Samenvatting HR-Legal
Hoofdstuk 1
Ruim de helft van de Nederlandse bevolking wordt onder de noemer beroepsbevolking getrokken.
Dit zijn de mensen die afhankelijk zijn van een ander, de werkgever. Deze mensen hebben een
betaalde baan.
Het gros van de mensen in Nederland werkt in de private sector. Zij werken voor een bedrijf dat
niet door de overheid wordt gefinancierd. De rest van de beroepsbevolking bevindt zich in de
publieke sector. Zij werken voor de overheid. Daarnaast is er nog een andere groep van de
beroepsbevolking, zij werken in de semipublieke sector. Denk hierbij aan mensen die werken
voor een ziekenhuis of school. Zij werken voor een baas in de private sector die grotendeels ook
afhankelijk is van de overheid voor subsidies.
Als laatste bestaat er ook nog de zelfstandige beroepsbevolking. Dit zijn de personen die
tijdens hun werkzaamheden niet in opdracht van een werkgever werken. De mensen die helemaal
op zichzelf werken noemen we ook wel zzp’er (zelfstandige zonder personeel).
Sociaal recht richt zich voornamelijk op de onzelfstandige beroepsbevolking. Hiermee bedoelen we
de mensen die afhankelijk zijn van een werkgever. Sociaal recht heeft betrekking op de
rechtspositie van de werknemer. Echter zijn er wel verschillen tussen de werkgever-werknemer
relatie en de ambtenaar-overheidsrelatie. Momenteel is er een groei gaande, de ambtenaar zal
steeds meer dezelfde rechten krijgen als de ‘normale’ burger.
De relatie tussen de werkgever en de werknemer, maar welke rechtsbronnen zijn hierbij van
toepassing?
- Het arbeidsovereenkomsten recht;
- Het vermogensrecht in het algemeen;
- Overige wetten met betrekking tot de private sector;
- De jurisprudentie (rechtersrecht);
- De cao;
- Het verdrag.
Het burgerlijk wetboek is een van de belangrijkste vindplaatsen van de rechtsregels die de
individuele werkgever-werknemersverhoudingen reguleren. Na 1992 spreken we over het nieuw
burgerlijk wetboek als het gaat om de boeken 3,5 en 6. Boek nummer 7 is getiteld als bijzondere
overeenkomsten.
Een verbintenis is ook wel een rechtsbetrekking tussen ten minste twee partijen, die ertoe leidt dat
de ene partij één of meer rechten verkrijgt en de andere partij één of meer plichten op zich neemt.
Een speciale regeling gaat vóór een algemene regeling.
Een jurisprudentie betekend dat er naar een eerdere zaak wordt gekeken, met name naar de
uitspraak, waardoor de rechter dit als rechtsvorm kan gebruiken. Daarnaast is de cao voor zowel
de werkgever als de werknemer een belangrijke houvast. In de cao staan verschillende wetten en
regels die binnen de functie of de organisatie geldend zijn. In de cao staan voornamelijk dingen
over onder andere de hoogte van de lonen, vakantie en verlof dagen en opzegtermijnen bij
ontslag.
Ook op internationaal vlak kunnen regels tot stand komen. Deze werken dan door als nationale
rechtsorde. Dit is vaak een overeenkomst tussen landen.
- Dwingend recht is dat recht, waarvan niet of niet ten nadele van de werknemer mag
worden afgeweken.
- Driekwartdwingend recht is dat recht, waarvan uitsluitend kan worden afgeweken bij
collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een bevoegd
bestuursorgaan. Hierbij zijn vakbonden en werkgevers van belang.
- Semidwingend recht is dat recht, waarvan alleen kan worden afgeweken bij schriftelijk
aangegane overeenkomst.
- Aanvullend recht is dat recht, waarvan altijd – ook individueel en mondeling – mag worden
afgeweken.
, Nietig en vernietigbaar
Iets wordt nietig verklaard, wanneer er niet aan de regels voldaan wordt. Het heeft dus nooit
bestaan.
Wanneer iets wel heeft bestaan, maar wordt verworpen, dan is iets vernietigbaar.
De absolute competentie: welk soort gerecht (rechtbank, gerechtshof, Hoge Raad) is bevoegd?
De relatieve competentie: welke van de vele rechters van een bepaald soort is bevoegd, met
andere woorden: in welke plaats zal de zaak aanhangig moeten worden gemaakt.
Arbeidszaken (vorderingen die op een arbeidsovereenkomst betrekking hebben) worden altijd door
de kantonrechter behandeld. De hoogte van het gevorderde bedrag speelt geen enkele rol.
Wanneer het gaat over een nv of een bv wordt dit voornamelijk uitgevoerd door de gewone civiele
sector, mits het gaat om een bedrag hoger dan €25.000 of dat het bedrag onbepaald is.
De rechter die als eerste kennisneemt van een geschil noemen we de rechter in eerste aanleg.
Er is een wending gaande, momenteel worden alle geschillen gestart met een dagvaarding, er is
momenteel een regel om bij een sociaal recht te beginnen met een verzoekschrift.
