Opteller: 2e getal bij een plussom.
Opteltal: 1e getal bij een plussom.
Som: Uitkomst van een plussom.
Aftrekker: 2e getal bij een minsom.
Aftrektal: 1e getal bij een minsom.
Verschil: Uitkomst van een minsom.
Term: Lid van een optelling.
Vermenigvuldiger: 1e getal van vermenigvuldiging.
Vermenigvuldigtal: 2e getal van vermenigvuldiging.
Product: Uitkomst van een keersom.
Deler: 1e getal bij een deelsom.
Deeltal: 2e getal bij een deelsom.
Quotiënt: Uitkomst van een deling.
Kwadraat: Tot de macht 2.
Wortel: Omgekeerde kwadraat.
Communicatieve eigenschap: Getallen in een som kunnen verwisselen, omdat de uitkomst niet
verandert.
Distributieve eigenschap: Getallen in een som verdelen, bv a x (b + c) = a x b + a x c.
Associatieve eigenschap: Onderdelen van een som in een andere volgorde afwerkingen, omdat
de uitkomst niet verandert.
Inverse relatie: Het omgekeerde (bv delen is het omgekeerde van vermenigvuldigen).
Verdelen: Je gaat uit van een geheel (bv 24 snoepjes moeten verdeeld worden
6 mensen).
Opdelen: Je gaat uit van 0 (bv 24 snoepjes en je wil iedereen er 6 geven).
Opvermenigvuldigen: Kijken hoe vaak iets erin past.
Rijgen: In stukjes erbij.
Splitsen: Allebei de getallen worden gesplitst (kolomsgewijs).
Rijgen de winkelmethode/aanrijgen: In stukjes erbij tellen.
Positieschema: Honderden, tientallen en eenheden worden hierin benoemd.
Kenmerken van deelbaarheid
Deelbaar door 1: Alle getallen.
Opteltal: 1e getal bij een plussom.
Som: Uitkomst van een plussom.
Aftrekker: 2e getal bij een minsom.
Aftrektal: 1e getal bij een minsom.
Verschil: Uitkomst van een minsom.
Term: Lid van een optelling.
Vermenigvuldiger: 1e getal van vermenigvuldiging.
Vermenigvuldigtal: 2e getal van vermenigvuldiging.
Product: Uitkomst van een keersom.
Deler: 1e getal bij een deelsom.
Deeltal: 2e getal bij een deelsom.
Quotiënt: Uitkomst van een deling.
Kwadraat: Tot de macht 2.
Wortel: Omgekeerde kwadraat.
Communicatieve eigenschap: Getallen in een som kunnen verwisselen, omdat de uitkomst niet
verandert.
Distributieve eigenschap: Getallen in een som verdelen, bv a x (b + c) = a x b + a x c.
Associatieve eigenschap: Onderdelen van een som in een andere volgorde afwerkingen, omdat
de uitkomst niet verandert.
Inverse relatie: Het omgekeerde (bv delen is het omgekeerde van vermenigvuldigen).
Verdelen: Je gaat uit van een geheel (bv 24 snoepjes moeten verdeeld worden
6 mensen).
Opdelen: Je gaat uit van 0 (bv 24 snoepjes en je wil iedereen er 6 geven).
Opvermenigvuldigen: Kijken hoe vaak iets erin past.
Rijgen: In stukjes erbij.
Splitsen: Allebei de getallen worden gesplitst (kolomsgewijs).
Rijgen de winkelmethode/aanrijgen: In stukjes erbij tellen.
Positieschema: Honderden, tientallen en eenheden worden hierin benoemd.
Kenmerken van deelbaarheid
Deelbaar door 1: Alle getallen.