Strafrecht 3
Werkgroep week 1
Arresten
Hollende kleurling
1. Ter zake van het gebruiken van geweld tegen de politie (wederspanningheid)/ ter
zake het in bezit hebben van heroïne.
2. Verdachte kwam rennend uit de richting van café Caribian Nights. Dit café staat
bekend als een verzamelplaats voor handelaren en gebruikers in verdovende
middelen. Daarnaast bleef verdachte zijn linkerhand in zijn zak houden. Daarom
vermoedden de opsporingsambtenaren dat verdachte verdovende middelen in het
bezit zou hebben.
3. Nee. Linker kolom onderaan en rechter kolom bovenaan.
4. Het aanhouden van verdachte kan niet rechtmatig worden geacht omdat de
wettelijke voorschriften niet met voldoende zorgvuldigheid in acht zijn genomen. Bij
gebreke van voldoende op rechtmatige wijze verkregen wettelijke bewijsmiddelen,
kan het ten laste gelegde niet bewezen worden geacht. De verdachte wordt
vrijgesproken.
Rennende reputatie
1. Ter zake van wederspanning bij drugshandel.
2. Het Hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd en heeft verdachte veroordeeld
tot twee weken voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaren en
een geldboete van 150 gulden (subsidiair drie dagen hechtenis).
3. Verdachte was niet de persoon die wegrende toen de auto tot stilstand was
gebracht. Hij deed eigenlijk niets. Hierdoor was er volgens verdachte geen sprake van
een redelijk vermoeden. 1.4 Verdachte vindt dat hij geen verdachte handelingen
heeft verricht.
4. Het hof had tot de uitspraak moeten komen dat het vonnis van de rechtbank
vernietigd had moeten worden en verdachte moeten vrijspreken. Het aanhouden van
de verdachte is namelijk niet rechtmatig omdat een redelijk vermoeden ontbrak.
Deel van art. 180 “rechtmatige uitvoering van zijn bediening” kan niet worden
bewezen en dus geen sprake van wederspanning. Dit is een bestanddeel en dus
vrijspraak.
5. De Hoge Raad stelt dat er geen sprake was van een redelijk vermoeden. Ook al was
daar wel sprake van, dan geeft dit de politie nog niet de bevoegdheid om verdachten
staande te houden. Het oordeel van het Hof steunt echter op omstandigheden van
feitelijke aard, waardoor dit niet op zijn juistheid in cassatie kan worden onderzocht.
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
6. Deze stelling is onjuist. De Hoge Raad heeft hier in dit arrest helemaal geen uitspraak
over gedaan. Het zal van het geval afhangen of zo’n situatie leidt tot een redelijk
vermoeden van schuld. Er moet wel iets objectiefs bij zijn. In dit geval stonden die
andere mannen ook bekend als drugshandelaren.
Weigerachtige zwartrijder
1. Ter zake van wederspannigheid.
2. Verdachte klaagt dat het oordeel van het Hof dat de verdachte de
bewezenverklaarde feitelijke handelingen heeft verricht ten tijde van het staande
Werkgroep week 1
Arresten
Hollende kleurling
1. Ter zake van het gebruiken van geweld tegen de politie (wederspanningheid)/ ter
zake het in bezit hebben van heroïne.
2. Verdachte kwam rennend uit de richting van café Caribian Nights. Dit café staat
bekend als een verzamelplaats voor handelaren en gebruikers in verdovende
middelen. Daarnaast bleef verdachte zijn linkerhand in zijn zak houden. Daarom
vermoedden de opsporingsambtenaren dat verdachte verdovende middelen in het
bezit zou hebben.
3. Nee. Linker kolom onderaan en rechter kolom bovenaan.
4. Het aanhouden van verdachte kan niet rechtmatig worden geacht omdat de
wettelijke voorschriften niet met voldoende zorgvuldigheid in acht zijn genomen. Bij
gebreke van voldoende op rechtmatige wijze verkregen wettelijke bewijsmiddelen,
kan het ten laste gelegde niet bewezen worden geacht. De verdachte wordt
vrijgesproken.
Rennende reputatie
1. Ter zake van wederspanning bij drugshandel.
2. Het Hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd en heeft verdachte veroordeeld
tot twee weken voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaren en
een geldboete van 150 gulden (subsidiair drie dagen hechtenis).
3. Verdachte was niet de persoon die wegrende toen de auto tot stilstand was
gebracht. Hij deed eigenlijk niets. Hierdoor was er volgens verdachte geen sprake van
een redelijk vermoeden. 1.4 Verdachte vindt dat hij geen verdachte handelingen
heeft verricht.
4. Het hof had tot de uitspraak moeten komen dat het vonnis van de rechtbank
vernietigd had moeten worden en verdachte moeten vrijspreken. Het aanhouden van
de verdachte is namelijk niet rechtmatig omdat een redelijk vermoeden ontbrak.
Deel van art. 180 “rechtmatige uitvoering van zijn bediening” kan niet worden
bewezen en dus geen sprake van wederspanning. Dit is een bestanddeel en dus
vrijspraak.
5. De Hoge Raad stelt dat er geen sprake was van een redelijk vermoeden. Ook al was
daar wel sprake van, dan geeft dit de politie nog niet de bevoegdheid om verdachten
staande te houden. Het oordeel van het Hof steunt echter op omstandigheden van
feitelijke aard, waardoor dit niet op zijn juistheid in cassatie kan worden onderzocht.
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
6. Deze stelling is onjuist. De Hoge Raad heeft hier in dit arrest helemaal geen uitspraak
over gedaan. Het zal van het geval afhangen of zo’n situatie leidt tot een redelijk
vermoeden van schuld. Er moet wel iets objectiefs bij zijn. In dit geval stonden die
andere mannen ook bekend als drugshandelaren.
Weigerachtige zwartrijder
1. Ter zake van wederspannigheid.
2. Verdachte klaagt dat het oordeel van het Hof dat de verdachte de
bewezenverklaarde feitelijke handelingen heeft verricht ten tijde van het staande