Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Hoorcolleges persoonlijkheidsstoornissen

Beoordeling
3.6
(5)
Verkocht
5
Pagina's
40
Geüpload op
19-03-2019
Geschreven in
2018/2019

Dit zijn de aantekeningen van de hoorcolleges van het vak persoonlijkheidsstoornissen.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Hoorcolleges persoonlijkheidsstoornissen
Hoorcollege 1 - personality disorders, an introduction

Persoonlijkheid: enduring patterns of perceiving, relating to, and thinking about the environment
and oneself that are exhibited in a wide range of social and personal contexts. Voorbeelden van
persoonlijkheidskenmerken zijn extraversie, negatieve affectiviteit, agreeableness, conscientiousness
en openheid (OCEAN).
Persoonlijkheidsstoornis: enduring pattern of inner experience and behaviour that deviates from the
expectations of an individual’s culture, is pervasive and inflexible, has an onset in adolescence or
early adulthood, is stable over time, and leads to clinically significant distress or impairment in social,
occupational or other areas of functioning  afwijkend, aanhoudend en inflexibel gedrag dat tot
distress leidt.

Deze gedragspatronen uiten zich in een paar specifieke manieren. Voor een stoornis moet het in
minstens 2 van de volgende gebieden voorkomen:
 Cognitie (hoe je anderen, jezelf en gebeurtenissen waarneemt en interpreteert).
 Affectiviteit (range, intensiteit, appropriateness van de emotionele respons).
 Interpersoonlijk functioneren
 Impulscontrole (spelt bijvoorbeeld een belangrijke rol in gevoeligheid voor verslaving).

Er zin twee exclusiecriteria:
1. Symptomen mogen geen manifestatie of consequentie zijn van een andere mentale stoornis.
Mensen met een depressie scoren bijvoorbeeld hoger op neuroticisme, maar dit komt door
de depressie en niet door de persoonlijkheid van de persoon zelf.
2. Symptomen mogen niet te wijten zijn aan een fysieke conditie. Alzheimer kan bijvoorbeeld
leiden tot een depressie, dus dat betekent dat deze persoon niet de diagnose “depressie”
mag krijgen.

Stoornissen veranderen bij het uitbrengen van verschillende DSM’s. Gedurende de eerste en tweede
wereldoorlog was er veel geld voor de psychiatrie, doordat veteranen terugkwamen van oorlog en er
bekeken moest worden wie terug kon naar het front. Rond deze tijd werden veel mensen
gediagnosticeerd met de passief-agressieve persoonlijkheidsstoornis: mensen laten een
onvolwassen reactie zien op een autoriteitsfiguur, door middel van onderliggende vijandigheid
(zuchten, negatieve emotionele toon), in combinatie met slachtoffergedrag. Er waren hier echter een
paar problemen mee:
1. Het kwam alleen voor in specifieke situaties
2. Het kwam heel vaak voor met een andere stoornis, en veel mensen werden hiermee
gediagnosticeerd
3. It was defined too narrowly.
Als gevolg werd deze stoornis niet meer als stoornis gezien.

De DSM-III is gemaakt om los te komen van de theoretische perspectieven van die tijd (bijvoorbeeld
stoornissen bekijken vanuit het psychoanalytische perspectief). Dit is de eerste DSM waarbij feiten en
data leidend zijn voor de stoornissen. Vanuit deze DSM kwamen dus veel stoornissen naar voren
waar we nu nog steeds mee werken.

Deze stoornissen bedenken/evalueren we op de volgende manier:
1. Observaties
a. Mensen beginnen te schrijven over patiënten met dezelfde soort symptomen.
2. Inductie/deductie

, a. Er worden namen gegeven aan de sets van symptomen, in de vorm van een
diagnose.
3. Testen
a. Groepen van gezonde mensen worden bekeken om te zien of de stoornis valide is. Is
er echt een aandoening die onderliggend is aan deze set symptomen?
b. Bewijs wat hieruit komt en validiteit speelt een hele grote rol bij de beslissing of iets
als persoonlijkheidsstoornis wordt gezien of niet.
4. Evaluatie
a. Gedurende de ontwikkeling van nieuwe DSM’s worden de stoornissen geëvalueerd.
Elke stoornis wordt onder de loep gelegd en opnieuw bekeken.