Iedere rechtbank is ‘verantwoordelijk’ voor een eigen gebied. Dit gebied wordt ook wel een
arrondissement genoemd. Binnen dat arrondissement is het gebied ook weer een kleinere
stukken opgedeeld, dit noem je een vestigingsplaats.
Een kort geding wordt vaak gebruikt bij arbeidsgeschillen. Een kort geding is een snel
afgewikkelde, informele en grotendeels mondelinge gevoerde procedure voor spoedeisende
gevallen. Een rechter die deelneemt aan het kort geding noem je een voorzieningenrechter.
Hoofdstuk 2
Er zijn drie overeenkomsten die onderscheidt worden aan elkaar in het BW.
- De arbeidsovereenkomst
o De ene partij, de werknemer, verbindt zich tegenover de andere partij, de
werkgever, arbeid te verrichten;
o De werkgever verbindt zich loon te betalen;
o De werknemer staat in dienst van de werkgever, dat wil zeggen: hij staat in een
gezagsverhouding tot de werkgever.
- De overeenkomst tot aanneming van werk
o De ene partij, de aannemer, verbindt zich tegenover de andere partij, de
aanbesteder, een werk van stoffelijke aard tot stand te brengen en op te leveren;
o De aanbesteder verbindt zich een bepaalde prijs te betalen;
o Tussen aannemer en aanbesteder bestaat geen arbeidsovereenkomst (‘buiten
dienstbetrekking’)
- De overeenkomst van opdracht
o De ene partij, de opdrachtnemer, verbindt zich tegenover de andere partij, de
opdrachtgever, werkzaamheden te verrichten;
o Dit geschiedt anders dan op basis van een arbeidsovereenkomst (geen
gezagsverhouding);
o De werkzaamheden bestaat uit iets anders dan het tot stand brengen van een werk
van stoffelijke aard.
Een gezagsverhouding vormt geen waterdicht schot tussen enerzijds de arbeidsovereenkomst en
anderzijds de overige twee overeenkomsten tot het verrichten van arbeid.
Er is sprake van een gezagsverhouding als de werkgever gerechtigd is tijdens het werk eenzijdige
instructies aan de werknemer te geven, die deze heeft op te volgen. Er kunnen tijdens de
werkzaamheden nog wijzigingen worden gegeven aan de werknemer.
De Hoge Raad geeft twee criteria waaraan moet worden getoetst of een arbeidsovereenkomst
tussen partijen geldt:
- Wat hebben partijen ten tijde van het sluiten van de overeenkomst beoogd? We zeggen
ook wel dat de rechter moet vaststellen wat de partijenbedoeling is geweest. De Hoge raad
Hoofdstuk 1
Ruim de helft van de Nederlandse bevolking wordt onder de noemer beroepsbevolking getrokken.
Dit zijn de mensen die afhankelijk zijn van een ander, de werkgever. Deze mensen hebben een
betaalde baan.
Het gros van de mensen in Nederland werkt in de private sector. Zij werken voor een bedrijf dat
niet door de overheid wordt gefinancierd. De rest van de beroepsbevolking bevindt zich in de
publieke sector. Zij werken voor de overheid. Daarnaast is er nog een andere groep van de
beroepsbevolking, zij werken in de semipublieke sector. Denk hierbij aan mensen die werken
voor een ziekenhuis of school. Zij werken voor een baas in de private sector die grotendeels ook
afhankelijk is van de overheid voor subsidies.
Als laatste bestaat er ook nog de zelfstandige beroepsbevolking. Dit zijn de personen die
tijdens hun werkzaamheden niet in opdracht van een werkgever werken. De mensen die helemaal
op zichzelf werken noemen we ook wel zzp’er (zelfstandige zonder personeel).
Sociaal recht richt zich voornamelijk op de onzelfstandige beroepsbevolking. Hiermee bedoelen we
de mensen die afhankelijk zijn van een werkgever. Sociaal recht heeft betrekking op de
rechtspositie van de werknemer. Echter zijn er wel verschillen tussen de werkgever-werknemer
relatie en de ambtenaar-overheidsrelatie. Momenteel is er een groei gaande, de ambtenaar zal
steeds meer dezelfde rechten krijgen als de ‘normale’ burger.
De relatie tussen de werkgever en de werknemer, maar welke rechtsbronnen zijn hierbij van
toepassing?
- Het arbeidsovereenkomsten recht;
- Het vermogensrecht in het algemeen;
- Overige wetten met betrekking tot de private sector;
- De jurisprudentie (rechtersrecht);
- De cao;
- Het verdrag.
Het burgerlijk wetboek is een van de belangrijkste vindplaatsen van de rechtsregels die de
individuele werkgever-werknemersverhoudingen reguleren. Na 1992 spreken we over het nieuw
burgerlijk wetboek als het gaat om de boeken 3,5 en 6. Boek nummer 7 is getiteld als bijzondere
overeenkomsten.
Een verbintenis is ook wel een rechtsbetrekking tussen ten minste twee partijen, die ertoe leidt dat
de ene partij één of meer rechten verkrijgt en de andere partij één of meer plichten op zich neemt.
Een speciale regeling gaat vóór een algemene regeling.
