IBR WC 5 – print sheets van werkgroep uit!
Vraag 1- verkoop vermogensbestanddeel: verkapt dividend
De werkelijke waarde is 2 mio en het pand wordt verkocht voor 3 mio. Er is dus sprake van 1 mio aan
verkapt dividend. Ogv art 8 jo art 3.8 IB jo art 8b dient de transactie gecorrigeerd te worden naar
zakelijkheid.
Ogv art 1 lid 1 DB wordt dividendbelasting geheven over de opbrengst van aandelen in en
winstbewijzen. Ogv art 3 lid 1 onderdeel a wordt verkapt dividend ook onder de opbrengst begrepen,
met de woorden ‘onder welke naam of in welke vorm ook gedaan’. Hierbij is van belang wat er tussen
partijen speelt en dat is een te hoge verkoopprijs voor een vermogensbestanddeel. Deze overwinst
vormt een uitdeling van winst voor de DB. In beginsel belast voor de DB, maar mag ogv art 4 lid 2 DB
inhouding achterwege blijven? Ja, eerst toetsen aan art 4. Obv van lid 2 wel, maar dan nog toetsen
aan lid 3: te weinig gegevens in de casus.
Andersom redeneren: eerst art 3: belastbaar feit ogv art 1. Sprake van inhoudingsplicht. Er is sprake
van de bevoordeling door de keten heen. Verdragen erbij pakken. Dividend mag bij de SA belast
worden ogv het verdrag NL – FR. Art 10 lid 1: verkrijger van het dividend wordt belast. Art 10 lid 2: als
de aandeelhouder van de BV een vennootschap is met beperkte aansprakelijkheid, dus in dit geval
5%.
In beginsel dus 15%, maar teruggaaf van 10% ogv het verdrag. Je kijkt altijd naar de directe
aandeelhouder: SA dus. De GmbH is dus niet relevant.
Vraag 2 – kapitaal terugbetalen
a) Ja. Een teruggaaf van hetgeen op aandelen is gestort, indien en voorzover sprake is van zuivere
winst, behoort ogv art 3 lid 1 ond d tot opbrengst en is derhalve belast. Is sprake van zuivere winst in
deze situatie? Zuivere winst is al hetgeen aan vermogen aanwezig is boven het fiscaalrechtelijk
(erkende) gestorte kapitaal. Ik zou zeggen ja hier.
Terugbetaling van kapitaal komt eigenlijk uit de winstreserves (dit is het uitgangspunt).
b) Om tevoren de teruggaaf van hetgeen op aandelen gestort is een algemene aandeelhouders
vergadering te houden en te besluiten tot deze teruggaaf en de nominale waarde van de
desbetreffende geplaatste aandelen bij statutenwijziging met een gelijk bedrag te verminderen.
Vraag 3 – belastingverdrag NL/BE
a) vermindering voor Jean obv verdrag
Ogv art 10 lid 4 Verdrag valt onder dividend de inkomsten uit aandelen. Vervreemding hoort hier
onder, dus is sprake van een dividend. Jean is de uiteindelijke gerechtigde tot de winst over verkoop
van de aandelen en wordt ogv art 10 lid 2b 15% over het brutobedrag van de dividenden geheven.
Jean heeft geen recht op een vermindering, omdat geen sprake is van lid 2a.
In beginsel ogv art 10 lid 1 in België belast. Dan lid 2: Nederland mag ook heffen. Antwoord is goed.
Geen reductie. Art 23 verdrag: par 1b: voorkoming wordt verleend door de woonstaat.
b) aanslag anders bij ab? Buitenlands belastingplichtige nu ogv art 2.1 lid 1 onderdeel b jo art 7.5 IB.
Valt volgens mij nu onder art 13 lid 5 Verdrag. Hierdoor wordt 25% geheven obv nationale wetgeving
(ab-inkomen). Het is namelijk belastbaar inkomen uit ab en Jean is buitenlands belastingplichtige.
Verdrag doet er in deze opgave denk ik niet toe.
speelt Bvdb nu een rol?
BNB 2004/123: verschil met vraag hierboven. In geschil had de belanghebbende een ab. Inkomen
wordt bepaald ogv hoofdstuk 4 IB, te weten 4.16 lid 1a IB: inkoop van aandelen is een belastbaar feit
voor de IB.
Belastbaar feit voor de DB: inkoop van aandelen. De bv is inhoudingsplichtige en Jean is buitenlands
belastingplichtig, dus heffing over vervreemdingsvoordeel a 15%.
Tav ab-houder is uitgemaakt dat voor kwalificatie van het voordeel moet worden gekeken naar wat het
Nederlands nationaal recht hierover zegt (voordeel behaald bij de verkoop van aandelen, staat niet in
het verdrag).
