20.1 Van polypeptideketen tot werkzame eiwitten
Polypeptideketen is een keten van aminozuren die door het ribosoom op basis van de
codons op het m-RNA aaneen wordt geregen. Een polypeptideketen is nog lang geen
functioneel eiwit. Pas na modificatie van de polypeptideketen in het ruw endoplasmatisch
reticulum en het golgi-systeem ontstaat er uit een polypeptideketen een werkend eiwit.
(H19)
Na transcriptie, splicing, tijdens translatie voor afwerking:
Afwerking polypeptideketen
Om eiwitten op juiste plek in lichaam te krijgen krijgen adreslabels mee
^zie plaatje
In het (gladde) ER begint de omzetting van polypeptideketen naar eiwit
Polypeptideketen krijgt zijn eiwitstructuur en toevoegingen zoals koolhydraten
Stukjes ER membraan vormen transportblaasjes die de eiwitten voor afwerking naar het
Golgi-systeem vervoeren
Bewerking in het Golgi-systeem
1. Ontstaan van definitieve eiwitvorm
, a. Enzymen; voegen fosfaatgroepen toe, wijzigen de in het ER-toegevoegde
suikers en/ of koppelen meerdere polypeptideketens aaneen tot één eiwit
2. Het systeem verpakt en sorteert de gevormde eiwitten in blaasjes; adreslabels
bepalen eindbestemming
Afwerking geeft 3 mogelijkheden:
- Een transportblaasje brengt via exocytose het product (hormoon, enzym) de cel uit
- Eiwitten gaan deel uitmkanen van het celmembraan (receptor)
- Ontstaan lysosomen (enzym) (B79B/C)
Cytoplasma bestaat uit: organellen, grondplasma (Water en opgeloste stoffen (o.a. eiwitten,
vetachtige stoffen, zouten)
Ruimtelijke structuur
Eiwitten hebben een specifieke ruimtelijke structuur
1. Primaire structuur: type aminozuren en hun volgorde
2. Secundaire structuur: typerende structuren door waterstofbruggen tussen N-H-
groepen en C-O-groepen a-helices (helix enkelvoud) en ß-platen (B67H2)
3. Tertiaire structuur: driedimensionale vorm; komt tot stand door bindingen tussen de
restgroepen van aminozuren: elektrostatische aantrekking, vanderwaalskrachten, H-
bruggen en S-bruggen
o Zwavelbruggen zijn sterke bindingen tussen twee cysteïnemoleculen in een
polypeptideketen; overige 3 typen bindingen zijn zwakker
4. Quaternaire structuur: verschillende polypeptiden vormen samen één groot eiwit