monniken en ridders
§1 de opkomst van de islam
Koopman Mohammed hoorde Engels overal: ontstaan nieuwe godsdienst.
De profeet
Op het Arabische schiereiland woonden veel mensen. Dit komt doordat:
Het grenst aan wereldrijken: Perzische en Oost-Romeinse rijk.
Oases: vruchtbare plaatsen.
Mekka gebouwd op een oase.
Mekka bekend om Ka’ba: granieten kubusvormig heiligdom (goden vereren)
Mohammed woonde in Mekka.
Mohammed schreef visioenen over god op: ontstaan Islam
Moslims, joden en christenen
Islam overeenkomsten met christendom/jodendom:
- geloven in 1 god
- individueel leven na dood
- normen van goed en kwaad
Moslims bidden 5x per dag.
Islamitische veroveringen
Moslims verplicht aan jihad: proberen geloof te verbreiden.
In Medina Mohammed politieke macht -> als eerste een islamitische staat.
Daarna verovering Mekka.
Opvolgers Mohammed (kaliefen) breidden geloof snel uit.
Verovering van Perzische en Byzantijnse rijk, heel Noord-Afrika.
Turken binnengedrongen in Europa: Byzantijnse rijk veroverd.
1553 verval Constantinopel, daarna verbreidde Turks Ottomaanse rijk islam uit op Balkan
, Culturele bloei
redenen snelle uitbreiding:
overwonnen onderlinge verdeeldheid
doodgaan in strijd: rechtstreeks naar het paradijs
cultuur van onderworpen volkeren overnemen
Perzische/Byzantijnse rijk verzwakt door interne oorlogen
Voegden nieuwe architectuur samen met bestaande architectuur -> ontstaan Rotskoepel op
Tempelberg, Mezquita in Cordoba.
Moslims niet heidendom toestaan, wel tolerant tegenover ‘de volkeren van het Boek’.
Joden/Christenen tegen betaling speciale belasting met rust gelaten.
§2 Hofstelsel en horigheid
Europa en middeleeuwen armoedig:
- steden/wegen bijna verdwenen
- handel/nijverheid bijna verdwenen
- gekrompen bevolking -> leven op platteland -> waren bijna volledig zelfvoorzienend.
verval
In Romeinse rijk ook mensen op platteland.
Vanuit steden rijk geregeerd en gehandeld.
Na splitsing Romeinse rijk Oost-Romeinse rijk landbouwstedelijk (agrarisch-urbane).
West-Europa chaos en geweld
oorlogen
Germaanse stammen drongen binnen
bevolking uitgedund door epidemieën
Een karig bestaan
Opbrengst van het land laag -> bevolking werkte in de landbouw (behalve
geestelijkheid/adel).
Ambacht, handel en steden verdwenen hierdoor.
Landbouwsamenleving grotendeels autarkisch.
Boeren overheerst/onderdrukt/geterroriseerd door adellijke heren.