HEUP
Maximum lose pack position: 30 graden flexie, 30 graden abductie, beetje exorotatie
Close packed position: extensie, endorotatie en abductie.
Kapselpatroon: flexie – abductie – endorotatie
Flexie = 110 – 120 graden
Extensie = 10 – 15 graden
Abductie = 30 – 50 graden
Adductie = 30 graden
Exorotatie = 40 – 60 graden
Endorotatie = 30 – 40 graden
1.Voer een inspectie uit bij een patiënt met heupklachten, met:
- artrosis deformans:
Symptomen bewegingsbeperkingen, spierfunctieverlies, pijn (bij bewegen en ’s nachts),
ochtendstijfheid, zwelling.
= Een vorm van artrose waarbij het kraakbeen in het gewricht slijt. Kraakbeen zorgt ervoor
dat het gewricht soepel en pijnvrij kan bewegen. Het is veerkrachtig en schok dempend. Als
kraakbeen eenmaal kapot is, blijft het kapot doordat er geen doorbloeding is.
Inspectie totaal: stand van de voeten, hoogte van de malleoli, inversie/eversie enkels,
holle/platte voet, spiertonus onderbeen, luchtfiguren, stand van de knieën, varus/valgus,
hyperextensie/flexie, spiertonus bovenbeen, SIAS en SIPS, crista iliaca, lijn van Appleton,
ruggenwervel, kyfose/lordose, luchtfiguren armen, stand van de schouders, scapula, stand
van het hoofd, lijn van hoofd naar navel.
Inspectie lokaal: zwelling (+ andere ontstekingsverschijnselen), hydrops (vocht in het
gewricht, waardoor de huid bol gaat staan), overbeharing, littekens, moedervlekken, SIAS,
SIPS, crista iliaca
Functionele inspectie: patiënt laten lopen, laten zitten en opstaan van stoel, uit bed
rollen/komen, traplopen, staan op een been.
Wat verwacht je te zien als iemand dit heeft? misschien zwelling (+ andere
ontstekingsverschijnselen) bij/rond de heup, patiënt loopt met een Trendelenburg sign aan
de aangedane zijde, loopt met kleine stapjes, niet volledige ROM van extensie en flexie,
minder lang op het aangedane been staan in lose back position
-In de acute actuele fase (direct postoperatief) na een THP:
Ligt eraan of het een gecementeerde of ongecementeerde heup prothese is
Gecementeerd = bij ouderen (60+), lijm in de schacht, prothese zit muurvast, is minder
pijnlijk, direct stabiel, revalideert goed, direct belasten (goed voor spieren)
Ongecementeerd = geen lijm, poreuze coating, ruw laagje aan de buitenkant, bij mensen
jonger dan 60, meer pijn, direct stabiel, na 12 weken vol belasten, bot groeit in coating.
Bij het plaatsen van een heup prothese worden de huid, spier, fascie, vaten, ligamenten,
gewrichtskapsel, kraakbeen, bot en zenuwen beschadigt.
Verschillende technieken om te opereren: lateraal, anterior, posterior en mis (minimal
invasive surgery). Techniek bepaalt het herstel ook.
Inspectie totaal: stand van de voeten, hoogte van de malleoli, inversie/eversie enkels,
holle/platte voet, spiertonus onderbeen, luchtfiguren, stand van de knieën, varus/valgus,
hyperextensie/flexie, spiertonus bovenbeen, SIAS en SIPS, crista iliaca, lijn van Appleton,
ruggenwervel, kyfose/lordose, luchtfiguren armen, stand van de schouders, scapula, stand
van het hoofd, lijn van hoofd naar navel.
Inspectie lokaal: zwelling (+ andere ontstekingsverschijnselen), hydrops, overbeharing,
littekens, moedervlekken, SIAS, SIPS, crista iliaca, wondgenezing, spiertonus
,Inspectie functioneel: bewegingsbeperking in extensie, endorotatie en adductie, niet meer
dan 90 graden flexie (mogen) maken, verminderde stabiliteit, spierverzwakking. Patiënt laten
lopen, laten zitten en opstaan van stoel, uit bed rollen/komen, traplopen.
Wat verwacht je te zien als iemand dit heeft?
Compensatie gedrag?
