Wat is biologie?
In biologie bestudeer je organismen (levende wezens die levensverschijnselen
vertonen zoals stofwisseling)
Stofwisseling - Enzymen katalyseren chemische reacties
Geen levensverschijnselen meer -> dood
Nooit levensverschijnselen -> levenloos
Elke individu heeft een levensloop die start vanaf ontstaan.
Levensloop valt in te delen in fasen, individuen behoren tot dezelfde soort wanneer
ze kunnen voortplanten en dezelfde fasen doorlopen Een individu sterft, maar de
soort leeft voort.
Biologische eenheden ->
Molecuul, cel, orgaan, organismen,
populatie, ecosysteem en biosfeer.
Organen, weefsels en cellen
Organen zijn opgebouwd uit weefsels.
Een groep dezelfde cellen is een
weefsel. De vorm van cellen hangt
samen met de functie.
Organel Dierlijk aanwezig Plantaardig aanwezig
Celmembraan x x
Celwand x
Cytoplasma x x
Centrale vacuole x
Kern x x
Kernmembraan x x
Chloroplasten (bladgroenkorrels,fotosynthese) x
Chromoplasten (kleurstof) x
Leukoplasten (Stof opslag, zoals vet, eiwit) x
, Celkern - omgeven door kernmembraan en bevat kernplasma met chromosomen
(dna)
Endoplasmatisch reticulum - dubbele membranen aangesloten op kernmembraan
ruw en glad. op RER bevinden zich ribosomen
golgi systeem - geeft eiwitmoleculen hun uiteindelijke vorm dmv exocytose
mitochondriën - bolvormige organellen waar ATP wordt gemaakt
Membraan diffusie
Membraan - dun vlies die een afscheiding vormt tussen de binnenkant vd cel en cel
omgeving/binnenkant van sommige organellen en het cytoplasma
Diffusie - Verplaatsing van een stof -> gelijke verdeling plaats met hoge naar lage
concentratie in gas en vloeistof, ontstaat door beweging van moleculen
Osmose en transport
Diffusie / verplaatsing van water
- door selectief - permeabel membraan van plaats met lage osmotische waarde
-> hoge osmotische waarde
- Osmotische waarde: alle opgeloste deeltjes in een oplosmiddel
- Transport van stoffen door een wand:
- Permeabel: doorlatend
- Semipermeabel: halfdoorlatend (water wel, opgeloste stoffen niet)
Transport van water in en uit een cel
- veel water -> weinig water
- weinig opgeloste stoffen -> veel opgeloste stoffen
- lage concentratie -> hoge concentratie
- lage osmotische waarde -> hoge osmotische waarde
In biologie bestudeer je organismen (levende wezens die levensverschijnselen
vertonen zoals stofwisseling)
Stofwisseling - Enzymen katalyseren chemische reacties
Geen levensverschijnselen meer -> dood
Nooit levensverschijnselen -> levenloos
Elke individu heeft een levensloop die start vanaf ontstaan.
Levensloop valt in te delen in fasen, individuen behoren tot dezelfde soort wanneer
ze kunnen voortplanten en dezelfde fasen doorlopen Een individu sterft, maar de
soort leeft voort.
Biologische eenheden ->
Molecuul, cel, orgaan, organismen,
populatie, ecosysteem en biosfeer.
Organen, weefsels en cellen
Organen zijn opgebouwd uit weefsels.
Een groep dezelfde cellen is een
weefsel. De vorm van cellen hangt
samen met de functie.
Organel Dierlijk aanwezig Plantaardig aanwezig
Celmembraan x x
Celwand x
Cytoplasma x x
Centrale vacuole x
Kern x x
Kernmembraan x x
Chloroplasten (bladgroenkorrels,fotosynthese) x
Chromoplasten (kleurstof) x
Leukoplasten (Stof opslag, zoals vet, eiwit) x
, Celkern - omgeven door kernmembraan en bevat kernplasma met chromosomen
(dna)
Endoplasmatisch reticulum - dubbele membranen aangesloten op kernmembraan
ruw en glad. op RER bevinden zich ribosomen
golgi systeem - geeft eiwitmoleculen hun uiteindelijke vorm dmv exocytose
mitochondriën - bolvormige organellen waar ATP wordt gemaakt
Membraan diffusie
Membraan - dun vlies die een afscheiding vormt tussen de binnenkant vd cel en cel
omgeving/binnenkant van sommige organellen en het cytoplasma
Diffusie - Verplaatsing van een stof -> gelijke verdeling plaats met hoge naar lage
concentratie in gas en vloeistof, ontstaat door beweging van moleculen
Osmose en transport
Diffusie / verplaatsing van water
- door selectief - permeabel membraan van plaats met lage osmotische waarde
-> hoge osmotische waarde
- Osmotische waarde: alle opgeloste deeltjes in een oplosmiddel
- Transport van stoffen door een wand:
- Permeabel: doorlatend
- Semipermeabel: halfdoorlatend (water wel, opgeloste stoffen niet)
Transport van water in en uit een cel
- veel water -> weinig water
- weinig opgeloste stoffen -> veel opgeloste stoffen
- lage concentratie -> hoge concentratie
- lage osmotische waarde -> hoge osmotische waarde