Bij het verdrag kun je het onder twee artikelen scharen, art 10 en art (vermogenswinst). Obv art 10
Vraag 1- verkoop vermogensbestanddeel: verkapt dividend
De werkelijke waarde is 2 mio en het pand wordt verkocht voor 3 mio. Er is dus sprake van 1 mio aan
verkapt dividend. Ogv art 8 jo art 3.8 IB jo art 8b dient de transactie gecorrigeerd te worden naar
zakelijkheid.
Ogv art 1 lid 1 DB wordt dividendbelasting geheven over de opbrengst van aandelen in en
winstbewijzen. Ogv art 3 lid 1 onderdeel a wordt verkapt dividend ook onder de opbrengst begrepen,
met de woorden ‘onder welke naam of in welke vorm ook gedaan’. Hierbij is van belang wat er tussen
partijen speelt en dat is een te hoge verkoopprijs voor een vermogensbestanddeel. Deze overwinst
vormt een uitdeling van winst voor de DB. In beginsel belast voor de DB, maar mag ogv art 4 lid 2 DB
inhouding achterwege blijven? Ja, eerst toetsen aan art 4. Obv van lid 2 wel, maar dan nog toetsen
aan lid 3: te weinig gegevens in de casus.
Andersom redeneren: eerst art 3: belastbaar feit ogv art 1. Sprake van inhoudingsplicht. Er is sprake
van de bevoordeling door de keten heen. Verdragen erbij pakken. Dividend mag bij de SA belast
worden ogv het verdrag NL – FR. Art 10 lid 1: verkrijger van het dividend wordt belast. Art 10 lid 2: als
de aandeelhouder van de BV een vennootschap is met beperkte aansprakelijkheid, dus in dit geval
5%.
In beginsel dus 15%, maar teruggaaf van 10% ogv het verdrag. Je kijkt altijd naar de directe
aandeelhouder: SA dus. De GmbH is dus niet relevant.
Vraag 2 – kapitaal terugbetalen
a) Ja. Een teruggaaf van hetgeen op aandelen is gestort, indien en voorzover sprake is van zuivere
winst, behoort ogv art 3 lid 1 ond d tot opbrengst en is derhalve belast. Is sprake van zuivere winst in
deze situatie? Zuivere winst is al hetgeen aan vermogen aanwezig is boven het fiscaalrechtelijk
(erkende) gestorte kapitaal. Ik zou zeggen ja hier.
Terugbetaling van kapitaal komt eigenlijk uit de winstreserves (dit is het uitgangspunt).
b) Om tevoren de teruggaaf van hetgeen op aandelen gestort is een algemene aandeelhouders
vergadering te houden en te besluiten tot deze teruggaaf en de nominale waarde van de
desbetreffende geplaatste aandelen bij statutenwijziging met een gelijk bedrag te verminderen.
Vraag 3 – belastingverdrag NL/BE
a) vermindering voor Jean obv verdrag
Ogv art 10 lid 4 Verdrag valt onder dividend de inkomsten uit aandelen. Vervreemding hoort hier
onder, dus is sprake van een dividend. Jean is de uiteindelijke gerechtigde tot de winst over verkoop
van de aandelen en wordt ogv art 10 lid 2b 15% over het brutobedrag van de dividenden geheven.
Jean heeft geen recht op een vermindering, omdat geen sprake is van lid 2a.
In beginsel ogv art 10 lid 1 in België belast. Dan lid 2: Nederland mag ook heffen. Antwoord is goed.
Geen reductie. Art 23 verdrag: par 1b: voorkoming wordt verleend door de woonstaat.
b) aanslag anders bij ab? Buitenlands belastingplichtige nu ogv art 2.1 lid 1 onderdeel b jo art 7.5 IB.
Valt volgens mij nu onder art 13 lid 5 Verdrag. Hierdoor wordt 25% geheven obv nationale wetgeving
(ab-inkomen). Het is namelijk belastbaar inkomen uit ab en Jean is buitenlands belastingplichtige.
Verdrag doet er in deze opgave denk ik niet toe.
speelt Bvdb nu een rol?
BNB 2004/123: verschil met vraag hierboven. In geschil had de belanghebbende een ab. Inkomen
wordt bepaald ogv hoofdstuk 4 IB, te weten 4.16 lid 1a IB: inkoop van aandelen is een belastbaar feit
voor de IB.
Belastbaar feit voor de DB: inkoop van aandelen. De bv is inhoudingsplichtige en Jean is buitenlands
belastingplichtig, dus heffing over vervreemdingsvoordeel a 15%.
Tav ab-houder is uitgemaakt dat voor kwalificatie van het voordeel moet worden gekeken naar wat het
Nederlands nationaal recht hierover zegt (voordeel behaald bij de verkoop van aandelen, staat niet in
het verdrag).
Bij het verdrag kun je het onder twee artikelen scharen, art 10 en art (vermogenswinst). Obv art 10