HEUP
1.Geef pijndemping middels passief angulaire technieken in een open keten in ruglig
en/of buiklig.
Flexie, extensie, abductie, adductie, exorotatie, endorotatie.
Gewoon de beweging maken bij de patiënt *het dansje*. Steeds terug naar 0-punt.
Moet pijndempend zijn, dus voor de pijn weer terug. Aantal keer herhalen, wat voor de
patiënt prettig voelt.
Je stimuleert zo ook het synoviale vloeistof en de doorbloeding van het gewricht.
2. Geef mobilisering middels passief angulaire technieken in een open keten in ruglig
en/of buiklig zonder en met gebruik van actieve inhibitie. PNF-stretching.
Mobiliserend = zonder dat de patiënt pijn heeft, niet terug naar het 0-punt. In de eindstand
blijven bewegen.
Bewegingen dus maken = gewoon zonder PNF.
Contra-indicaties: hypermobiliteit, zwelling van een gewricht en ontstekingen
PNF-stretching:
Hold-relax = verkorte spier aanspannen (5-10 seconden), relax, passief rekken.
Agonist-contraction = verkorte spier aanspannen (5-10 seconden), patiënt actief laten rekken
(dus zelf doen). De niet verkorte spier spant aan.
Combinatie = verkorte spier aanspannen (5-10 seconden), ontspannen, tegen weerstand in
rekken.
Flexie:
Flexie is beperkt (Hamstrings bijv. verkort), dus extensoren zijn verkort.
Zonder = flexie van de heup maken.
HR = extensie van de heup maken in eindstand (5-10 sec. aanspannen tegen jou in) – relax
– rekken naar flexie.
AC = extensie van de heup maken in eindstand (5-10 sec. aanspannen tegen jou in) –
patiënt maakt zelf actief flexie heup.
Combinatie = extensie van de heup maken in eindstand (5-10 sec. aanspannen tegen jou in)
– relax – patiënt maakt flexie tegen weerstand in.
Extensie:
Extensie is beperkt (Quadriceps bijv.), dus de flexoren zijn verkort.
Zonder = extensie van de heup maken.
HR = flexie van de heup maken in eindstand (5-10 sec. aanspannen tegen jou in) – relax –
rekken naar extensie.
AC = flexie van de heup maken in eindstand (5-10 sec. aanspannen tegen jou in) – patiënt
maakt zelf actief extensie van de heup.
Combinatie = flexie van de heup maken in eindstand (5-10 sec. aanspannen tegen jou in) –
relax – patiënt maakt extensie tegen weerstand in.
Abductie:
Abductie is beperkt, dus de adductoren zijn verkort.
Zonder = abductie van de heup maken.
HR = adductie van de heup maken in eindstand (5-10 sec. aanspannen tegen jou in) – relax
– rekken naar abductie.
AC = adductie van de heup maken in eindstand (5-10 sec. aanspannen tegen jou in) –
patient maakt zelf actief abductie van de heup.
Combinatie = adductie van de heup maken in eindstand (5-10 sec. aanspannen tegen jou in)
– relax – patient maakt abductie tegen weerstand in.
,Adductie:
Adductie is beperkt, dus de abductoren zijn verkort.
Zonder = adductie van de heup maken.
HR = abductie van de heup maken in eindstand (5-10 sec. aanspannen tegen jou in) – relax
– rekken naar adductie.
AC = abductie van de heup maken in eindstand (5-10 sec. aanspannen tegen jou in) –
patient maakt zelf actief adductie van de heup.
Combinatie = abductie van de heup maken in eindstand (5-10 sec. aanspannen tegen jou in)
– relax – patient maakt adductie tegen weerstand in.
Exorotatie:
Exorotatie is beperkt, dus de endorotatoren zijn verkort.
Endorotatie (voet naar buiten draaien), exorotatie (voet naar binnen draaien).
Zonder = exorotatie van de heup laten maken.
HR = endorotatie van de heup maken in eindstand (5-10 sec. aanspannen tegen jou in) –
relax – rekken naar exorotatie.
AC = endorotatie van de heup maken in eindstand (5-10 sec. aanspannen tegen jou in) –
patiënt maakt zelf actief exorotatie van de heup.
Combinatie = endorotatie van de heup maken in eindstand (5-10 sec. aanspannen tegen jou
in) – relax – patiënt maakt exorotatie tegen weerstand in.
Endorotatie:
Endorotatie is beperkt, dus de exorotatoren zijn verkort.
Endorotatie (voet naar buiten draaien), exorotatie (voet naar binnen draaien).
Zonder = endorotatie van de heup laten maken.
HR = exorotatie van de heup maken in eindstand (5-10 sec. aanspannen tegen jou in) –
relax – rekken naar endorotatie.
AC = exorotatie van de heup maken in eindstand (5-10 sec. aanspannen tegen jou in) –
patiënt maakt zelf actief endorotatie van de heup.
