Blok 2.3 - History & Methods of Psychology Probleem 8
1) Reductie
Reductie is het volgen van een denkbeeldige pijn vanuit het grotere fenomeen
van alledaagse objecten naar basic natuurkunde/fysica. Het idee is dat de pijlen
van reductie allemaal op dezelfde manier wijzen en samenkomen tot een
uiteindelijke theorie waarvan geen verdere reductie nodig of mogelijk is.
Dit is gelinkt aan complexity assumptie: complexe dingen kunnen worden
begrepen door het opbreken hiervan tot de bestandsdelen.
‘Nothing-buttery’: Reductie & Eliminatie
Op het eerste gezicht lijkt reductie een ‘nothing-buttery’ perspectief uit te
lokken: het idee dat bijna alle dagelijkse fenomenen verklaard kan worden aan
de hand van wetenschap. Het wordt zelfs gesuggereerd dat reductie kan leiden
tot eliminatie.
Het idee is hier dat reductie gelijk staat aan eliminatie. Eliminatie houdt een
correctie of vervanging van de gereduceerde theorie in.
Er kan ook gesteld worden dat de mogelijkheid van reductie geen effect heeft
op de geldigheid van alledaagse reduceerbare concepten en dat het
ontdekken van natuurkundige correlatie het gebruik van alledaagse
concepten ‘legitimeert’.
The Deductive-Nomological Model
De kijk van logische positivisten op reductie is een resultaat van hun kijk op
verklaring. In deze klassieke kijk is reductie eigenlijk theorie reductie: dit
houdt in het kort in dat het reduceren van een high-level theorie het laten zien
is van hoe deze theorie kan worden afgeleid van een low-level theorie plus
grensgevallen. Een low-level wetenschap kan dus een fenomeen verklaren van
een hoger, meer complex level.
Nagel geeft twee condities voor theorie reductie:
Connectability
Deducibility. Deze conditie impliceert dat theorieën afgewerkt en klaar zijn.
Bridge laws, het vaststellen van gelijkenissen tussen twee theorieën n het
verbinden van concepten op verschillende levels, zorgt voor de connectability
conditie. De bridge laws zorgen ervoor dat de concepten uit de gereduceerde
theorie goed opgenomen worden in de reducing-theorie. De gelijkenissen
tussen theorieën zijn in feite geen complexe reductie. Het moet, als aanvulling
op de bridge laws, ook mogelijk zijn om high-level regels af te leiden van low-
level.
Wanneer reduceren plaatsgevonden heeft, betekent dit dat de oude theorie
min of meer behouden wordt, het wordt een ontologie en het wordt
opgenomen in een meer begrijpelijke theorie. Het wordt gereduceerd, maar
niet geëlimineerd.
Het is belangrijk dat de oudere theorie correct is, alleen dan kunnen de
concepten ervan in kaart gebracht worden door bridge laws in de concepten
, van de nieuwe theorie. De ontologie wordt dan behouden in de meer
begrijpelijke opvolger.
Als de oudere theorie fout is, kan het niet consistent zijn met de nieuwe,
waarschijnlijk correcte theorie. De deducibility conditie kan niet worden
volbracht. Wanneer de concepten van de oudere theorie verwijder worden,
kan er geen bridge laws zijn. De connectability conditie wordt niet volbracht.
De klassieke theorie van reductie is nooit succesvol geweest in het omschrijven
van echte wetenschap. In praktijk, wordt de gereduceerde theorie bijna altijd
gecorrigeerd of zelfs volledig geëlimineerd.
Ten eerste lijkt er iets verloren te gaat in het proces van reductie. Dit kan de
non-transitivity of explanation genoemd worden. Zelfs als er een fenomeen
afgeleid kan worden van de omschrijven van een systeem van eenvoudige
deeltjes, betekent dit niet dat het ook verklaard kan worden aan de hand van
die omschrijven. De relevante kenmerken kunnen verdwijnen in de troep van
irrelevante details.
