5.12 Verbijzondering van indirecte kosten.........................................................................................2
5.13 Kostenboekingen: de kostenverdeling........................................................................................2
5.14 Budgettering...............................................................................................................................5
5.15 Cashflowadministratie................................................................................................................6
6.1 Bijzondere boekingen rondom vaste activa: herwaardering en buitengebruikstelling.................7
6.2 Bijzondere boekingen ten aanzien van niet-tastbare vaste activa als patenten, copyrights,
merknamen, goodwill.........................................................................................................................7
6.6 Rapportage, analyse en interpretatie...........................................................................................8
6.7 Feitelijke jaarafsluiting en daarbij horende automatische boekingen..........................................8
6.8 XBRL – SBR....................................................................................................................................8
6.9 Verschillen in winstverdeling door verschillende juridische vormen............................................9
6.10 Winst bij persoonlijke ondernemingsvormen.............................................................................9
6.11 Winst bij rechtspersonen..........................................................................................................10
7.1 Eigen vermogen..........................................................................................................................12
7.2 Vreemd vermogen......................................................................................................................15
7.3 Financial lease.............................................................................................................................19
7.4 Operational lease........................................................................................................................20
8.1 Het artikel: materiaal en eindproduct........................................................................................21
8.2 Kostprijsberekening....................................................................................................................22
8.3 Soorten productieprocessen.......................................................................................................22
8.4 De fasen productievoorbereiding en productie-uitvoering........................................................23
8.5 Productievoorbereiding..............................................................................................................23
8.7 Productieorders, MRP-run en inkoopvoorstellen.......................................................................24
8.8 Meting en boeking van inputs....................................................................................................24
8.9 Meting en boeking van outputs..................................................................................................25
8.10 Onderhanden werk afronden...................................................................................................26
8.11 Rapportage, analyse en interpretatie.......................................................................................27
8.12 Het klantorderontkoppelpunt (KOOP)......................................................................................27
8.13 Machine-uren ook als directe kosten.......................................................................................29
1
,5.12 Verbijzondering van indirecte kosten
Constante kosten: Geen direct verband tussen het activiteitenniveau en de hoogte van de kosten.
Variabele kosten: Zijn afhankelijk van het activiteitenniveau. Hogere productie leidt tot hogere
kosten, lagere productie leidt tot lagere kosten.
Semi-constante kosten: Kosten die binnen bepaalde grenzen (bijvoorbeeld jaarlijks) gelijk blijven.
Constant kostentarief (Tc): Totale constante kosten / Normale productieomvang
Tc = C / N
Kostprijs = Tc + Tv
Bezettingsresultaat: Vertelt iets over de juistheid van de schatting van het tarief voor de constante
kosten (over- of ondercapaciteit).
Bezettingsresultaat = (Werkelijke productieomvang – Normale productieomvang) * Constant
kostentarief.
Bezettingsresultaat = (Hw – N) x Tc
Directe kosten: Kosten die je rechtstreeks kunt toerekenen aan diensten of producten.
Indirecte kosten (overheadkosten): Er is geen sprake van een rechtstreekse relatie.
Werkelijke kosten: Bedragen die gebaseerd zijn op werkelijke verbruiken en werkelijk betaalde en
drukkende kosten.
Toegestane kosten: Standaardkosten, gebudgetteerde kosten, voor gecalculeerde kosten.
5.13 Kostenboekingen: de kostenverdeling
Kostenplaatsmethode: Het verdelen van indirecte kosten over afdelingen.
Bij de boeking van de betaling van een kostenfactuur worden de volgende aspecten vastgelegd:
1. Welke kostensoort is van toepassing?
2. Welke kostenplaats moet de kosten in beginsel dragen?
Kostensoort: Categorie van kosten, die verband houdt met het aanwenden van een bepaald
productiemiddel.
Kostenplaats: Een verzamelplaats van kosten, een afdeling.
Doorbelasting van kosten: Een bedrag dat een afdeling in rekening brengt aan andere afdelingen
voor geleverde prestaties.
Eerstverdeelde kosten: Kosten die vanuit de kostensoorten zijn toegewezen aan de kostenplaatsen.
De kosten worden bij het boeken van de factuur nog niet op de kostenplaats geboekt, dat gebeurt
pas wanneer de periodekosten worden geboekt Labelen.
