IBR WC 3
Vraag 1 – licentie/royalty
Voorwaarden verrekening:
- het gaat om royalty’s
- deze zijn in de winst begrepen
- deze zijn niet in de winst uit een andere staat, bedoeld in 15e objectvrijstelling
- deze zijn onderworpen aan een belasting naar de winst die vanwege het andere land wordt geheven.
- de schuldenaar (bij royalty’s) is gevestigd in een ontwikkelingsland
- de belastingplichtige die de verrekening claimt is de uiteindelijke gerechtigde tot de opbrengst (C BV)
Ogv art 36 Bvdb mag de buitenlandse belasting op royalty’s verrekend worden met de vpb over de
winst, indien voldaan is aan de bovenstaande voorwaarden. Hier is aan voldaan, dus mag er verrekend
worden. Je weet niet of de innovatiebox van toepassing is, dus dit wordt niet behandeld.
Het betreft hier een kapitaalintensieve royalty, dus verrekening.
Geen verdrag, dus Bvdb art 36
Art 15e Vpb gaat voor op de Bvdb! Verrekening verloopt als volgt: art 36 lid 2
1. Bedrag van de door de bronstaat geheven belasting = 50 000 (a)
2. Bedrag van de toerekenbare vpb heffing over deze buitenlandse bestanddelen = 50 000 (b)
3. Dividenden geen sprake van
vpb over wereldwinst = (200 000 * 20%) + (800 000 * 25%) = 240 000
er mag 50 000 verrekend worden, dus is de te betalen vpb 190 000
Vraag 2 – dividend
Puntsgewijs volgens hierboven uitgewerkt:
1. 50 * 20% ogv art 36 lid 2a 10 000
2. 50 * 25% ogv art 36 lid 2b 12 500
3. 50 * 15% ogv art 36 lid 3 7 500
vpb over wereldwinst = (200 000 * 20%) + (300 000 * 25%) = 115 000
er mag 50 000 verrekend worden, dus is de te betalen vpb 75 00
107 500
Dubbele belasting hier, want 2500 wordt dubbel belast.
Art 37: voortwentelen kan in deze situatie niet. Voor toepassing art 37, moet art 36 lid 2b van toepassing
zijn.
Art 38 van toepassing: kostenaftrek: 500-10 = 490 * 25% is niet voordeliger.
Vraag 3
Heft in Nederland over rentebate. Weer de limieten bepalen:
1. 70 000 * 40% = 28 000
2. (70-50) * 25% = 5 000
vpb over wereldwinst = (200 000 * 20%) + (300 000 * 25%) = 115 500
Dan verschuldigde belasting ogv art 36 lid 4 110 500
Hier mag je wel voortwentelen ogv art 37: 28 – 5 = 23.
Netto voorkoming ogv art 36 lid 4 = 20 * 25%. Je telt vooruitwenteling op bij eerste limiet.
Vraag 4 – geen rekening houdend met tariefopstapje
In beginsel objectvrijstelling van art 15e lid 1, maar in lid 7 staat een uitzondering. Op basis van art 15g
moet aan getoetst worden aan lid 1 a+b:
Art 15g lid 1 a + b financieren lichamen aan voldaan
reële heffing niet aan voldaan
dus geen objectvrijstelling.
Art 15h lid 1: vermindering ogv art 23d
Art 23d lid 2 laagste van deze twee
a. 5% gezamenlijke winst uit buitenland = 5% * 100 = 5 000
b. 100 000 * 125 000 = 25 000
Art 23d lid 3 7 000 dit mag verrekend worden ( 7% van 100 000)
dus geen vrijstelling maar verrekening: 125 – 7 = 118
Vraag 5
2016 – Art 15 Bvdb
lid 2a: 3750
lid 2b 20/100 * 20 = 4000
lid 3 25 * 15% = 3750
Verschuldigde belasting is 25 – 5 (kosten) = 20 – 3,75 = 16,25. Voortwentelen alleen als lid 2a hoger is.
Er moet sprake zijn van dubbele heffing.