Combinatie = exorotatie van de heup maken in eindstand (5-10 sec. aanspannen tegen jou
in) – relax – patiënt maakt endorotatie tegen weerstand in.
3. Geef pijndemping middels actieve angulaire technieken in een openketen in ruglig
en/of zit en/of stand.
Moet pijndempend zijn, dus voor de pijn weer terug. Aantal keer herhalen, wat voor de
patiënt prettig voelt. Steeds terug naar 0-punt.
Je stimuleert zo ook het synoviale vloeistof en de doorbloeding van het gewricht.
Patiënt maakt zelf de bewegingen.
Flexie – extensie – abductie – adductie – exorotatie – endorotatie
4. Geef mobilisering middels actief angulaire technieken in een open keten in ruglig
en/of buiklig zonder en met gebruik van actieve inhibitie. PNF-stretching.
Contra-indicaties: hypermobiliteit, zwelling van een gewricht en ontstekingen
Mobiliserend = zonder dat de patiënt pijn heeft, niet terug naar het 0-punt. In de eindstand
blijven bewegen.
Bewegingen dus maken = gewoon zonder PNF.
PNF-stretching:
Hold-relax = verkorte spier aanspannen (5-10 seconden), relax, passief rekken.
Agonist-contraction = verkorte spier aanspannen (5-10 seconden), patiënt actief laten rekken
(dus zelf doen). De niet verkorte spier spant aan.
Combinatie = verkorte spier aanspannen (5-10 seconden), ontspannen, tegen weerstand in
rekken. Contra-indicaties: hypermobiliteit, zwelling van een gewricht en ontstekingen
, Mobiliserend = zonder dat de patiënt pijn heeft, niet terug naar het 0-punt. In de eindstand
blijven bewegen.
Bewegingen dus maken = gewoon zonder PNF.
PNF-stretching:
Hold-relax = verkorte spier aanspannen (5-10 seconden), relax, passief rekken.
Agonist-contraction = verkorte spier aanspannen (5-10 seconden), patiënt actief laten rekken
(dus zelf doen). De niet verkorte spier spant aan.
Combinatie = verkorte spier aanspannen (5-10 seconden), ontspannen, tegen weerstand in
rekken.
Flexie:
Flexie is beperkt (Hamstrings bijv. verkort), dus extensoren zijn verkort.
Zonder = flexie van de heup maken, actief. Patient doet het zelf.
HR = extensie van de heup maken in eindstand (5-10 sec. aanspannen tegen jou in) – relax
– rekken naar flexie.
AC = extensie van de heup maken in eindstand (5-10 sec. aanspannen tegen jou in) –
patiënt maakt zelf actief flexie heup.
Combinatie = extensie van de heup maken in eindstand (5-10 sec. aanspannen tegen jou in)
– relax – patiënt maakt flexie tegen weerstand in.
Extensie:
Extensie is beperkt (Quadriceps bijv.), dus de flexoren zijn verkort.
Zonder = extensie van de heup maken, actief. Patient doet het zelf.
HR = flexie van de heup maken in eindstand (5-10 sec. aanspannen tegen jou in) – relax –
rekken naar extensie.
AC = flexie van de heup maken in eindstand (5-10 sec. aanspannen tegen jou in) – patiënt
maakt zelf actief extensie van de heup.
Combinatie = flexie van de heup maken in eindstand (5-10 sec. aanspannen tegen jou in) –
relax – patiënt maakt extensie tegen weerstand in.
Abductie:
Abductie is beperkt, dus de adductoren zijn verkort.
Zonder = abductie van de heup maken, actief. Patient doet het zelf.
HR = adductie van de heup maken in eindstand (5-10 sec. aanspannen tegen jou in) – relax
– rekken naar abductie.
AC = adductie van de heup maken in eindstand (5-10 sec. aanspannen tegen jou in) –
patient maakt zelf actief abductie van de heup.
Combinatie = adductie van de heup maken in eindstand (5-10 sec. aanspannen tegen jou in)
– relax – patient maakt abductie tegen weerstand in.
Adductie:
Adductie is beperkt, dus de abductoren zijn verkort.
Zonder = adductie van de heup maken, actief. Patient doet het zelf.
HR = abductie van de heup maken in eindstand (5-10 sec. aanspannen tegen jou in) – relax
– rekken naar adductie.
AC = abductie van de heup maken in eindstand (5-10 sec. aanspannen tegen jou in) –
patient maakt zelf actief adductie van de heup.
Combinatie = abductie van de heup maken in eindstand (5-10 sec. aanspannen tegen jou in)
– relax – patient maakt adductie tegen weerstand in.
Exorotatie:
Exorotatie is beperkt, dus de endorotatoren zijn verkort.
Endorotatie (voet naar buiten draaien), exorotatie (voet naar binnen draaien).