Grieken en Romeinen
§1 Wetenschap en politiek in de Griekse stadstaat
Politieke stelsel van Athene (democratie) was origineel.
De Atheense democratie
Hellas bestond uit stadstaten (poleis).
Stadsstaat: stad+land -> landbouwstedelijke samenleving
kenmerken stadsstaat Griekenland:
- veel meer inwoners
- eigen leger
- eigen munten
- onafhankelijk bestuur
5 regeringsvormen:
1. Monarchie:
wie: Koning alle macht
voordeel: Gaat snel, geen discussie
Nadeel: Veel mensen niet mee eens
2. Tirannie:
Wie: 1 persoon alle macht
Voordeel: Gaat snel, geen discussie
Nadeel: Veel mensen niet mee eens
3. Aristocratie:
Wie: Groep mensen alle macht
Voordeel: Grotere kans op betere beslissingen
Nadeel: Elkaar voortrekken (vriendjespolitiek), minderheid bepaalt
4. oligarchie:
Wie: Groep mensen alle macht
Verschil met aristocratie: Groep van oligarchie niet adellijk.
Voordeel: Grotere kans op betere beslissingen
Nadeel: Elkaar voortrekken (vriendjespolitiek), minderheid bepaalt
5. Democratie:
Wie: het volk
Voordeel: meerderheid bepaalt
Nadeel: duurt heel lang voor komen tot oplossing
Regeringsvormen afgewisseld.
Kleistenes veroverde Acropolis (citadel boven stad Athene)
507 v.C democratie: de bestaande volksvergadering (ekklesia) had de
hoogste macht.
Vrije mannen alleen stemrecht.
Vrouwen, kinderen, slaven niet tot het burgerschap.
, Voor een besluit moesten er minimaal 6000 man aanwezig zijn.
Grote groep kunnen toespreken -> burgers in leer bij sofisten:
rondtrekkende filosofen.
Sofisten leidden burgers op tot politici -> debatteerden in
volksvergadering.
Politieke discussies
Democratie niet per se het beste politieke systeem.
Alternatief Sparta: strak georganiseerde militaire aristocratie.
Grote filosofen tegen democratie.
Deze filosofen waren voor de aristocratie/monarchie omdat: de groep
mensen die de macht hadden, hadden verstand hadden van politiek.
Mening van Plato:
democratie= chaos en dictatuur van lagere klassen.
bewonderde Sparta
ideale staat: filosofen moesten totale macht hebben -> om dit te
bereiken geen bindingen met vrouw/kinderen.
Athene in 5e eeuw v.C culturele centrum Hellas.
Athene:
Sophokles en Euripides schreven hier hun tragedies.
Herodes vestigde zich daar.
Plato richtte daar de Academie (gaf er les,
wiskunde/natuurwetenschappen/filosofie)
Aristoteles hetzelfde in zijn Lyceum,
Wetenschappelijk denken
Filosofie ontstaan in 6e eeuw v.C in Ionië.
Mensen dachten wetenschappelijk na over natuur -> geloofden niet in
mythes maar beredeneerde met hun verstand.
bezigheden van de Griekse geleerden zijn nu aparte takken van
wetenschap (biologie, astronomie, natuurkunde, wiskunde, politicologie).
Archimedes: natuurkundige wetten opstellen.
Pythagoras: wiskunde stellingen opstellen.
Hippokrates: legde basis voor medische wetenschap.