WIH2
Loon naar werken
2.1
De hoogte van de beloning van arbeid blijft net als de prijs van producten een kwestie van
vraag en aanbod
Cao; collectieve arbeidsovereenkomst: hierin vastgelegd salaris, aantal uren werken etc.
2.2
Arbeidsmarkt: vraag en aanbod van (de productifactor) arbeid
- Aanbod: door werknemers = beroepsbevolking
- Vraag: door de werkgevers (bedrijven en overheid) = werkgelegenheid
Meer aanbod dan vraag = werkloosheid
De prijs op de arbeidsmarkt: het (bruto)loon (evenwichtsprijs=evenwichtsloon)
De vraag- en aanbodlijnen verschuiven door invloeden van buitenaf
Memo D10: Consumenten- en producentensurplus
Het consumentensurplus is het verschil tussen wat de consument moet betalen en wat hij
maximaal wil betalen.
Het producentensurplus is het verschil tussen de prijs die de ondernemer ontvangt en de
variabele kosten die hij moet maken om dat extra product te produceren, de marginale
kosten dus.
Memo D11: Minimum- en maximumprijzen
Soms legt de overheid een minimumprijs of een maximumprijs op. Dit doet de overheid om
consumenten of producenten te beschermen.
Een minimumprijs is een prijs die hoger is dan de marktprijs die ontstaat door vraag en
aanbod. Eenn ander onderdeel van minimumprijzen is het minimumloon.
Een maximumprijs is een prijs die lager is dan de marktprijs die ontstaat door vraag en
aanbod.
, 2.3
Aanbod op arbeidsmarkt bestaat uit de werkende en de werkloze beroepsbevolking
- De werkende beroepsbevolking bestaat uit de mensen tussen de 15 en 65 jaar die
minstens 12 uur per week betaald werk verrichten
o Meestal in loondienst, maar er zijn ook zelfstandigen
Vraag op de arbeidsmarkt bestaat uit het aantal vervulde arbeidsplaatsen en het aantal
vacatures bij de bedrijven en instellingen
- Vacatures zijn openstaande arbeidsplaatsen waarvoor werkgevers nog geen
personeel hebben kunnen vinden
Ruime arbeidsmarkt: meer aanbod dan vraag werkloosheid (ontmoedigend)
Krappe arbeidsmarkt: meer vraag dan aanbod lonen zullen stijgen (aanzuigend)
Door het aanzuigingseffect neemt de participatiegraad toe
Arbeidsjaar: een jaar een volle baan
Arbeid is een heterogeen goed, werknemers verschillen in kwaliteit
In werkelijkheid bestaat de arbeidsmarkt uit allemaal deelmarkten
Qa = werknemers
Qv = werkgevers
2.4
Cao:
- De primaire arbeidsvoorwaarden: de lonen en de werktijden
- De secundaire arbeidsvoorwaarden: alle overige afspraken, bijvoorbeeld verlof,
arbeidsomstandigheden, scholing en kinderopvang
Vakbonden vertegenwoordigen bij de onderhandelingen de werknemers
De loonruimte: geeft de mogelijke loonsverhoging weer.
Randvoorwaarde daarbij is dat het aandeel van de winst in de toegevoegde waarde van het
bedrijf niet krimpt
= het percentage, waarmee de lonen maximaal verhoogd kunnen worden zonder dat het
winstpercentage wordt
aangetast.
= ongeveer gelijk aan het inflatiepercentage plus de procentuele stijging van de
arbeidsproductiviteit
(zie voorbeeld aantekeningen)
Memo F01: Het gevangenendilemma
Er zijn 4 mogelijkheden:
1. Als A bekent en B niet, wordt A getuige en daarom vrijgelaten en krijgt B 20 jaar cel. 2.
Loon naar werken
2.1
De hoogte van de beloning van arbeid blijft net als de prijs van producten een kwestie van
vraag en aanbod
Cao; collectieve arbeidsovereenkomst: hierin vastgelegd salaris, aantal uren werken etc.
2.2
Arbeidsmarkt: vraag en aanbod van (de productifactor) arbeid
- Aanbod: door werknemers = beroepsbevolking
- Vraag: door de werkgevers (bedrijven en overheid) = werkgelegenheid
Meer aanbod dan vraag = werkloosheid
De prijs op de arbeidsmarkt: het (bruto)loon (evenwichtsprijs=evenwichtsloon)
De vraag- en aanbodlijnen verschuiven door invloeden van buitenaf
Memo D10: Consumenten- en producentensurplus
Het consumentensurplus is het verschil tussen wat de consument moet betalen en wat hij
maximaal wil betalen.
Het producentensurplus is het verschil tussen de prijs die de ondernemer ontvangt en de
variabele kosten die hij moet maken om dat extra product te produceren, de marginale
kosten dus.
Memo D11: Minimum- en maximumprijzen
Soms legt de overheid een minimumprijs of een maximumprijs op. Dit doet de overheid om
consumenten of producenten te beschermen.
Een minimumprijs is een prijs die hoger is dan de marktprijs die ontstaat door vraag en
aanbod. Eenn ander onderdeel van minimumprijzen is het minimumloon.
Een maximumprijs is een prijs die lager is dan de marktprijs die ontstaat door vraag en
aanbod.
, 2.3
Aanbod op arbeidsmarkt bestaat uit de werkende en de werkloze beroepsbevolking
- De werkende beroepsbevolking bestaat uit de mensen tussen de 15 en 65 jaar die
minstens 12 uur per week betaald werk verrichten
o Meestal in loondienst, maar er zijn ook zelfstandigen
Vraag op de arbeidsmarkt bestaat uit het aantal vervulde arbeidsplaatsen en het aantal
vacatures bij de bedrijven en instellingen
- Vacatures zijn openstaande arbeidsplaatsen waarvoor werkgevers nog geen
personeel hebben kunnen vinden
Ruime arbeidsmarkt: meer aanbod dan vraag werkloosheid (ontmoedigend)
Krappe arbeidsmarkt: meer vraag dan aanbod lonen zullen stijgen (aanzuigend)
Door het aanzuigingseffect neemt de participatiegraad toe
Arbeidsjaar: een jaar een volle baan
Arbeid is een heterogeen goed, werknemers verschillen in kwaliteit
In werkelijkheid bestaat de arbeidsmarkt uit allemaal deelmarkten
Qa = werknemers
Qv = werkgevers
2.4
Cao:
- De primaire arbeidsvoorwaarden: de lonen en de werktijden
- De secundaire arbeidsvoorwaarden: alle overige afspraken, bijvoorbeeld verlof,
arbeidsomstandigheden, scholing en kinderopvang
Vakbonden vertegenwoordigen bij de onderhandelingen de werknemers
De loonruimte: geeft de mogelijke loonsverhoging weer.
Randvoorwaarde daarbij is dat het aandeel van de winst in de toegevoegde waarde van het
bedrijf niet krimpt
= het percentage, waarmee de lonen maximaal verhoogd kunnen worden zonder dat het
winstpercentage wordt
aangetast.
= ongeveer gelijk aan het inflatiepercentage plus de procentuele stijging van de
arbeidsproductiviteit
(zie voorbeeld aantekeningen)
Memo F01: Het gevangenendilemma
Er zijn 4 mogelijkheden:
1. Als A bekent en B niet, wordt A getuige en daarom vrijgelaten en krijgt B 20 jaar cel. 2.