Liquor circulatie en circulatie romp
Liquorcirculatie
Liquor cerebrospinalis= een vloeistof die circuleert in en rond het centrale zenuwstelsel
Liquor is belangrijk in het kader van afweer. Witte bloedlichaampjes zijn hierin belangrijk, die moeten
constant ververst worden. Er moet constant liquor worden aangemaakt en worden opgenomen.
De productie wordt gedaan door slagadernetwerkjes: het is een afgeleide van bloed, lijkt een beetje
op bloedplasma. Net als synovia, hier lijkt het dus op.
Resorptie vindt plaats in het veneuze bloed.
Bescherming hersenen
1 t/m 4: huid (onderhuidsbindweefsel)
5 t/m 8: de verschillende hersenvliezen:
6: dura mater
Het harde, stevige hersenvlies (het blauwe deel). Dit biedt de meeste
bescherming
7: arachnoïdea mater (spinnenwebvlies)
Dunner, maar wel stevig. Is verkleefd met de dura. De naam betekent
dat er ook een soort spinnenweb ontstaat.
8: pia mater
Is verkleefd met hersenweefsel en volgt alle hersenverbindingen
Bij 7 zie je de subarachnoïdale ruimte (tussen arachnoïdea en pia). Hier bevindt zich een deel van de
liquor. Ook lopen arteria hierdoorheen (rood). Arteriën liggen subarachnoïdaal.
In de dura zit een vene (driehoek). Venen bevinden zich altijd in de dura. Dura wordt altijd gezien als
een dubbelblad. Venen liggen dus intraduraal.
Venen binnen de schedel noemen we een veneuze sinus.
Belangrijke venen zitten vooral in de plooien van de dura:
Falx cerebri: van voor naar achter precies in het midden tussen de
hemisferen in
Tentorium cerebelli: zit links onder in het midden op het plaatje. Tussen
grote en kleine hersenen in
Arteriële circulatie hoofd/hals
Aanvoer naar de schedelholte gebeurt vanuit 2 grote arteriën: aa. vertebrales en aa. carotides
internae. De aa. vertabrales lopen door het foramen magnum.
Veneuze afvoer hoofd/hals
Afvoer is via de grote veneuze sinussen en gebeurt op 2 manieren:
Overal in je lichaam heb je een veneus systeem dat bestaat uit een oppervlakkig en een diep deel (in
de algemene fascie). Zelfde soort systeem heb je binnen je schedel.
- Oppervlakkig: verzorgt afvoer cortex (buitenkant en wat eronder ligt)
- Diep: voert af van basale structuren (thalamus, capsula interna, etc.)
Uiteindelijk komt het allemaal bij elkaar in de grote veneuze sinussen. Zie je in het plaatje hieronder
links. Sinus liggen intraduraal.
, Samenvatting Anatomie blok 3 HF1
Sinus sagittalis superior: grote die van voor naar achter
loopt: erg belangrijk voor liquor circulatie
Sinus sagittalis inferior: aan de onderkant, zelfde functie
als superior
Sinus rectus: rechts sinus, verbindt sagittalis inferior met
sagittalis superior
Confluens sinuum: groot verzamelpunt, hier komen
sinussen bij elkaar
Sinus transversus 2x: twee sinussen die naar links en
rechts ontstaan vanuit verzamelpunt
Sinus sigmoideus 2x: de gekke kronkel
V. jugularis interna 2x: het laatste stukje, onderaan
Verbindingen tussen hoofd en hals. Je kunt hier de grote
sinussen herkennen.
Macroscopische anatomie
Hersenstam: poot waarop de grote hemisferen staan
- Medulla oblongata
- Pons: brug naar cerebellum
- Mesencephalon: middenhersenen
Van beneden naar boven:
Cerebellum: kleine hersenen. Aan de achterkant verbonden met de pons.
Diencephalon: tussenhersenen, tussen beide grote hemisferen.
Telencephalon: grote hersenen
Bestaat uit 2 delen: 2 cerebrale hemisferen (links en rechts). Deze zijn met elkaar verbonden
en noem je corpus callosum (een links-rechts verbinding). In plaatje linksonder zie je witte
gedeelte, dat is een dwarsdoorsnede van corpus callosum. Hier loopt informatie doorheen
die wordt verwisseld van links naar rechts.
Gyri en sulci: zijn alle windingen. Gyrus is een winding en sulcus is de ruimte ertussen.