Samenvatting KNGF richtlijn sPAV
Inleiding
De behandeling van patiënten met sPAV is primair gericht op de hulpvraag van de patiënt, waarbij
een vermindering van de aan sPAV gerelateerde klachten en het bereiken van een toename van
loopafstand centraal staan. Daarnaast wordt er gestreefd naar een positieve beïnvloeding van
risicofactoren voor atherosclerose. Er wordt sterk afgeraden sPAV patiënten die DTF bij de
fysiotherapeut komen.
Diagnostisch proces
Anamnese
- Hulpvraag
- Aanwezigheid, aard en ernst van de klachten
- Functioneren
- Welke kennis en inzicht de patiënt heeft over zijn aandoening
- Informatie/voorlichting
- Aanwezigheid risicofactoren en comorbiditeit
- Aanwezigheid rode vlaggen pluis/niet pluis
- Kwaliteit van leven EuroQol
- Motivatie patiënt
- Wenselijkheid om behandelplan op te stellen
Lichamelijk onderzoek
Inspectie:
- Opvallend kleur- en temperatuurverschil
- Enkeloedeem rechts hartfalen
- Standsafwijking
- Tekenen van acute ischemie spierzwakte, pijn, gevoelsstoornis
Functie onderzoek:
- Loopbandtest: hierbij wordt de functionele loopafstand (wanneer de eerste pijn optreed) en
de maximale loopafstand (wanneer de patiënt wilt stoppen) gemeten. De loopsnelheid is 3,2
km/u. Toename hellingshoek met 2% elke 2 minuten beginnend bij 0%. De duur van de test is
maximaal 30 minuten.
- Vaststellen ernst van pijn: de ernst wordt tijdens de loopbandtest gemeten met de schaal
van het American College of Sports Medicine ACSM-schaal voor pijn bij sPAV.
- Evalueren looppatroon
- Meten dagelijks inspanningspatroon: dagboek bijhouden met activiteiten
Aanvullend onderzoek:
- Vaststellen spierkracht
- Mobiliteit
- Coördinatie/stabiliteit
- Sensibiliteitsonderzoek
Differentiaaldiagnostiek:
- Lumbale wervelkanaalstenose (=neurogene claudicatio)
- Diabetische neuropathie
- Artrose
- Carices en chronische veneuze insufficiëntie
- Chronisch compartimentsyndroom
- Bakercyste
Comorbiditeit
- Diabetes mellitus
Inleiding
De behandeling van patiënten met sPAV is primair gericht op de hulpvraag van de patiënt, waarbij
een vermindering van de aan sPAV gerelateerde klachten en het bereiken van een toename van
loopafstand centraal staan. Daarnaast wordt er gestreefd naar een positieve beïnvloeding van
risicofactoren voor atherosclerose. Er wordt sterk afgeraden sPAV patiënten die DTF bij de
fysiotherapeut komen.
Diagnostisch proces
Anamnese
- Hulpvraag
- Aanwezigheid, aard en ernst van de klachten
- Functioneren
- Welke kennis en inzicht de patiënt heeft over zijn aandoening
- Informatie/voorlichting
- Aanwezigheid risicofactoren en comorbiditeit
- Aanwezigheid rode vlaggen pluis/niet pluis
- Kwaliteit van leven EuroQol
- Motivatie patiënt
- Wenselijkheid om behandelplan op te stellen
Lichamelijk onderzoek
Inspectie:
- Opvallend kleur- en temperatuurverschil
- Enkeloedeem rechts hartfalen
- Standsafwijking
- Tekenen van acute ischemie spierzwakte, pijn, gevoelsstoornis
Functie onderzoek:
- Loopbandtest: hierbij wordt de functionele loopafstand (wanneer de eerste pijn optreed) en
de maximale loopafstand (wanneer de patiënt wilt stoppen) gemeten. De loopsnelheid is 3,2
km/u. Toename hellingshoek met 2% elke 2 minuten beginnend bij 0%. De duur van de test is
maximaal 30 minuten.
- Vaststellen ernst van pijn: de ernst wordt tijdens de loopbandtest gemeten met de schaal
van het American College of Sports Medicine ACSM-schaal voor pijn bij sPAV.
- Evalueren looppatroon
- Meten dagelijks inspanningspatroon: dagboek bijhouden met activiteiten
Aanvullend onderzoek:
- Vaststellen spierkracht
- Mobiliteit
- Coördinatie/stabiliteit
- Sensibiliteitsonderzoek
Differentiaaldiagnostiek:
- Lumbale wervelkanaalstenose (=neurogene claudicatio)
- Diabetische neuropathie
- Artrose
- Carices en chronische veneuze insufficiëntie
- Chronisch compartimentsyndroom
- Bakercyste
Comorbiditeit
- Diabetes mellitus