Vraag 1 – licentie/royalty
Voorwaarden verrekening:
- het gaat om royalty’s
- deze zijn in de winst begrepen
- deze zijn niet in de winst uit een andere staat, bedoeld in 15e objectvrijstelling
- deze zijn onderworpen aan een belasting naar de winst die vanwege het andere land wordt geheven.
- de schuldenaar (bij royalty’s) is gevestigd in een ontwikkelingsland
- de belastingplichtige die de verrekening claimt is de uiteindelijke gerechtigde tot de opbrengst (C BV)
Ogv art 36 Bvdb mag de buitenlandse belasting op royalty’s verrekend worden met de vpb over de
winst, indien voldaan is aan de bovenstaande voorwaarden. Hier is aan voldaan, dus mag er verrekend
worden. Je weet niet of de innovatiebox van toepassing is, dus dit wordt niet behandeld.
Het betreft hier een kapitaalintensieve royalty, dus verrekening.
Geen verdrag, dus Bvdb art 36
Art 15e Vpb gaat voor op de Bvdb! Verrekening verloopt als volgt: art 36 lid 2
1. Bedrag van de door de bronstaat geheven belasting = 50 000 (a)
2. Bedrag van de toerekenbare vpb heffing over deze buitenlandse bestanddelen = 50 000 (b)
3. Dividenden geen sprake van
vpb over wereldwinst = (200 000 * 20%) + (800 000 * 25%) = 240 000
er mag 50 000 verrekend worden, dus is de te betalen vpb 190 000
Vraag 2 – dividend
Puntsgewijs volgens hierboven uitgewerkt:
1. 50 * 20% ogv art 36 lid 2a 10 000
2. 50 * 25% ogv art 36 lid 2b 12 500
3. 50 * 15% ogv art 36 lid 3 7 500
vpb over wereldwinst = (200 000 * 20%) + (300 000 * 25%) = 115 000
er mag 50 000 verrekend worden, dus is de te betalen vpb 75 00
107 500
Dubbele belasting hier, want 2500 wordt dubbel belast.
Art 37: voortwentelen kan in deze situatie niet. Voor toepassing art 37, moet art 36 lid 2b van toepassing
zijn.
Art 38 van toepassing: kostenaftrek: 500-10 = 490 * 25% is niet voordeliger.
Vraag 3
Heft in Nederland over rentebate. Weer de limieten bepalen:
1. 70 000 * 40% = 28 000
2. (70-50) * 25% = 5 000
vpb over wereldwinst = (200 000 * 20%) + (300 000 * 25%) = 115 500
Dan verschuldigde belasting ogv art 36 lid 4 110 500
Hier mag je wel voortwentelen ogv art 37: 28 – 5 = 23.
Netto voorkoming ogv art 36 lid 4 = 20 * 25%. Je telt vooruitwenteling op bij eerste limiet.
Vraag 4 – geen rekening houdend met tariefopstapje
In beginsel objectvrijstelling van art 15e lid 1, maar in lid 7 staat een uitzondering. Op basis van art 15g
moet aan getoetst worden aan lid 1 a+b:
Art 15g lid 1 a + b financieren lichamen aan voldaan
reële heffing niet aan voldaan
dus geen objectvrijstelling.
Art 15h lid 1: vermindering ogv art 23d
Art 23d lid 2 laagste van deze twee
a. 5% gezamenlijke winst uit buitenland = 5% * 100 = 5 000
b. 100 000 * 125 000 = 25 000
Art 23d lid 3 7 000 dit mag verrekend worden ( 7% van 100 000)
dus geen vrijstelling maar verrekening: 125 – 7 = 118
Vraag 5
2016 – Art 15 Bvdb
lid 2a: 3750
lid 2b 20/100 * 20 = 4000
lid 3 25 * 15% = 3750
Verschuldigde belasting is 25 – 5 (kosten) = 20 – 3,75 = 16,25. Voortwentelen alleen als lid 2a hoger is.
Er moet sprake zijn van dubbele heffing.