Hoofdstukken 1, 4, 5, 8, 9, 10, 11, 13
Hoofdstuk 1
Belangrijkste taak van Corcom:
Bouwen, onderhouden en beschermen van de corporate reputatie.
Nieuwe manier van kijken naar stakeholders:
Niet meer alleen naar ‘public relations’ maar ook naar alle stakeholders. Het bedrijf als
geheel, zowel intern als extern.
Corporate identiteit= Het profiel en de waarden die door een organisatie worden
uitgedragen. Voorbeeld: ’s Serelds favoriete vliegtuigmaatschappij, door de service, het
personeel en de innovaties.
Corporate image= Associaties die je maakt met een organisatie en met name een individu
van die organisatie. Voorbeeld: Een treinconducteur van de NS die heel onaardig was tegen
je tijdens het controleren van je vervoersbewijs.
Corporate reputatie= Als individu heb je een beeld verkregen uit eerdere ervaringen en
verhalen (komt met de tijd). Voorbeeld: NS staat bekend om vertragingen en
werkzaamheden.
Stakeholder= Een groep of individu dat een organisatie kan beïnvloeden of beïnvloed kan
worden door een organisatie.
Stakeholder engagement= Stakeholders voelen zich verbonden met de organisatie door
interactiviteit, authenticiteit, transparantie en eerlijkheid.
Hoofdstuk 4
Neo-classical
Winst maken voor hun belang, alleen dan kan een bedrijf shareholders en henzelf
tevreden stellen.
Socio-economic
‘Wie telt’ naast shareholders is belangrijk en dus wie belangrijk zijn voor de
continuïteit en welvaart van de bevolking.
, 3.1 is het ‘simpele’ en traditionele model (Input-output model) 3.2 is ingewikkelder en
houdt rekening met alle stakeholders (Stakeholder model). Zij zeggen dat elke stakeholder
er voordeel uithaalt en dat er niet een belangrijker is dan de ander. Zij erkennen
wederzijdse afhankelijkheid van de stakeholders.
3 soorten stakes volgens Freeman:
1. Equity= directe ownership met een organisatie, zoals shareholders, directeuren, etc.
2. Economic/market= van degene met een economisch ownership, zoals werknemers,
klanten, concurrenten, etc.
3. Influencer stakes= geen ownership of economisch belang, maar zoals milieugroepen,
handelsorganisaties, overheidsinstellingen, etc.
2 manieren van kijken naar stakes:
1. Eerste en tweede groep stakeholders (economisch/moreel):
1. Betrokken op een financiele manier, essentieel voor overleving.
2. Invloed, maar geen financiele raakvlakken en niet essentieel voor overleving.
2. Contractueel VS community stakeholders (formeel contract of niet)
Contractueel: legale relatie, meestal economisch belang
Community stakeholder: niet officieel vastgelegde relatie, belangrijk voor het verzorgen van
een begaanbare ‘werkplek’. overheid die wetten en eisen stelt.
CSR= Vorm van communicatie met stakeholders.
Belangrijk om te weten wie stakeholders zijn, wat hun stakes zijn, welke kansen en
challenges de organisatie met stakeholders heeft, welke verantwoordelijkheden
tegenover stakeholders er zijn en hoe de organisatie het beste ermee kan
communiceren?
Invloed bepalen via...
- Stakeholder salience model
- Power interest matrix