Een jurisprudentie betekend dat er naar een eerdere zaak wordt gekeken, met name naar de
uitspraak, waardoor de rechter dit als rechtsvorm kan gebruiken. Daarnaast is de cao voor zowel
de werkgever als de werknemer een belangrijke houvast. In de cao staan verschillende wetten en
regels die binnen de functie of de organisatie geldend zijn. In de cao staan voornamelijk dingen
over onder andere de hoogte van de lonen, vakantie en verlof dagen en opzegtermijnen bij
ontslag.
Ook op internationaal vlak kunnen regels tot stand komen. Deze werken dan door als nationale
rechtsorde. Dit is vaak een overeenkomst tussen landen.
- Dwingend recht is dat recht, waarvan niet of niet ten nadele van de werknemer mag
worden afgeweken.
- Driekwartdwingend recht is dat recht, waarvan uitsluitend kan worden afgeweken bij
collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een bevoegd
bestuursorgaan. Hierbij zijn vakbonden en werkgevers van belang.
- Semidwingend recht is dat recht, waarvan alleen kan worden afgeweken bij schriftelijk
aangegane overeenkomst.
- Aanvullend recht is dat recht, waarvan altijd – ook individueel en mondeling – mag worden
afgeweken.
, Nietig en vernietigbaar
Iets wordt nietig verklaard, wanneer er niet aan de regels voldaan wordt. Het heeft dus nooit
bestaan.
Wanneer iets wel heeft bestaan, maar wordt verworpen, dan is iets vernietigbaar.
De absolute competentie: welk soort gerecht (rechtbank, gerechtshof, Hoge Raad) is bevoegd?
De relatieve competentie: welke van de vele rechters van een bepaald soort is bevoegd, met
andere woorden: in welke plaats zal de zaak aanhangig moeten worden gemaakt.
Arbeidszaken (vorderingen die op een arbeidsovereenkomst betrekking hebben) worden altijd door
de kantonrechter behandeld. De hoogte van het gevorderde bedrag speelt geen enkele rol.
Wanneer het gaat over een nv of een bv wordt dit voornamelijk uitgevoerd door de gewone civiele
sector, mits het gaat om een bedrag hoger dan €25.000 of dat het bedrag onbepaald is.
De rechter die als eerste kennisneemt van een geschil noemen we de rechter in eerste aanleg.
Er is een wending gaande, momenteel worden alle geschillen gestart met een dagvaarding, er is
momenteel een regel om bij een sociaal recht te beginnen met een verzoekschrift.
Iedere rechtbank is ‘verantwoordelijk’ voor een eigen gebied. Dit gebied wordt ook wel een
arrondissement genoemd. Binnen dat arrondissement is het gebied ook weer een kleinere
stukken opgedeeld, dit noem je een vestigingsplaats.
Een kort geding wordt vaak gebruikt bij arbeidsgeschillen. Een kort geding is een snel
afgewikkelde, informele en grotendeels mondelinge gevoerde procedure voor spoedeisende
gevallen. Een rechter die deelneemt aan het kort geding noem je een voorzieningenrechter.
Hoofdstuk 2
Er zijn drie overeenkomsten die onderscheidt worden aan elkaar in het BW.
- De arbeidsovereenkomst
o De ene partij, de werknemer, verbindt zich tegenover de andere partij, de
werkgever, arbeid te verrichten;
o De werkgever verbindt zich loon te betalen;
o De werknemer staat in dienst van de werkgever, dat wil zeggen: hij staat in een
gezagsverhouding tot de werkgever.
- De overeenkomst tot aanneming van werk
o De ene partij, de aannemer, verbindt zich tegenover de andere partij, de
aanbesteder, een werk van stoffelijke aard tot stand te brengen en op te leveren;
o De aanbesteder verbindt zich een bepaalde prijs te betalen;
o Tussen aannemer en aanbesteder bestaat geen arbeidsovereenkomst (‘buiten
dienstbetrekking’)
- De overeenkomst van opdracht
o De ene partij, de opdrachtnemer, verbindt zich tegenover de andere partij, de
opdrachtgever, werkzaamheden te verrichten;
o Dit geschiedt anders dan op basis van een arbeidsovereenkomst (geen
gezagsverhouding);
o De werkzaamheden bestaat uit iets anders dan het tot stand brengen van een werk
van stoffelijke aard.
Een gezagsverhouding vormt geen waterdicht schot tussen enerzijds de arbeidsovereenkomst en
anderzijds de overige twee overeenkomsten tot het verrichten van arbeid.
Er is sprake van een gezagsverhouding als de werkgever gerechtigd is tijdens het werk eenzijdige
instructies aan de werknemer te geven, die deze heeft op te volgen. Er kunnen tijdens de
werkzaamheden nog wijzigingen worden gegeven aan de werknemer.
De Hoge Raad geeft twee criteria waaraan moet worden getoetst of een arbeidsovereenkomst
tussen partijen geldt:
- Wat hebben partijen ten tijde van het sluiten van de overeenkomst beoogd? We zeggen
ook wel dat de rechter moet vaststellen wat de partijenbedoeling is geweest. De Hoge raad