Het feit dat elementen op een bepaalde manier georganiseerd kunnen
worden suggereert een soort autonomie van high-level kenmerken, zoals
psychologie en sociologie. Het idee van deductie van hoog naar low-level is
een fout, omdat het de structuur van de high-level negeert.
Een ander probleem ligt in de vraag naar connectability door bridge laws.
Wanner een oude theorie gereduceerd wordt naar een nieuwe theorie,
veranderen de betekenissen van bepaalde termen tijdens het proces. Dit
maakt het identificeren onmogelijk en hierdoor worden cross-theoretische
identiteiten in bridge laws nooit vastgesteld. Omdat de oude theorie vaak
gecorrigeerd wordt door de nieuwe theorie, kan de eerste eigenlijk niet
consistent zijn met de nieuwe en kan er dus niet worden afgeleid.
Deze punten maken het klassieke model niet-plausibel: correcties en
veranderingen in betekenis van theoretische termen zijn belangrijk voor
empirische progressie.
Er zijn twee reacties gekomen op het falen van de klassieke reductie: als we
geen bridge laws kunnen vinden , dan kunnen we kiezen voor niet-reductieve
materialisme en aannemen dat psychologische theorieën onafhankelijk
(autonoom) blijven. Dit is de keuze voor functionalisten. De andere optie is
dat de theorie geëlimineerd kan worden: het idee dat de ontologie behouden
moet blijven wordt los gelaten en er komt een uitgebreide correctie of
vervanging. Dit wordt door eliminativisten gekozen.
Non-reductieve materialisme (functionalisme)
Achter het idee van reductie staat het metafysica concept van fysicalisme, de
claim dat eigenlijk alles natuurkundig is, en dat uiteindelijk alleen fysica kan
omschrijven en verklaren wat de aard van de wereld is. Dit is echter niet-
plausibel. Zoals al eerder benoemd is, laten functionele generalisaties
patronen zien die niet zichtbaar zijn in natuurkunde.
1) Reductie
Reductie is het volgen van een denkbeeldige pijn vanuit het grotere fenomeen
van alledaagse objecten naar basic natuurkunde/fysica. Het idee is dat de pijlen
van reductie allemaal op dezelfde manier wijzen en samenkomen tot een
uiteindelijke theorie waarvan geen verdere reductie nodig of mogelijk is.
Dit is gelinkt aan complexity assumptie: complexe dingen kunnen worden
begrepen door het opbreken hiervan tot de bestandsdelen.
‘Nothing-buttery’: Reductie & Eliminatie
Op het eerste gezicht lijkt reductie een ‘nothing-buttery’ perspectief uit te
lokken: het idee dat bijna alle dagelijkse fenomenen verklaard kan worden aan
de hand van wetenschap. Het wordt zelfs gesuggereerd dat reductie kan leiden
tot eliminatie.
Het idee is hier dat reductie gelijk staat aan eliminatie. Eliminatie houdt een
correctie of vervanging van de gereduceerde theorie in.
Er kan ook gesteld worden dat de mogelijkheid van reductie geen effect heeft
op de geldigheid van alledaagse reduceerbare concepten en dat het
ontdekken van natuurkundige correlatie het gebruik van alledaagse
concepten ‘legitimeert’.
The Deductive-Nomological Model
De kijk van logische positivisten op reductie is een resultaat van hun kijk op
verklaring. In deze klassieke kijk is reductie eigenlijk theorie reductie: dit
houdt in het kort in dat het reduceren van een high-level theorie het laten zien
is van hoe deze theorie kan worden afgeleid van een low-level theorie plus
grensgevallen. Een low-level wetenschap kan dus een fenomeen verklaren van
een hoger, meer complex level.
Nagel geeft twee condities voor theorie reductie:
Connectability
Deducibility. Deze conditie impliceert dat theorieën afgewerkt en klaar zijn.
