaglandines
▪ Pijntolerantiedrempel = grenswaarde in intensiteit van prikkel waarboven de pijn niet meer
wordt verdragen
Herkenning van pijn
▪ Patient kan niet stil liggen → bijv koliekpijn
▪ Aanwezigheid van pijn kan worden geuit door huilen of mimiek
▪ Patient kan bleek uitzien, klagen over misselijkheid en soms braken (vegeratieve reacties)
▪ Pols is versneld en bloeddruk stijgt
▪ Meestal is eetlust verminderd en slaapt de patient slecht door pijn
Pathofysiologie van pijn
▪ Pijnprikkels heten ook wel nocisensorische prikkels
▪ Sensoren die worden geprikkeld worden ook nocisensoren genoemd → zijn afferente
zenuwvezels (dendrieten)
Voorbeelden van nocisensorische prikkels zijn:
▪ Stoffen die vrijkomen uit stofwisseling als er sprake is van ischemie (te kort aan
bloedtoevoer)
▪ Stoffen die vrijkomen bij ontsteking
▪ Directe beschadiging door inwerking van een trauma zoals;
➢ Verwondingen door geweld van buiten af (mechanische prikkels)
➢ Hitte/kou (thermische prikkels)
➢ Bijtende stoffen (chemische prikkels)
➢ Te sterke rekking van organen (mechanische prikkel)
➢ Toediening van bepaalde injectievloeistoffen (mechanische en chemische prikkel)
Nocisensorische zenuwvezels
▪ Er zijn verschillende nocisensorische neuronen → A8-neuronen (dendrieten bezitten
myelineschede) en C-neuronen (geen myelineschede aanwezig)
▪ Van de C-neuronen is een groot deel van de pijnwaarneming betrokken
▪ A8-vezels zijn bij reflexen belangrijk
▪ Inwendige organen bezitten alleen C-neuronen
Transport en verwerking van nocisensorische prikkels
▪ Nocisensorische prikkels uit romp en ledematen komen via ruggenmerg het centrale
zenuwstelsel binnen en nocisensorische prikkels uit hoofd-halsgebied via de hersenstam