2. Voer een palpatie uit bij een patiënt met heupklachten:
- ten gevolge van artrosis deformans:
Letten op zwelling, verdikkingen, warmte en spiertonus.
-In de acute actuele fase (direct postoperatief) na een THP:
-In de fase chronisch – niet actueel (enkele weken na operatie) na een THP:
3. Beoordeel het looppatroon van
de patiënt (al dan niet met
hulpmiddel):
- Met artrosis deformans:
Trendelenburg sign aan pijnlijke zijde,
loopt met kleine stapjes, niet volledige
ROM van extensie en flexie, minder
lang op het aangedane been staan in
lose back position.
-In de chronisch – niet actuele fase
(enkele weken na operatie) na een
THP:
4. Onderzoek of er een beenlengteverschil aanwezig
Klinisch = van SIAS naar mediale malleoli. Stand van het bekken.
Anatomisch = trochanter major naar mediale malleoli
Kan worden beïnvloed door spierdikte verschil aan beide kanten.
Na ongeveer 3 cm een beenlengteverschil.
5. Voer een actief bewegingsonderzoek uit bij een patiënt met heupklachten
Flexie = 110 – 120 graden
Extensie = 10 – 15 graden
Abductie = 30 – 50 graden
Adductie = 30 graden
Exorotatie = 40 – 60 graden
Endorotatie = 30 – 40 graden
Uitleg: uitleggen dat je gaat kijken of er een bewegingsbeperking is en patiënt moet
aangeven hoe het voelt.
Eerst actief, beginnen met de goede zijde.
Vragen: doet het pijn?/hoe voelt dit? waar zit de pijn? is dit de herkenbare pijn?
Eindgevoel checken: bot op bot of tissue stretch.
Actief een beperkte ROM? kan myogeen probleem zijn.
, -Ten gevolge van artrosis deformans:
Botuiteinden glijden minder soepel over elkaar heen. Bewegen gaat steeds moeizamer en
doet steeds meer pijn.
-In de acute actuele fase (direct postoperatief) na een THP:
-In de fase chronisch – niet actueel (enkele weken na operatie) na een THP:
6. Voer een passief bewegingsonderzoek uit bij een patiënt met heupklachten
* zie actief bewegingsonderzoek
- Altijd eerst actief doen.
- Door drukken vanuit actief bewegingsonderzoek: beperkte ROM? eerst helemaal terug
en dan hele beweging laten maken.
-Ten gevolge van artrosis deformans:
Botuiteinden glijden minder soepel over elkaar heen. Bewegen gaat steeds moeizamer en
doet steeds meer pijn.
-In de acute actuele fase (direct postoperatief) na een THP:
-In de fase chronisch – niet actueel (enkele weken na operatie) na een THP:
7. Bepaal de bewegingsuitslagen van de heup m.b.v. een goniometer
*Zie actief/passief bewegingsonderzoek. Goniometer erbij houden.
Op kunnen schrijven.
8. Onderzoek of er al dan niet een kapselpatroon in de heup aanwezig is
Kapselpatroon = flexie, abductie, endorotatie
Bewegingen van het kapselpatroon laten maken. In die volgorde.
9. Voer de test van Trendelenburg uit
Waarom: voor stabiliteit van de heup, voor de abductoren van de
heup en de M. gluteus medius die de pelvis stabiliseren.
Uitvoering: laten staan op het aangedane been. Het bekken moet
recht blijven.
Positief: als het bekken van het been die opgetild is naar
beneden zakt. En bij herkenbare pijn of zwakte van de heup.
Zwakte van de M. gluteus medius werking van het
aangedane been.
10. Onderzoek of er een Patrick sign of Faber’s sign
aanwezig is
Waarom: Voor de limiet van bewegen in de heup flexie,
abductie, exorotatie.
Uitvoering: in ruglig, testkant in flexie, abductie en exorotatie,
halve kleermakerszit maken, SIAS fixeren en de knie naar
beneden duwen.
Positief: bij diepe/herkenbare pijn heup gewricht kapot,
iliopsoas spasme, SI gewricht aangedaan/kapot.
Vragen: doet het pijn?/hoe voelt dit? waar zit de pijn? is
dit de herkenbare pijn?