WC 8 – Winsttoerekening vaste inrichtingen en transfer pricing
Vraag 1 – besluit winstallocatie aan vi
a. Benadering houdt in dat aan een vi de winst toegerekend dient te worden die door de vi zou zijn
behaald indien zij een afzonderlijke ongelieerde onderneming zou zijn geweest met dezelfde of
soortgelijke functies, handelend onder dezelfde of overeenkomstige omstandigheden. Twee
onderdelen: activa, risico’s en vermogen alloceren aan de vi obv de functie-analyse en winst van de wi
bepalen obv analyse in de eerste stap en toepassing at arms length.
Toerekening vaste activa: indien ze gebruikt worden in/bij de vi.
1. Functies vi: activa (waar worden ze gebruikt), risico’s (functies personen), EV/VV (capital allocation
(staatssec) thin cap (vergelijkbare onderneming bekijken en hoe zij gefinancierd zijn), tracing,
fungibility methode/approach).
b. Ja, omdat de vi de vrachtwagen gebruikt.
c. Toerekening EV/VV aan de vi is gebaseerd op de wens om een vermogensstructuur te realiseren
die zoveel mogelijk is gebaseerd op het arms length beginsel. Toerekening van het vermogen vindt
plaats na de allocatie van de activa en risico’s obv een functie-analyse. De vrachtwagen zal behoren
tot het vermogen van de vi en dus de lening ook.
Volledige toerekening aan de vi is geen renteaftrek bij Y. Toerekening lening maar voor 50%, omdat Y
voor 50% uit EV/VV bestaat (obv capital allocation approach). De helft van de rente mag bij de vi in
aanmerking genomen worden.
HR gebruikt historisch causaal verband als methode. De lening zou in dat geval volledig toegerekend
worden aan de vi.
Afwijking met OESO: uitgangspunt OESO is thin cap en staatssecretaris obv capital allocation
methode.
Vraag 2 – par 3.4.2.A.e4 IBR
a. Door de objectvrijstelling wordt het resultaat van de Cubaanse vaste inrichting uit de wereldwinst
verwijderd. De rente is nog niet uit het resultaat verwijderd, dus is de Cubaanse vi winst: 2 (3 – 1
rente). De Nederlandse winst is dus 5 – 2 = 3 * 25% = 750 000 aan vpb.
Interne vergoedingen vallen weg bij de fe. Neutraal resultaat.
Cuba zal 2 mio belasten. Cuba ziet de fe niet.
Art 15ac lid 5: de rente wordt toegerekend aan de dochter en uit de winst verwijderd.
Sarakreek-arrest: lening niet te zien door fe en dus ook niet bij de voorkoming van dubbele belasting.
Hierdoor wordt hij niet uit de wereldwinst verwijderd. Hoge vrijstelling en lager bedrag belast in het
buitenland. Deze discrepantie is in art 15ac lid 5 gerepareerd. Indien het afwijkt, dan pak je de
berekening waarbij we rekening houden zonder fe. Als het verschil veroorzaakt wordt door de
financiering, dan kies je bij de berekening de laagste.
b. Bij interne royalty betalingen wordt voor de bepaling van de winst van een vi geen rekening
gehouden. De Nederlandse winst is dus 5 – 3 = 2 * 25% = 500 000 aan vpb (laatste arrest stof, BNB
2016/171). HR hield alleen rekening met het verdrag Nederland-Spanje. Dat hield geen rekening met
AOA. Dit is nu gerepareerd in art 15ac lid 5. Oud arrest 1968 ook even nalezen.
Wederom 750 000 aan vpb. Vrijgesteld is dus 2.
Vraag 3
Toerekening vermogen, resultaten.
Bij de vi wordt afgeschreven over WEV, dus 900 pj. Je vermindert de winst van 1500 van de vi nog
met 900 dus = 600. At arms length berekening, dus je houdt rekening met WEV.
Zie onderstaande tabel: verschil beide bedragen. Door verschil in afschrijving komt de SR over het
schip tot uiting. Ook als een dag later het schip aan een derde verkocht zou worden, zou de SR
toegerekend worden aan de vi, dus daar een plus van 800. Maar er ligt een Nederlandse claim op het
schip en dus weer toegerekend aan de NV. Je pakt bij die berekening de SR terug door 4 ton niet vrij
te stellen bij de vi.
Met die 9 ton corrigeer je een bedrag van 4 ton stille reserve en 5 ton afschrijving.