Per persoonlijkheidsstoornis is er een standaard set criteria:
A. Een aanhoudend patroon van innerlijke ervaring en gedrag dat duidelijk afwijkt van de
verwachtingen vanuit de cultuur van de individu. Dit patroon uit zich in twee of meer van de
volgende gebieden:
1. Cognitie
2. Affectiviteit
3. Interpersoonlijk functioneren
4. Impulscontrole
B. Het aanhoudende patroon is inflexibel en dringt door tot een brede range van persoonlijke
en sociale situaties.
C. Het aanhoudende patroon leidt tot een klinisch significante mate van distress en impairment
in sociale, werkgerelateerde en andere belangrijke gebieden van functioneren.
D. Het patroon is stabiel en duurt lang. Het begin hiervan kan gevonden worden in de
adolescentie/vroege volwassneheid.
E. Het aanhoudende patroon wordt niet beter verklaard als een manifestatie of een
consequentie van een andere mentale stoornis.
F. Het aanhoudende patroon komt niet door het directe fysiologische effect van een substantie
of een medische conditie.

De 10 individuele persoonlijkheidsstoornissen kunnen worden opgedeeld in drie verschillende
clusters.
Cluster A: het “vreemde” cluster (weird). Mensen hebben last van te veel positieve of te veel
negatieve symptomen. Ze zijn vreemd in de omgang en hebben bijzondere ideeën over anderen en
de omgeving.
Cluster B: het “emotionele” cluster (wild). Deze mensen zijn dramatisch en onvoorspelbaar. Mensen
zijn gefocust op zichzelf en hun eigen emoties.
Cluster C: het “angstigste” cluster (worried). Deze mensen hebben angst voor interacties met
anderen, maar er wordt bij iedere stoornis ander gedrag laten zien om met deze angst om te gaan,
zoals afstand creëren of juist afhankelijk te worden.

,Elk hoofdstuk uit de DSM begint met een opsomming van kernsymptomen. Met 5 of meer van de
symptomen kan je gediagnosticeerd worden met die stoornis. Er kunnen dus twee mensen met
dezelfde stoornis zijn die maar één overlappend symptoom hebben. Hiernaast worden er andere
kenmerken opgenoemd: diagnostische kenmerken, kenmerken die gerelateerd zijn aan de diagnose,
prevalentie, ontwikkeling en verloop, risico- en prognostische factoren, cultuur- en gender-
gerelateerde zaken en een differentiatie-diagnose.

Algemene veranderingen van de DSM-IV naar de DSM-V: in de oude DSM werd het boek ingedeeld in
verschillende secties, ook wel assen genoemd. Deze assen waren als volgt:
 As 1: niet-persoonlijkheidsstoornissen. Deze zijn voorbijgaand.
 As 2: persoonlijkheidsstoornis. Dit is langdurig/chronisch, zoals een licht verstandelijke
beperking.
 As 3 en 4: gaat over gezondheid, dus medische situaties die invloed kunnen hebben op de
persoonlijkheid.
 As 5: score gegeven over iemands algehele gezondheid.
Op iedere as stond dus wat informatie. In de DSM-V werden deze assen weggehaald. As 1 en 2
werden zo gelijkgetrokken en werden niet meer als apart gezien. Verder werd er eerst een a-
theoretisch perspectief aangehouden, maar nu wordt het neurobiologisch perspectief steeds meer
gebruikt. Dit is dus een bril die we opzetten als we naar stoornissen kijken. Alle verschillende
perspectieven hebben wel iets nuttigs te zeggen over de persoonlijkheidsstoornissen.

Het alternatieve model van de DSM-5 bestond uit een aantal aspecten:
1. Vijf persoonlijkheidsstoornissen worden eruit gehaald (histrionisch, narcistisch, afhankelijk,
paranoïde en schizoïde persoonlijkheidsstoornis). Dit is niet omdat deze kenmerken niet
bestaan, maar juist omdat ze vaak overlappen met andere stoornissen en er relatief weinig
bewijs voor deze stoornissen is gevonden.
2. Stoornissen worden zo geherformuleerd dat ze gezien worden als as 1-early onset
stoornissen. De avoidant persoonlijkheidsstoornis wordt bijvoorbeeld gezien als general
social phobia. Dit wordt gedaan tegen het stigma dat persoonlijkheidsstoornissen niet
behandeld kunnen worden.
3. Verandering van een categorisch naar een dimensioneel model. Nu is het zo dat je niet
gediagnosticeerd wordt als je 4 van de 9 symptomen hebt, terwijl je wel gediagnosticeerd
wordt als je 5 symptomen hebt. Het dimensioneel model kijkt naar de extremiteit van de
eigenschappen, waar de diagnose vanaf hangt (extreme scores op een symptoom, maar
normale scores op een ander symptoom kan dan wel wijzen op een stoornis).
4. Veranderingen in diagnosecriteria.

Welk model je gebruikt, verandert niks aan het feit dat de patronen van gedrag wel bestaan. Er
wordt dus niet gezegd dat bepaalde stoornissen niet bestaan.

Hoorcollege 2 – Cluster B: Borderline PD
Borderline valt in de Cluster B-stoornissen: histrionisch, narcistisch, antisociaal en borderline. Dit zijn
hele verschillende stoornissen, maar ze hebben allemaal als kenmerk dat de mensen “weird” zijn.

