Week 1 verpleegkundige proces en beroep HBO-V
Kan uitleggen wat het autonoom handelen en participatief handelen binnen het
beroep van de verpleegkundige inhoudt;
Autonoom is zelfstandig en participatief is samenwerken met een
professional.
Kan een link leggen tussen de begrippen ziekte en gezondheid in relatie tot de
definitie van verplegen;
Bij ziekte is verpleging nodig om iemand weer gezond te maken en om
gezondheid te behouden is preventie nodig vanuit de verpleging. Voorkomen
dat mensen ziek worden door bijv. vaccinaties.
Kan de 7 competentiegebieden Verpleegkunde in CanMEDS; benoemen,
herkennen en uitleggen in eigen woorden;
Zorgverlener mensen de zorg geven die ze nodig zijn
Kwaliteitsbevorderaar kwaliteit bekijken en waar nodig verbeteren
Samenwerkingspartner met patiënt, naasten en andere professionals.
Communicator mensen goed in kunnen lichten en communicatief kunnen
ondersteunen waar nodig
Gezondheidsbevorderaar gezondheid bevorderen van mensen
Reflectieve professional zich kunnen verantwoorden.
Organisator het regelen van zo goed mogelijke zorg
Heeft kennis van de kernbegrippen die horen bij de CanMEDS-rollen 1
Zorgverlener en 5 Gezondheidsbevorderaar in relatie tot leefstijl en ouder
worden;
Zorgverlener: zelfmanagement, vaststellen welke zorg nodig is en klinisch
redeneren.
Gezondheidsbevorderaar: zelfmanagement, gedrag en gezondheid, omgeving
van de patiënt, leefstijl en gezond gedrag.
Kent de stappen van het verpleegproces.
Anamnese, diagnose, risico-inschatting, interventie, evalueren
Weet wat een anamnese is en kan het verschil benoemen tussen een basis-,
spoed-, hetero- en probleemgerichte anamnese.
Anamnese is het gezondheidsbeeld van een patiënt, die je verkrijgt door een
vragenlijst af te nemen. Basisanamnese is een gewone vragenlijst.
Spoedanamnese gebruik je in situaties dat je alleen t meest noodzakelijke
moet weten bv of iemand bloedverdunners gebruikt. Een heteroanamnese
verkrijg je door informatie over de patiënt bij een naaste kan verkrijgen.
Probleemgerichte anamnese wordt gebruikt als je over een
specifiek probeelm meer te weten wil komen.
Kent de 11 gezondheidspatronen van Gordon
- gezondheidsbeleving + instandhouding
- voeding/stofwisseling
- uitscheiding
, - activiteiten
- slaap/rust
- waarneming/cognitie
- zelfbeleving
- rollen/relatie
- seksualiteit/voortplanting
- stresswerking
- waarden/overtuiging
Week 2 theoriën, modellen en mensbeeld
Het verschil benoemen tussen theorieën, modellen en classificaties.
Een theorie wordt als eerste gebruikt om informatie te verzamelen, die
informatie wordt in een model ingevoerd en als laatste komt er een
classificatie naar boven die toepasbaar is op de patiënt.
Het nut en beperkingen van classificaties aangeven
Het nut is dat je hierdoor een verpleegkundige diagnose kan stellen op basis
van verzamelde informatie. De beperking van classificaties is dat niet bij
iedereen hetzelfde classificatiemodel werkt.
Aangeven wat een holistisch mensbeeld inhoudt en op welke wijze een
mensbeeld invloed heeft op de visie op verplegen.
Holistisch mensbeeld is dat je kijkt naar een mens in zijn geheel, sociaal,
lichamelijk en psychisch.
Het ICF-model uitleggen en hoe deze gebruikt kan worden bij het verplegen
Benoemen wat een verpleegkundige diagnose is.
een oordeel (klinische uitspraak) van een verpleegkundige over de reactie van
een zorgvrager
De plek van de diagnose binnen het verpleegkundig proces benoemen.
Nadat je een anamnese gesprek hebt afgenomen, of zelfs meerdere, kan je
aan de hand van je verzamelde gegevens een verpleegkundige diagnose
stellen.
Uitleggen wat de relatie is tussen het verzamelen van gegevens en het
vaststellen van de diagnose.
Als je gegevens verzameld kan je op basis van die gegevens een anamnese
compleet maken. Dat heb je nodig om je diagnose vast te stellen. Als je geen
gegevens verzameld dan kan je ook geen diagnose vaststellen.
, Weet wat een PES is en hoe deze is opgebouwd
P(roblem) gezondheidsprobleem, wat er aan de hand is
E(tilogy) oorzaak van het probleem, samenhangende factoren
S(ings en symptoms) wat zijn de bepalende kenmerken of het complex van
bijbehorende klachten
Kan uitleggen wat het verschil is tussen medisch handelen en verpleegkundig
handelen;
Verpleegkundig handelen mag alleen op de verpleegkundige diagnosen die je
hebt gesteld. Medisch handelen kan alleen een arts doen om bijvoorbeeld een
operatie uit te voeren.
Kan het begrip gezondheid omschrijven.
Het vermogen om zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht
van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven.
Weet wat de begrippen zelfredzaam, zelfregie en zelfmanagement inhouden
Zelfmanagement betekend dat mensen zelf kunnen kiezen in hoeverre zij de
regie over het leven in eigen hand willen houden en hoe zij mede richting
willen geven aan de manier waarop de beschikbare zorg wordt ingezet. Zo
kunnen zij zo optimaal mogelijke kwaliteit van leven bereiken of behouden
zelfregie draait om iemand ondersteunen vanuit wat voor hem of haar
belangrijk is. Zelfregie in de dialoog tussen cliënt en professional betekent: de
cliënt beslist en heeft de leiding. de professional volgt
Zelfredzaamheid is het vermogen van iemand om voor zichzelf te zorgen.
Heeft kennis van de diagnose ‘Verstoorde slaap’
Week 3 preventie en zelfmanagement
Kan de volgende begrippen herkennen en uitleggen:
o Coping; is een denk- en handelwijze om bij stressvolle situaties, zoals
bij ziekte, de nieuwe bedreigende situatie emotioneel te kunnen hanteren,
het evenwicht te hervinden en problemen op te lossen.
o Gecompromitteerde zorgparticipatie (was inadequate
therapietrouw) is de mate waarin de patiënt zijn behandeling uitvoert in
overeenstemming met de afspraken die hij heeft gemaakt met zijn
behandelaar
o Gezamenlijke besluitvorming, shared decision making. Je denkt
samen met de patiënt over wat de beste oplossingen zou zijn voor
bepaalde problemen. Hierin heeft de patiënt een actieve rol in het
meebeslissen.
o
Kan het begrip zelfmanagement en zelfmanagementondersteuning (V&VN)
uitleggen;
Gezondheid is het vermogen om je aan te passen en je eigen regie kunt
voeren. Vanwege het economische aspect, is het belangrijk dat
het zelfmanagement en de zelfredzaamheid versterkt wordt. Vanwege spierkracht
van de zorgvrager, is het zelfmanagement ook belangrijk. Als je alles gaat doen dan
verliezen zorgvragers automatisch spierkracht