1
Vraag 1 – besluit winstallocatie aan vi
a. Benadering houdt in dat aan een vi de winst toegerekend dient te worden die door de vi zou zijn
behaald indien zij een afzonderlijke ongelieerde onderneming zou zijn geweest met dezelfde of
soortgelijke functies, handelend onder dezelfde of overeenkomstige omstandigheden. Twee
onderdelen: activa, risico’s en vermogen alloceren aan de vi obv de functie-analyse en winst van de wi
bepalen obv analyse in de eerste stap en toepassing at arms length.
Toerekening vaste activa: indien ze gebruikt worden in/bij de vi.
1. Functies vi: activa (waar worden ze gebruikt), risico’s (functies personen), EV/VV (capital allocation
(staatssec) thin cap (vergelijkbare onderneming bekijken en hoe zij gefinancierd zijn), tracing,
fungibility methode/approach).
b. Ja, omdat de vi de vrachtwagen gebruikt.
c. Toerekening EV/VV aan de vi is gebaseerd op de wens om een vermogensstructuur te realiseren
die zoveel mogelijk is gebaseerd op het arms length beginsel. Toerekening van het vermogen vindt
plaats na de allocatie van de activa en risico’s obv een functie-analyse. De vrachtwagen zal behoren
tot het vermogen van de vi en dus de lening ook.
Volledige toerekening aan de vi is geen renteaftrek bij Y. Toerekening lening maar voor 50%, omdat Y
voor 50% uit EV/VV bestaat (obv capital allocation approach). De helft van de rente mag bij de vi in
aanmerking genomen worden.
HR gebruikt historisch causaal verband als methode. De lening zou in dat geval volledig toegerekend
worden aan de vi.
Afwijking met OESO: uitgangspunt OESO is thin cap en staatssecretaris obv capital allocation
methode.
Vraag 2 – par 3.4.2.A.e4 IBR
a. Door de objectvrijstelling wordt het resultaat van de Cubaanse vaste inrichting uit de wereldwinst
verwijderd. De rente is nog niet uit het resultaat verwijderd, dus is de Cubaanse vi winst: 2 (3 – 1
rente). De Nederlandse winst is dus 5 – 2 = 3 * 25% = 750 000 aan vpb.
Interne vergoedingen vallen weg bij de fe. Neutraal resultaat.
Cuba zal 2 mio belasten. Cuba ziet de fe niet.
Art 15ac lid 5: de rente wordt toegerekend aan de dochter en uit de winst verwijderd.
Sarakreek-arrest: lening niet te zien door fe en dus ook niet bij de voorkoming van dubbele belasting.
Hierdoor wordt hij niet uit de wereldwinst verwijderd. Hoge vrijstelling en lager bedrag belast in het
buitenland. Deze discrepantie is in art 15ac lid 5 gerepareerd. Indien het afwijkt, dan pak je de
berekening waarbij we rekening houden zonder fe. Als het verschil veroorzaakt wordt door de
financiering, dan kies je bij de berekening de laagste.
b. Bij interne royalty betalingen wordt voor de bepaling van de winst van een vi geen rekening
gehouden. De Nederlandse winst is dus 5 – 3 = 2 * 25% = 500 000 aan vpb (laatste arrest stof, BNB
2016/171). HR hield alleen rekening met het verdrag Nederland-Spanje. Dat hield geen rekening met
AOA. Dit is nu gerepareerd in art 15ac lid 5. Oud arrest 1968 ook even nalezen.
Wederom 750 000 aan vpb. Vrijgesteld is dus 2.
Vraag 3
Toerekening vermogen, resultaten.
Bij de vi wordt afgeschreven over WEV, dus 900 pj. Je vermindert de winst van 1500 van de vi nog
met 900 dus = 600. At arms length berekening, dus je houdt rekening met WEV.
Zie onderstaande tabel: verschil beide bedragen. Door verschil in afschrijving komt de SR over het
schip tot uiting. Ook als een dag later het schip aan een derde verkocht zou worden, zou de SR
toegerekend worden aan de vi, dus daar een plus van 800. Maar er ligt een Nederlandse claim op het
schip en dus weer toegerekend aan de NV. Je pakt bij die berekening de SR terug door 4 ton niet vrij
te stellen bij de vi.
Met die 9 ton corrigeer je een bedrag van 4 ton stille reserve en 5 ton afschrijving.
1