Bridge laws, het vaststellen van gelijkenissen tussen twee theorieën n het
verbinden van concepten op verschillende levels, zorgt voor de connectability
conditie. De bridge laws zorgen ervoor dat de concepten uit de gereduceerde
theorie goed opgenomen worden in de reducing-theorie. De gelijkenissen
tussen theorieën zijn in feite geen complexe reductie. Het moet, als aanvulling
op de bridge laws, ook mogelijk zijn om high-level regels af te leiden van low-
level.
Wanneer reduceren plaatsgevonden heeft, betekent dit dat de oude theorie
min of meer behouden wordt, het wordt een ontologie en het wordt
opgenomen in een meer begrijpelijke theorie. Het wordt gereduceerd, maar
niet geëlimineerd.
Het is belangrijk dat de oudere theorie correct is, alleen dan kunnen de
concepten ervan in kaart gebracht worden door bridge laws in de concepten
, van de nieuwe theorie. De ontologie wordt dan behouden in de meer
begrijpelijke opvolger.
Als de oudere theorie fout is, kan het niet consistent zijn met de nieuwe,
waarschijnlijk correcte theorie. De deducibility conditie kan niet worden
volbracht. Wanneer de concepten van de oudere theorie verwijder worden,
kan er geen bridge laws zijn. De connectability conditie wordt niet volbracht.
De klassieke theorie van reductie is nooit succesvol geweest in het omschrijven
van echte wetenschap. In praktijk, wordt de gereduceerde theorie bijna altijd
gecorrigeerd of zelfs volledig geëlimineerd.
Ten eerste lijkt er iets verloren te gaat in het proces van reductie. Dit kan de
non-transitivity of explanation genoemd worden. Zelfs als er een fenomeen
afgeleid kan worden van de omschrijven van een systeem van eenvoudige
deeltjes, betekent dit niet dat het ook verklaard kan worden aan de hand van
die omschrijven. De relevante kenmerken kunnen verdwijnen in de troep van
irrelevante details.
Het feit dat elementen op een bepaalde manier georganiseerd kunnen
worden suggereert een soort autonomie van high-level kenmerken, zoals
psychologie en sociologie. Het idee van deductie van hoog naar low-level is
een fout, omdat het de structuur van de high-level negeert.
Een ander probleem ligt in de vraag naar connectability door bridge laws.
Wanner een oude theorie gereduceerd wordt naar een nieuwe theorie,
veranderen de betekenissen van bepaalde termen tijdens het proces. Dit
maakt het identificeren onmogelijk en hierdoor worden cross-theoretische
identiteiten in bridge laws nooit vastgesteld. Omdat de oude theorie vaak
gecorrigeerd wordt door de nieuwe theorie, kan de eerste eigenlijk niet
consistent zijn met de nieuwe en kan er dus niet worden afgeleid.
Deze punten maken het klassieke model niet-plausibel: correcties en
veranderingen in betekenis van theoretische termen zijn belangrijk voor
empirische progressie.
Er zijn twee reacties gekomen op het falen van de klassieke reductie: als we
geen bridge laws kunnen vinden , dan kunnen we kiezen voor niet-reductieve
materialisme en aannemen dat psychologische theorieën onafhankelijk
(autonoom) blijven. Dit is de keuze voor functionalisten. De andere optie is
dat de theorie geëlimineerd kan worden: het idee dat de ontologie behouden
moet blijven wordt los gelaten en er komt een uitgebreide correctie of
vervanging. Dit wordt door eliminativisten gekozen.
Non-reductieve materialisme (functionalisme)
Achter het idee van reductie staat het metafysica concept van fysicalisme, de
claim dat eigenlijk alles natuurkundig is, en dat uiteindelijk alleen fysica kan
omschrijven en verklaren wat de aard van de wereld is. Dit is echter niet-
plausibel. Zoals al eerder benoemd is, laten functionele generalisaties
patronen zien die niet zichtbaar zijn in natuurkunde.