Strafrecht 3
Werkgroep week 3
Arresten
Dev Sol
1. Bedreiging met geweld, diefstal met geweld.
2. De raadsvrouw doet het verzoek om alle fotoboeken/fotoseries die in het kader van
de opsporing zijn gebruikt in het dossier te voegen opdat zowel de raadslieden als de
verdachten daar kennis van kunnen nemen. Verdachte heeft recht op inzage o.g.v.
art. 33 Sv. Dit is vanaf het moment van dagvaarding.
3. Volgens de rechtbank verzet het algemeen opsporingsbelang zich hiertegen.
Daarnaast hadden de raadslieden de fotoboeken kunnen inzien, waardoor het recht
om het gebruik van fotoboeken te controleren gewaarborgd is. Het hof sluit zich
hierbij aan en stelt vervolgens nog dat de fotoboeken niet als processtukken zijn aan
te merken.
4. Volgens de HR zijn processtukken stukken die redelijkerwijs van belang kunnen zijn
hetzij in voor de verdachte belastende hetzij in voor hem ontlastende zin. (r.o. 5.9)
5. De HR vindt het oordeel van het hof dat de fotoboeken niet als processtukken
kunnen worden aangemerkt geen blijk geeft van een verkeerde rechtsopvatting en
het is ook niet onbegrijpelijk (r.o. 5.10).
6. In beginsel mag de verdediging niet worden onthouden van voor de beoordeling van
de betrouwbaarheid en rechtmatigheid van het bewijs van belang zijnde, niet tot de
processtukken behorende documenten (r.o. 5.11). Dit betekent echter niet dat de
verdachte dit ook mag inzien. Onderscheid inzien en afschrift.
Amsterdams Experiment I
Het experiment was in Jip en Janneke taal een tenlastelegging opstellen.
1. Volgens de rechtbank niet, maar volgens het Hof wel. Staat een feit, tijd en plaats
in. (r.o. 7.1)
2. In de tenlastelegging waren niet alle bestanddelen van het feit opgenoemd.
Opzettelijk en wederrechtelijk waren namelijk niet in de tenlastelegging opgenomen,
maar wel in de bewezenverklaring.
3. De Advocaat-Generaal vindt dit geen probleem. Hij vindt dat het bestanddeel opzet
kan worden ingelezen in ‘heeft vernield’, waardoor het toch overeen komt met de
bewezenverklaring. Het lag al besloten in de TLL. Punt 6 en 7 van de conclusie.
4. Volgens de Hoge Raad heeft het Hof de grondslag van de tenlastelegging verlaten
door bewezen te verklaren dat de verdachte opzettelijk en wederrechtelijk de
vernieling heeft verricht. De bestanddelen opzettelijk en wederrechtelijk waren
namelijk niet genoemd in de tenlastelegging. (r.o. 7.4). Vernielen hoeft niet altijd
Werkgroep week 3
Arresten
Dev Sol
1. Bedreiging met geweld, diefstal met geweld.
2. De raadsvrouw doet het verzoek om alle fotoboeken/fotoseries die in het kader van
de opsporing zijn gebruikt in het dossier te voegen opdat zowel de raadslieden als de
verdachten daar kennis van kunnen nemen. Verdachte heeft recht op inzage o.g.v.
art. 33 Sv. Dit is vanaf het moment van dagvaarding.
3. Volgens de rechtbank verzet het algemeen opsporingsbelang zich hiertegen.
Daarnaast hadden de raadslieden de fotoboeken kunnen inzien, waardoor het recht
om het gebruik van fotoboeken te controleren gewaarborgd is. Het hof sluit zich
hierbij aan en stelt vervolgens nog dat de fotoboeken niet als processtukken zijn aan
te merken.
4. Volgens de HR zijn processtukken stukken die redelijkerwijs van belang kunnen zijn
hetzij in voor de verdachte belastende hetzij in voor hem ontlastende zin. (r.o. 5.9)
5. De HR vindt het oordeel van het hof dat de fotoboeken niet als processtukken
kunnen worden aangemerkt geen blijk geeft van een verkeerde rechtsopvatting en
het is ook niet onbegrijpelijk (r.o. 5.10).
6. In beginsel mag de verdediging niet worden onthouden van voor de beoordeling van
de betrouwbaarheid en rechtmatigheid van het bewijs van belang zijnde, niet tot de
processtukken behorende documenten (r.o. 5.11). Dit betekent echter niet dat de
verdachte dit ook mag inzien. Onderscheid inzien en afschrift.
Amsterdams Experiment I
Het experiment was in Jip en Janneke taal een tenlastelegging opstellen.
1. Volgens de rechtbank niet, maar volgens het Hof wel. Staat een feit, tijd en plaats
in. (r.o. 7.1)
2. In de tenlastelegging waren niet alle bestanddelen van het feit opgenoemd.
Opzettelijk en wederrechtelijk waren namelijk niet in de tenlastelegging opgenomen,
maar wel in de bewezenverklaring.
3. De Advocaat-Generaal vindt dit geen probleem. Hij vindt dat het bestanddeel opzet
kan worden ingelezen in ‘heeft vernield’, waardoor het toch overeen komt met de
bewezenverklaring. Het lag al besloten in de TLL. Punt 6 en 7 van de conclusie.
4. Volgens de Hoge Raad heeft het Hof de grondslag van de tenlastelegging verlaten
door bewezen te verklaren dat de verdachte opzettelijk en wederrechtelijk de
vernieling heeft verricht. De bestanddelen opzettelijk en wederrechtelijk waren
namelijk niet genoemd in de tenlastelegging. (r.o. 7.4). Vernielen hoeft niet altijd