Les 1 4/9
Canmeds:
Zorgverlening staat centraal.
Er is meer dan alleen praten en luisteren.
Hoe werk je samen met collega’s en families etc.
Wat is handig? Wat is er nodig?
Wat moet er veranderen?
Hoe pak ik met mijn collega’s iets aan?
Zorgverlener: hierbij verleen je zorg aan de
patiënt. Stel de patiënt moet gewassen worden,
dan help je de patiënt eventueel. Je geeft de
patiënt de juiste zorg en zorgt er voor dat de patiënt zich redt met de handelingen die de
patiënt moet verrichten.
Communicator: hierbij gaat het om communiceren ‘op maat’, denk hierbij aan leeftijd,
etnische achtergrond, taalbeheersing, etc. Je moet goed kunnen inleven en op een open
en respectvolle manier communiceren.
Samenwerkingspartner: hierbij ga je handelen op basis van gelijkwaardigheid met de
patiënt en zijn naasten, eigen of andere disciplines, en met leidinggevenden. Zij deelt
kennis en informatie, en is gericht op samenwerking en overdracht. Daarnaast werken
verpleegkundigen ook samen met politie, woningbouwverenigingen, wijkcentra (om het
beste te willen voor de patiënten).
Reflectieve EBP-professional: het handelen van een verpleegkundige wordt ondersteund
door resultaten van onderzoek (EBP). De verpleegkundige streeft naar het toepassen van
instrumenten en interventies waarvan de doeltreffendheid en doelmatigheid
aannemelijk zijn. Zij neemt kennis van resultaten van wetenschappelijk onderzoek en
past die waar mogelijk toe in de beroepspraktijk.
Gezondheidsbevorderaar: hierbij bevorder je de gezondheid van de patiënt. Stel de
patiënt volgt een dieet om af te vallen, maar bij een vervolganamnese wordt duidelijk
dat dit niet voldoende is waardoor de patiënt ook meer zou kunnen gaan bewegen. Je
bevordert de gezondheid, oftewel je zorgt ervoor dat de patiënt steeds gezonder wordt
en het probleem steeds kleiner wordt.
Organisator: hierbij neemt de verpleegkundige beslissingen in het dagelijks werk over
taken, beleid en middelen voor de individuele gezondheidszorg. Zij begrijpt de financieel-
economische en bedrijfsmatige belangen die bij de patiëntenzorg spelen, zij voelt zich
medeverantwoordelijk voor het betaalbaar houden van de gezondheidszorg en ze gaat
op verantwoordelijke wijze om met materialen en middelen.
, Professional en kwaliteitsbevorderaar: de verpleegkundige levert zorg passend binnen de
geldende wet- en regelgeving. De verpleegkundige monitort, screent en meet haar zorg
systematisch met het oog op kwaliteitsverbetering. De verpleegkundige signaleert het
ontbreken van standaarden en protocollen op relevante gebieden en brengt dit onder de
aandacht van de eigen organisatie en van de beroepsvereniging van verpleegkundigen.
Verplegen:
Specifiek doel:
Bevorderen van gezondheid, herstel, groei en ontwikkeling, en het voorkomen van
ziekte, aandoening of beperking.
Lijden en pijn te minimaliseren en mensen in staat te stellen hun ziekte, handicap, de
behandeling en de gevolgen daarvan te begrijpen en daarmee om te gaan.
Het handhaven van de best mogelijke kwaliteit van leven tot aan het eind.
Specifieke manier van interveniëren:
Versterken van zelfmanagement van mensen
Vaststellen van de behoefte aan zorg
Coördinatie, deskundigheidsbevordering en beleid
Specifiek domein:
De unieke reacties op en ervaringen van mensen met gezondheid, ziekte, kwetsbaarheid
of beperkingen, in welke omgeving of omstandigheid zij zich ook bevinden.
Gericht op persoon als geheel:
Op de persoon als geheel in zijn of haar context met zijn of haar leefwijze, niet op een
bepaald aspect of een specifieke pathologische situatie.
Gebaseerd op ethische waarden:
Respect voor de waardigheid, de autonomie en de uniciteit van mensen staat centraal.
Betekent commitment aan partnerschap:
In partnerschap met patiënten, hun naasten en andere mantelzorgers, en in
samenwerking met andere professionals in een multidisciplinair team.
Verpleegkundige en patiënt en de persoonlijke verantwoordelijkheid voor de
beslissingen en acties.
Arts richt zich op ziekte (diagnose en behandeling).
, De verpleegkundige richt zich op de gevolgen van een ziekte, stoornis van een patiënt.
Daarbij verliest zij het ‘gezonde deel van de patiënt’ niet uit het oog en bevordert zij het
zelfmanagement van de patiënt.
Autonoom besluiten en handelen:
Binnen het verpleegkundig beroepsdomein.
Participatief besluiten en handelen:
Participeren in diagnostiek of behandeling waarvoor een andere professional primair
verantwoordelijk is.
Kernset patiënten problemen:
Lichamelijk
Psychisch
Functioneel
Sociaal