1.1 – introductie
Nederlands kreeg in 2001 de euro
Veel mensen waren wantrouwend, bang voor inflatie
Veel bedrijven/horeca rondden nieuwe prijzen naar boven af
1.2 – is er inflatie? En zo ja, is dat erg?
Bij de overgang van de ene munt naar de andere munt, treedt geldillusie op
- Gaan prijzen terugrekenen naar auto valuta, waardoor het goedkoper lijkt en ze dus
meer gaan kopen
Geldillusie: Betekent dat mensen denken dat ze na een verandering in het geldstelsel of een
loonsverhoging rijker zijn dan ze in werkelijkheid zijn
Mensen zijn bang voor welvaartsverlies
Prijscompensatie: wil zeggen dat lonen net zoveel stijgen als de inflatie.
Waardevaste uitkering: Is gekoppeld aan inflatie
Welvaartsvaste uitkering: Is gekoppeld aan de lonen
Loonstijgingen zijn niet duur als de productie per werknemer ook toeneemt
Bevriezen van lonen is niet erg als de prijzen ook dalen
Memokaart I07 CPI
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) berekent de consumentenprijsindex (CPI). Dit
getal geeft aan hoe hoog de kosten voor het levensonderhoud zijn voor de gemiddelde
Nederlander ten opzichte van het basisjaar.
Twee getallen nodig:
- De wegingcoëfficiënten uit het basisjaar
o Geeft aan hoeveel de NL aan product uitgaf van z’n inkomen
- Het prijsindexcijfer van een artikelengroep
o Geeft aan hoeveel de prijs van het product is gestegen
Vb:
De winstmarge: de winst als percentage van de prijs of de omzet