2
,Kostenverdeling: Een proces waarbij kosten worden toegewezen aan kostenplaatsen of
kostendragers. Hierbij is sprake van een kostenbron en een kostendoel. En er wordt gebruik gemaakt
van een toewijzingssleutel.
Kostenbron: Afdeling die kosten toewijst aan andere afdelingen. (de zender)
Kostendoel: Een afdeling die de kosten toegewezen krijgt van andere afdelingen. (de ontvanger)
Toewijzingssleutel: De basis die gebruikt wordt voor het toewijzen van kosten vierkante meters,
een percentage of aantal medewerkers op een afdeling.
Doorverdelen kan gebeuren op basis van de volgende methodieken:
Vast: vast bedrag per periode.
Variabel: vast bedrag per prestatie (per uur, per m2).
Flexibel: combinatie van de twee genoemde methodieken.
Om de aansluiting tussen kostenplaatsen en het grootboek in stand te kunnen houden is er één
grootboekrekening actief om alle boekingen tussen de kostenplaatsen te registreren. Een
zogenoemde totaalrekening.
4999 Overboekingsrekening
Kostenplaats huisvesting verricht €2000 aan prestaties voor kostenplaats productie. Geeft de
volgende kostenplaatsboeking:
Kostenplaats productie € + 2.000
Kostenplaats huisvesting € - 2.000
Bijbehorende journaalpost:
Grootboekrekeningen Debet Credit
4999 Overboekingsrekening € 2.000
AAN 4999 Overboekingsrekening € 2.000
Een andere presentatievorm:
Grootboekrekeningen Debet Credit KPL+ KLP-
4999 Overboekingsrekening € 2.000 PROD
AAN 4999 Overboekingsrekening € 2.000 HUISV
Kosten bij een industrieel bedrijf in onder te verdelen in vijf categorieën:
1. Directe materiaalkosten
2. Directe arbeidskosten
3. Toeslag indirecte fabricagekosten
Fabricagekostprijs
4. Directe verkoopkosten
5. Toeslag indirecte verkoopkosten
3
, Commerciële kostprijs
De directe kosten worden buiten de kostenplaatsen om rechtstreeks geboekt op de kostendragers.
De indirecte kosten worden via de kostenplaatsen geboekt op de kostendragers, Onderhanden werk.
Er wordt €35.000 overgeboekt van kostenplaats productie naar kostendrager witgoed, de volgende
boeking ontstaat:
Grootboekrekeningen Debet Credit KPL+ KLP-
3 Onderhanden werk € 35.000 Witgoed
Producti
AAN 4999 Overboekingsrekening € 35.000 e
Voor de directe kosten ontstaat de volgende boeking:
Grootboekrekeningen Debet Credit KPL+ KLP-
3 Onderhanden werk € 45.000 Witgoed
AAN 3 Voorraad materialen € 45.000
Bij het gereedkomen van de productieorder wordt het volgende geboekt:
Grootboekrekeningen Debet Credit KPL+ KLP-
3 Voorraad eindproduct € 80.000 Witgoed
AAN 3 Onderhanden werk € 80.000 Witgoed
1. In rubriek 4 blijkt dat alle kosten zijn gedebiteerd op de kostensoortengrootboekrekeningen.
Meteen zijn de bijbehorende kostenplaatsen gekoppeld (en geboekt).
2. Voor de doorverdeling van kosten van de ene naar de andere kostenplaats is de
grootboekrekening 4999 steeds gedebiteerd en gecrediteerd.
3. Bij het doorverdelen van de kosten van de kostenplaatsen naar de kostendragers (in de
productieorders) is grootboekrekening 4999 gecrediteerd, de grootboekrekening
Onderhanden werk gedebiteerd.
4. De kostenplaatsen zijn gecrediteerd (dekking) en de kostendragers zijn gedebiteerd (belast
met kosten in de vorm van de toeslag voor indirecte fabricagekosten).
Toeslag van de verkoopkosten geeft de volgende boeking:
Grootboekrekeningen Debet Credit KPL+ KLP-
8 Toeslag verkoopkosten € 5.000 Witgoed
AAN 4999 Overboekingsrekening € 5.000 Verkoop
Boeking voor het gespecificeerd resultaat, in dit geval nadelig:
Grootboekrekeningen Debet Credit
9 Kostenplaatsresultaat € 20.000
AAN 4999 Overboekingsrekening € 20.000
4