Borderline-patiënten ervaren in hun interacties/gedrag iets wat stabiel instabiel is: ze fluctueren
constant en zijn nooit stabiel. Ze hebben unstable moods, wat ertoe leidt dat ze eerst hele intense
relaties hebben die later dramatisch/sour worden. Mensen worden gezien als helemaal goed, of
helemaal slecht. Ze hebben verlatingsangst en kunnen hier zo in opgaan dat ze zeggen dat zelfmoord
gaan plegen als iemand hen verlaat.

, Geschiedenis van borderline
In de 20e eeuw hadden mensen nog weinig specifieke kennis van nu. Stoornissen werden ingedeeld
op neurotisch (negatieve symptomen, zoals angst/depressie) of psychotisch (positieve symptomen,
zoals wanen/denkbeelden). Stern is de eerste die stelde dat er een groep mensen die beide
symptomen hadden: borderline (op de grens van). Een andere naam voor borderline is emotionally
unstable. Problemen in emotieregulatie is de kern van de problemen van mensen met borderline.
Het heeft de hoogste prevalentie in de klinische praktijk (10-15% van de patiënten in de praktijk).

Borderline
Criteria
1. Frantic efforts to avoid real or imagined abandonment.
2. A pattern of unstable and intense interpersonal relationships, characterized by alternating
between extremes of idealization and devaluation.
a. Mensen weten niet zo goed wat hun eigen identiteit is, dus vinden ze het fijn als ze
een ander hebben: diegene kan hen reguleren en meehelpen, zodat ze wel weten
wie ze zijn. Dit zorgt voor verlatingsangst.
3. Identity disturbance: markedly and persistently unstable self image or sense of self.
a. Borderline kan ook wel gedefinieerd worden als de “I don’t fit in”-disorder. Deze
mensen zijn altijd de outsiders.
4. Impulsivity in at least two areas that are potentially self-damaging (e.g., spending, sex,
substance abuse, reckless driving, binge eating).
a. Dit gedrag heft verschillende functies. Je kan dit doen om erbij te horen zodat je
weet wat je identiteit is, of om jezelf af te leiden van de emotionele en fysieke pijn.
5. Recurrent suicidal behavior, gestures, threats, or self-mutilating behaviour
6. Affective instability due to a marked reactivity of mood (e.g., intense episodic dysphoria,
irritability, or anxiety usually lasting a few hours and only rarely more than a few days).
a. De onderliggende eigenschap van borderline zit vooral in dit symptoom. Borderline
begint met een slechte emotieregulatie en een instabiliteit in emotie. Emoties zijn
continu heel wisselend, waardoor mensen geen goede identiteit en vriendschappen
kunnen vormen.
7. Chronic feelings of emptiness.
8. Inappropriate, intense anger or difficulty controlling anger (e.g., frequent displays of temper,
constant anger, recurrent physical fights).
9. Transient, stress-related paranoid ideation or severe dissociative symptoms.

Linehan zei dat de emotionele kwetsbaarheid, disregulatie en instabiliteit de kern is van borderline.
Veel van wat je doet met deze patiënten gaat over het accepteren van de emoties die er zijn en
oefenen met goede emotieregulatie-strategieën.

Epidemiologie
10,5-12% van de mensen heeft een persoonlijkheidsstoornis. 1 tot 2 % hiervan heeft borderline. De
verdeling man-vrouw is over het algemeen gelijk, maar in de psychiatrische populatie is de verdeling
man-vrouw gelijk aan 1:3 (75% vrouw, 25% man). Het komt vaker voor bij jongeren (symptomen op
oudere leeftijd zijn minder ernstig). Er is geen sterke relatie met sociale situaties. Borderline is sterk
gerelateerd aan een laag niveau van functioneren en een lage kwaliteit van leven. Borderline is sterk
gerelateerd aan opnames.

Zelfmoord en borderline
1 op de 3 patiënten met borderline zal een zelfmoordpoging doen, met een gemiddelde van 3 tot 4
pogingen tijdens het leven. 10% slaagt hier ook in. Het is lastig te onderzoeken wat de voorspellers
hiervoor zijn.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
19 maart 2019
Aantal pagina's
40
Geschreven in
2018/2019
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$5.08
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 5 studenten

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 5 reviews worden weergegeven
5 jaar geleden

5 jaar geleden

6 jaar geleden

7 jaar geleden

6 jaar geleden

3.6

5 beoordelingen

5
2
4
1
3
0
2
2
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
brittzx Tilburg University
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
471
Lid sinds
9 jaar
Aantal volgers
331
Documenten
12
Laatst verkocht
2 jaar geleden

3.7

75 beoordelingen

5
11
4
41
3
16
2
7
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen