Probleem 1
1. General
Kolb, B., & Wishaw, I. Q. (2015). Neurological Disorders. In Kolb, B., & Wishaw, I. Q., Fundamentals
of human neuropsychology. (pp. 731-741)
The neurological examination
Een neuroloog is een specialist in de behandeling van hersenbeschadiging of hersendisfunctie. De
neuroloog kijkt naar de geschiedenis van de patiënt, maakt een overzicht van de fysieke conditie van
de patiënt en beveelt soms nog verdere onderzoeken aan (zoals een EEG of een hersenscan).
The patient’s history: de neuroloog vraagt de patiënt allereerst naar het probleem. Daarnaast wordt
informatie verkregen over de achtergrond van de patiënt, voornamelijk met betrekking tot ziektes,
ongelukken en symptomen. De neuroloog kijkt tevens naar het gedrag van de patiënt, beoordeelt de
mentale status, let op gezichtsuitdrukkingen en de houding, en luistert naar de spraak. Ook kan
gevraagd worden of de patiënt links- of rechtshandig is, aangezien dit een aanwijzing kan zijn voor
welke hemisfeer de spraak controleert).
The physical examination: er worden verschillende instrumenten en hulpmiddelen gebruikt om het
functioneren van het zenuwstelsel te kunnen beoordelen, zoals een bloeddrukmeter tot
geavanceerde technologieën. Een belangrijk onderdeel van het neurologische onderzoek is het
bestuderen van het hoofd. De grootte en vorm worden beoordeeld, en het sensorische en
motorische functioneren ook. Vermoedelijke problemen worden verder onderzocht met bloedtests,
EEG, CT en MRI scans.
Cerebral vascular disorders
Vasculair problemen kunnen het functioneren van het centrale zenuwstelsel beïnvloeden, omdat de
ziekte of schade aan de bloedvaten de zuurstofstroom en glucosetoevoer naar de hersenen kan
verminderen. Als dat langer dan 10 minuten duurt, kunnen alle cellen in een regio in de hersenen
doodgaan.
Types of cerebral vascular disease: een cerebral vascular accident (CVA) of stroke (beroerte) is de
plotselinge verschijning van neurologische symptomen, als resultaat van een verstoorde
bloedstroom. Een beroerte kan het gevolg zijn van verschillende vasculaire stoornissen en
veroorzaakt vaak een infarct (een gebied van dood of stervend weefsel als gevolg van een
belemmering (obstruction) in de bloedvaten). Als de bloedstroom door kleine bloedvaten wordt
verstoord zijn de effecten minder groot dan wanneer er schade aan grote bloedvaten. Als een
beroerte of andere cerebrale vasculaire stoornis zich in een beperkt deel van een bloedvat bevindt
(en andere delen van het systeem relaties gezond zijn), kan de prognose redelijk goed zijn omdat
bloedvaten in de omringende gebieden vaak bloed leveren aan het verstoorde gebied. Op de lange
termijn zal een kleine vasculaire laesie in een gezond brein een goede prognose hebben voor herstel.
De meest voorkomende vasculaire stoornissen die het CNS beïnvloeden zijn:
- Cerebral Ischemia: ischemia verwijst naar een groep stoornissen waarbij de symptomen
worden veroorzaakt door een verstopping in de bloedvaten, waardoor er niet meer voldoende
bloedtoevoer is naar de hersenen. Bij trombose is bijvoorbeeld een deel van het bloed in een
bloedvat omgevormd tot een plug of clot, en het blijft op de plaats waar dit gevormd is. Een
embolisme is een plug of clot dat door het bloed van een grotere vezel door een kleinere vezel
gaat, waardoor het de circulatie verstoord en het dus vast blijft zitten. Dit kan een bloedpropje,
een luchtbel, olie, vet of kleine celmassa zijn. Een voorbeeld van een versmalling van een
bloedvat is een conditie genaamd cerebral arteriosclerosis, waarbij de slagaders verharden en
, verdikken. Wanneer de ischemia tijdelijk is wordt het cerebral arteriosclerosis of transient
inschemia genoemd.
- Migraine Stroke: deze zijn verantwoordelijk voor een significant deel van de beroertes bij
mensen onder de 40 jaar, vooral vrouwen. De directe oorzaak van deze beroertes is
waarschijnlijk een vorm van vasospasm (vernauwing van de bloedvaten), maar de
onderliggende oorzaak blijft een mysterie. Het kan leiden tot infarcten en permanente
neurologische beschadigingen. De ‘klassieke’ migraine stroke wordt ervaren als een transient
ischematic attack met verschillende neurologische symptomen (verminderde zintuigen,
gevoelloosheid van de huid (vooral armen), moeilijkheden met bewegen en afasie.
- Cerebral Hemorrhage: is een grote bloeding in de hersenen. De meest voorkomende oorzaak is
een hoge bloeddruk (hypertension). De onset is abrupt en de bloeding kan snel fataal worden.
Het gebeurt vaak wanneer iemand wakker is, omdat de persoon dan actiever is en een hogere
bloeddruk heeft.
- Angiomas and Aneurysms: angiomas zijn een verzameling van aangeboren abnormale
bloedvaten waardoor de normale bloedstroom afwijkt. Agnomias kunnen leiden tot een
beroerte of tot een onvoldoende bloedverdeling in de regio’s rond de bloedvaten. Aneurysms
zijn vasculaire verwijdingen als gevolg van lokale defecten in de elasticiteit van een bloedvat.
Dit kan aangeboren zijn, maar kan ook ontstaan door een hoge bloeddruk, embolieën,
arteriosclerosis of infecties. Een symptoom van een aneurysma is hevige hoofdpijn.
Treating cerebral vascular disorders: de behandeling bestaat vaak uit medicijnen en operatie.
Anticoagulant therapie om een clot te verwijderen werkt alleen bij ischemia en binnen drie uur. Na
een beroerte kunnen medicijnen worden toegediend die de kans op celdood verminderen. Operaties
zijn niet altijd praktisch. De enige oplossing voor een aneurysma is bijvoorbeeld totale verwijdering,
wat meestal niet haalbaar is. Met betrekking tot een hersenbloeding kan het nodig zijn een operatie
uit te voeren om de druk van het bloed van het gescheurde bloedvat op de rest van de hersenen te
verlichten. De meest effectieve benadering voor vasculaire stoornissen is preventie.
Traumatic brain injuries
Traumatic brain injury (TBI) komt vaak door een ongeluk (auto, oorlog, sport etc.). Hersenletsel of
schade door een blow to the head is de meest voorkomende vorm van hersenschade bij mensen
onder de 40 jaar. De twee belangrijkste factoren in de incidentie van hersenletsel zijn leeftijd en
geslacht. Kinderen en ouderen hebben eerder hersenletsel doordat ze gevallen zijn dan anderen, en
mannen tussen de 15-30 jaar hebben een grotere kans op hersenletsel, vooral door auto- en
motorongevallen. Hoofdletsel kan op verschillende manieren de hersenfuncties treffen: direct, door
verstoren van de bloedtoevoer, door bloedtoevoer te stoppen, vergrote druk/zwellingen en door
littekenweefsel (later epilepsie). Twee soorten:
1. Open head injuries: dit zijn TBI’s waarbij de schedel penetrated is, zoals bij een schotwond.
In veel gevallen zorgt het letsel er niet voor dat het slachtoffer zijn bewustzijn verliest.
2. Closed head injuries: dit wordt meestal veroorzaakt door een klap op het hoofd. Schade op
de plaats van de klap wordt een coup genoemd, ontstaat wanneer de hersenen zijn
samengeperst doordat het bot naar binnen duwde, zelfs wanneer de schedel niet is
gebroken. De druk die wordt veroorzaakt door de coup kan de hersenen naar de andere kant
van de schedel duwen, waardoor een extra ‘bruise’ ontstaat, genaamd een contrecoup.
Kneuzingen en spanningen veroorzaakt door de klap kunnen een hersenbloeding
veroorzaken. Omdat het bloed gevangen zit in de schedel oefent het druk uit op de
omringende structuren. Net als bij het stoten van andere delen van het lichaam, zorgt een
klap op het hoofd ook voor zwellingen. Closed head injuries gaan vaak samen met een coma,
en het kunnen twee effecten door ontstaan: beschadiging van specifieke functies op de plek
van de coup/contrecoup en meer gegeneraliseerde verslechteringen door het brein. Vaak
beïnvloedt het ook de persoonlijkheid en het sociale gedrag.
, Recovering from and preventing head injury
Het herstellen van een hoofdtrauma kan 2 tot 3 jaar duren, maar het grootste deel van het
cognitieve herstel vindt in de eerste 6 tot 9 maanden plaats. Het herstel van geheugenfuncties gaat
iets langzamer dan het herstel van de algemene intelligentie. Een moeilijkheid bij het beoordelen van
de effecten van milde TBI op de daaropvolgende neuropsychologische functie is dat
hersenschuddingen vaak niet leiden tot significante veranderingen (gedetecteerd door
neuropsychologische tests). Hoofdletsel is te voorkomen en de nummer 1 preventieve maatregel is
het herkennen dat het ernstige onmiddellijke en langdurige cumulatieve gevolgen kan hebben.
2. Apraxia & Stroke
Kolb, B., & Wishaw, I. Q. (2015). Chapter 14: The parietal lobes.
De pariëtale cortex verwerkt en integreert somatosensorische en visuele informatie,
voornamelijk met betrekking tot het controleren van beweging.
Parietal lobe anatomy
Subdivisions of the parietal cortex: de pariëtale regio van de cerebrale cortex ligt
tussen de frontale en occipitale kwab. Het gebied wordt afgebakend door de centrale
fissure, de laterale (Sylvian) fissure, de cingulate gyus en de parieto-occipital sulcus.
De belangrijkste gebieden van de pariëtale kwab zijn de postcentral gyrus, superior
parietal lobule, parietal operculum, supramarginal gyrus en angular gyrus. Samen
worden de supramarginale gyrus en angular gyrus ook wel de inferior parietal lobe
genoemd. De pariëtale kwab kan worden verdeeld in twee functionele zones:
- Anterior zone: de somatosensory cortex
- Posterior zone : de posterior parietal cortex
Wanneer we kijken naar een andere anatomist, Constantin von Economo, zijn er drie
posterieure pariëtale gebieden (PE, PF, PG) die hij beschreef in zowel mensen als
apen. Gebied PF is dan gelijk aan Broddman’s areas 43 en 40 plus een deel van 7,
gebied PE aan area 5 en het overgebleven deel van 7, en PG is ongeveer gelijk aan
areas 39 en 40. Deze PG gebieden zijn voornamelijk visueel. Bij mensen zijn de PG en
de superior temporal sulcus (STS) groter dan bij apen. De polymodale cellen in de PG
reageren op somatosensorische en visuele input, de cellen in de STS op verschillende
combinaties van auditieve, visuele en somatosensorische input.
Broddmann’s areas not important!!
Specifieke pariëtale regio’s maken deel uit van de dorsale stroom van visuele verwerking, vooral de
intrapariëtale sulcus (cIPS) en de pariëtale reach regions (PRR). De gebieden in de cIPS dragen bij
aan het controleren van saccadische oogbewegingen (gebied LIP) en visuele controle bij het
vastpakken van een object (gebied AIP). De PRR heeft een rol bij het visueel sturen van
grijpbewegingen.
Connections of the parietal cortex: er zijn een aantal basisprincipes …
1. Area PE: is een somatosensorisch gebied dat informatie ontvang van de primaire
somatosensorische cortex. De output van de PE gaat naar de primaire motor cortex,
supplementaire motor en premotor regio’s, en naar PF. Gebied PE speelt daarom een rol bij
het sturen van bewegingen (guiding movement) door informatie te geven over de positie van
de ledematen.
2. Area PF: krijgt veel input van de primaire somatosensorische cortex door gebied PE. PF
ontvangt ook input van de motor en premotor cortex en een kleine visuele input door gebied
PG. De efferente verbindingen van PF komen overeen met die van gebied PE.