1.1
Globalisering = proces van wereldwijde interactie tussen mensen, bedrijven, regeringen en
culturen
Informatie en communicatie zijn grensoverschrijdend
Nadeel globalisering: laaggeschoolde werknemers raken hun baan kwijt doordat grote
bedrijven werk uitbesteden in lagelonenlanden
1.2
Bruto Binnenlands product (BBP) op 3 manieren berekenen (NEH1)
1. De subjectieve methode
= optellen primaire inkomens + afschrijvingen
= loon + pacht + interest + winst
2. De objectieve methode
= optellen toegevoegde waardes overheid en bedrijven
3. Bestedingsmethode
= effectieve vraag
= C + I + O + (E – M)
C = comsumptie / I = investeringen / O = overheidsbestedingen
E = export / M = import
NBP = BBP – afschrijvingen
Nadelen reëel BBP per inwoner als maatstaf voor het meten van welvaart:
- BBP zegt weinig over inkomensverdeling in een land.
- Bij de berekening van het inkomen wordt geen rekening gehouden met de productie
in de informele sector.
- Er wordt geen rekening gehouden met negatieve en positieve externe effecten (bijv.
Milieuvervuiling of onderwijs).
Convergentie: De welvaartsverschillen in de wereld worden in verhouding kleiner >
Divergentie: de welvaartsverschillen in de wereld worden in verhouding groter <
Gezinnen brengen hun spaargeld naar financiële instellingen
Die lenen het uit aan bedrijven die er vervolgens hun investeringen mee financieren
Gevolgen:
- Op korte termijn:
o Bestedingen stijgen
, Conjunctuur, de aggregeerde vraag naar goeden en diensten
- Op lange termijn:
o Productiecapaciteit groeit
Structuur, de ontwikkeling van kwaliteit en kwantiteit van productiefactoren
1.3
Micro-economie: het bestuderen van het gedrag van consumenten en producenten
Macro-economie: het denken in geaggregeerde grootheden (landen)
Afschrijvingen: deel van BBP gebruikt om de voorraad kapitaalgoederen in stand te houden
( = ook wel vervangingsbestedingen)
Formele economie/ informele economie (zwart werken, in natura, etc.)
Personele inkomensverdeling:
Laat zien hoe de inkomens verdeeld zijn over rijke en arme mensen
- Lorenzcurve
o Ginicoëfficiënt
A/A+B
Geeft altijd een waarde tussen de 0 en de 1
= 0 dan geen inkomensverschillen
Categoriale inkomensverdelingen:
Laat zien hoe de inkomens verdeeld zijn over de categorieën loon, winst, rente en huur
- Loonquote:
o Percentage BBP aan loon
= loon/ toegevoegde waardes overheid en bedrijven * 100
= loon/ BBP * 100
Arbeidsinkomensquote:
Welk deel van de nettoproductie van bedrijven bij ‘arbeid’ terecht komt
(Zegt het meest over de categoriale inkomensverdeling)
= Arbeidsinkomen + toegerekend loon zelfstandigen/ toegevoegde waardes bedrijven * 100
Geldstromen/ goederenstromen